Beelddenker en anders hou ik helemaal geen vriendjes meer over

MeerlingIn de gesprekken met de ouders klonk wanhoop. Hij was niet de onbezorgde 9-jarige zoon die ze zich gewenst hadden. Bovenmatig intelligent presteerde hij beter dan wie dan ook in zijn klas en leek hij tegelijkertijd het meest ongelukkige kind op de wereld. We besluiten een traject te doen, met beide ouders samen maar ook individueel. Daarnaast zou ik het gesprek aangaan met, laten we hem Tom noemen. 

Zijn bestudeerd piekerige kapsel, stijf van de gel, lijkt in tegenspraak met zijn ernstige uitdrukking. Wat me vooral opvalt, maar dat kan ook mijn eigen stuk zijn, is zijn weemoedige blik. Hoe dan ook, we blijken allebei goed in de bekende weetjes en watjes, kenmerkend voor als je je gelijke treft. In 5 minuten tijd hebben we de wereld gered van zijn ondergang, de oorzaak van het uitsterven van dinosauriërs blootgelegd en en passant het schoolsysteem veranderd.

We steken het bruggetje over naar nieuw terrein. 

‘Wat is leren voor jou Tom?’

Het gesprek nam een ander tempo. Hij keek me aan met zijn hoofd schuin, ogen half dichtgeknepen. ‘Ik vind leren leuk. De eerste keer dan.’ 

‘De eerste keer?’

‘Ja. Je kunt iets maar 1 keer leren. Tenzij je natuurlijk een fout maakt dan moet je het nog een keer leren. Maar anders niet en alleen de eerste keer is leren leuk.’ 

Ik vul in; ‘Hm. Zit daar het probleem?’ 

Hij springt met me mee. Knikt hevig en zegt; ‘Op school moet je alles wel 100 keer leren. Echt belachelijk en doodsaai. Hoe kun je nu iets wat je al weet maar telkens opnieuw leren?’ Ik gaf hem gelijk; ‘Het is ook belacheloos. Hoe vinden de andere kinderen in de klas het?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Kweetnie.’

Ik keek alleen maar.

‘Nou ja, die moeten soms echt wel iets 10 x herhalen voor ze t weten. En, eh, volgens mij vinden ze het soms wel vervelend dat ik alles weet.’ Hij haalde een hand over zijn gezicht en keek van me weg.

‘Alles?’ 

‘Ja!’

‘Hoe is dat om altijd alles te weten?’

‘Saai vooral. Soms laat ik maar niet merken dat ik het weet of dat ik het al kan.’ Hij lachte schamper; ‘Anders hou ik helemaal geen vriendjes meer over.’ Zijn hoofd hing naar beneden nu. Hij slikte en kuchte. 

Even snel richtte hij zich weer op, keek om zich heen en zei; ‘Wat gaan we verder nog doen?’ Hij keek me vragend aan. ‘Oh’, en hij liet zich weer zakken, ‘praten dus.’ Ik lachte en knikte; ‘Yep. Praten. Jij vooral dan. Vertel Tom, hoe is het met die vriendjes van jou?’ Het bleef stil. Hij ging ritmisch met zijn bovenlijf naar voor en achter terwijl zijn hoofd van links naar rechts bewoog. 

‘Ik heb geen beste vriend. Als je dat bedoelt. We spelen wel eens maar meestal willen ze andere dingen dan ik.’ Hij stond op. Handen in zijn zakken. ‘Ik hoor het wel hoor. Als ze in de klas zachtjes een s zeggen voor ze Tom zeggen.’ Sjokkend liep hij door de kamer. Staarde dromerig door het raam. De storm buiten leek goed bij zijn ‘binnen’ te passen.

Zijn moeder kwam de achterdeur in en maakte met zachte bewegingen een kop thee voor zichzelf. Schoof aan de keukentafel, met zicht op Toms achterhoofd. Ze knikte vol vertrouwen. 

‘Ben jij ook zo alleen?’

Hij was ineens voor me komen staan en keek me recht in de ogen. Vorsend. Geen ontkomen aan. Zijn adem was hoog en snel. Ik keek terug. De stilte voelde explosief. ‘Nou?’

‘Ja.’ 

De spanning gleed van hem af. 

‘Wat is dat toch met ons?’ uitte hij volwassen. Hij liet zich zuchtend op de bank vallen. Het kattenluik rammelde. Een pluizig nat beest sprong op zijn buik en gaf kopjes. Hij aaide haar even geconcentreerd tot ze zich op de bankleuning ging zitten wassen. ‘Soms denk ik wel eens dat alleen zij mijn beste vriend is. Maar ja, ze is al 13 dus die zal ook wel weer dood gaan.’ 

Interplay of drawing of a child and abstract design elements on the subject of in utero development, children, birth and pregnancy,Ik begaf mij op onbekend terrein; ‘Die zal ook wel weer doodgaan?’

‘Ik weet het ook niet, maar dat denk ik altijd. Dat alles altijd weggaat of doodgaat.’ 

‘Weet je nog wanneer je dat voor het eerst dacht?’

Met enige verbazing keek hij me weer aan en zei dat hij dat gewoon altijd dacht. We gingen er nog wat dieper op in. Er borrelde wat op bij mij. Altijd op het juiste moment, ook al zat ik hier in een vreemde huiskamer, zonder paard en zonder CREF-model. Ik vertrouwde op mijn gevoel, de energie.

We maakten samen de reis terug. Hij liet zich meevoeren. Werd steeds kleiner. Hij was er zelfs eerder dan ik. In de baarmoeder. Zacht maar helder vertelde hij hoe het daar was. Warm water met veel rood. Net als op vakantie in de zee. Tom vond het er gezellig. In het begin dan, zei hij. Toen bleef het stil. Tranen stroomden over zijn wangen. Ik bleef bij hem. Er was nog iemand geweest daar en ineens was ie weg. Bleef hij alleen achter. Heel alleen. Hij snapte het niet. ‘Waarom is hij weggegaan?’

Daar kwam dat gebrek van vertrouwen vandaan. Het ‘die zal ook wel weer doodgaan’. Geen vriendjes, want niemand was een geschikte vervanger voor zijn tweelingbroer. Niemand mocht die lege plek van zijn maatje, opvullen. Het raakte aan mijn eigen stuk met dat naar vriendschap zulk een mateloos verlangen wat nooit werd opgevuld. 

angelos tassopoulos

Het was een lange reis heen en terug, hierboven slechts samengevat. Terug in het nu kon Tom eindelijk gaan rouwen, het verdriet, het gemis op zijn plek zetten. Zijn vage schuldgevoel bekijken. Begrijpen wat er was gebeurd gaf al rust en het begin van vertrouwen. Weten waarom je dingen doet zoals je ze doet is een groot geschenk. Ik kon hem en zijn moeder uitleggen dat vanaf het moment van conceptie er een bewustzijn is. Dat er op cel niveau geheugen is. Hoe ons onderbewuste daarbij heel helpend kan zijn, als je er naar toe gaat. Ons lichaam weet het, je hoeft het maar te vragen. 

*****

Workshop Lanterfanten op 4 januari 2018. Een goed begin van het jaar.Lanterfanten

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , | 1 reactie

Beelddenker en u komt vast niet voor mij want ik ben nog niks

hokjes“U komt vast niet voor mij”,  zei hij terwijl hij langs me schoof naar zijn plek in de klas waar ik een observatie deed. “O”? Ik keek hem eens aan. Een warrige bos haar boven een serieus gezicht. “Nee, dat weet ik wel hoor, want ik ben nog niks.” 

O God, dacht ik, nee he!

Ik hoor het ze vaker zeggen en soms halen ze werkwoorden door elkaar. Vaker menen ze het. Ik informeerde even of we wel hardop mochten praten met elkaar. “Ja natuurlijk, kijk maar”. Hij wees naar een pictogram wat aangaf dat er zachtjes met elkaar gepraat mocht worden. Ik schoof wat dichter naar zijn tafeltje en zei; “Vertel.” “Nou, hij is AD eh dinges en zij is dyslexie. En ja, ik ben nog niks. Misschien komt dat nog. Ik hoop het maar.”

Toen ging er een stoplicht op rood en moesten we stil zijn in de klas.

wie ben je nog zonder diagnose

Na schooltijd heb ik hem bij me geroepen in overleg met de leerkracht. We hadden het over het verschil tussen hebben en zijn. Over talenten en mankementen. “Ik heb even met jouw juf gepraat en we hebben besloten dat jij ADHB bent.” Zijn gezicht lichtte op, er verscheen een scheve glimlach. Hij zuchtte; “O gelukkig. Maar eh, wat ben ik dan, eigenlijk?”

Ik had een sticker voor hem gemaakt: Alle Dagen Heel Bijzonder. Het bleef lang stil. Ik gaf de juf non verbaal aan de stilte te laten duren. Na een tijdje knikte hij; “Goh bedankt”, terwijl hij mijn hand langdurig schudde. Weer die scheve glimlach terwijl hij aan de juf vroeg: “Ik BEN bijzonder ook al HEB ik niets zoals de andere kinderen?” “Ja”, zei Juf, “Je bent heel bijzonder gewoon zoals je bent.”

Hij keek haar stralend aan, frummelde de sticker van het papier af, plakte hem op zijn voorhoofd en rende de klas uit. 

kudde schapenWe diagnosticeren wat af en vaak fout of onterecht en onnodig. En onbedoeld wellicht geven we onze kinderen mee dat je iets moet hebben om iets te zijn. Het stellen van een diagnose is: Het vaststellen welk onderliggend patroon, stoornis of ziekte ten grondslag ligt aan de vertoonde symptomen. Waarmee je dus een naam geeft aan de ziekte of afwijking. Dan past het in een hokje en denken we iets te kunnen gaan doen aan de symptomen waar wij zo’n last van hebben. De oorzaak gaan we uit de weg.

Hoeveel makke schapen gaan er in een klaslokaal?

Het onderwijs wordt steeds saaier met vooral aandacht voor taal en rekenen. Als je dan al een diagnose zou willen stellen dan zou dat kunnen zijn dat het huidige onderwijssysteem de kinderen van deze tijd niet boeit. Dat het niet passend is voor het kind. Dat je dan het onderwijs zou kunnen veranderen in plaats van kinderen te laten onderzoeken waarom ze zich niet aan het gemiddelde kunnen aanpassen. Het kind zien zoals hij is en het laten zijn, zou dat wat meer mogen? Een diagnose stellen betekent vaak nergens anders meer oog voor hebben, een tunnelvisie. Terwijl een kind zoveel meer is dan de som van zijn door ons aangekruiste symptomen.

Niet de leerling weg diagnosticeren maar de mammoet van het onderwijssysteem nu eens echt naar het museum dragen. Tafels kun je ook oefenen in de gymzaal. En waarom zijn er eigenlijk klaslokalen? Signalen dat er gelukkig al iets aan het veranderen is. Er komen steeds meer plekken waar je mag groeien.

Dezelfde warrige haardos kwam ik later nog eens tegen. Via zijn leerkracht. Hij zou faal angstig zijn als gevolg van een traumatisch ongeluk. Volgens de kinderpsycholoog van het ziekenhuis. Zou kunnen. Ik ben geen psycholoog. Wat ik vooral zag bij hem thuis was verdriet. Kinderen rouwen ook. Op hun eigen manier. Ik mocht hem en zijn moeder laten zien hoe je dat zou kunnen doen. Zodat hij langzamerhand weer meer zichzelf werd.

kinderen rouwen anders

“Er komen steeds meer dagen dat ik mij weer bijzonderder voel”, zei hij de laatste keer, met iets van zijn oude scheve glimlach. 

*****

Workshop Lanterfanten 04 januari 2018

met vroegboekkorting t/m 5 decemberlanterfanters

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en alleen bij ons is de film beter dan het boek.

Wij zijn verhalenvertellers. ‘Wij’ als in beelddenkers. Zonder enige structuur is het een uitdaging voor zowel verteller als luisteraar. Wij zijn verhalenvertellers, wij kunnen verhalen vertellen als geen ander. De beeldende taal en het andere tijdsbesef maken het echter tot een film met vooruitblikken en flashbacks. Alleen bij óns is de film beter dan het boek. Als wij dapper genoeg zijn om onszelf structuur en discipline op te leggen dan zijn wij in staat om het beeldverhaal in logische volgorde te zetten vóórdat we het vertellen. 

Goed verhaal

focus in the cloudsLees mee hoe ik een goed verhaal voorbereid, of het nu om een kerstverhaal of een lezing gaat. Vaak genoeg rolt het zomaar uit mijn pen en wordt daarna eindeloos aan geschaafd, vaker komt het verhaal niet vanzelf of loopt er teveel door mijn hoofd en dan is dit een goede remedie. 

Focussen dus (volgend blog). Op jouw manier. Zorgen voor de voor jou ideale omstandigheden. Voor mij is dat altijd minimaal; muziek en uitzicht op de wolken. 

Uit de vele altijd aanwezige ideeën in mijn hoofd kies ik de op dat moment meest aansprekende. Daar ga ik dan bewust over brainstormen, beeldstormen. Met plaatjes, met kleur, met woorden. Als een orkaan raas ik over het papier. 

Van de creatieve chaos maak ik een voor mij logische ordening. Dat heeft nog niets met tijd te maken. Het is meer het rubriceren, dingen bij elkaar zetten, wegstrepen en soms toevoegen. 

Dit is voor mij het leukste in het hele proces. Op papier met potlood, kleur, pastelkrijt en stiften geef ik elk onderdeel zorgvuldig zijn eigen plek. Ook hier is de logica en zeker elke tijdsvolgorde nog ver te zoeken. 

Het beeldverhaal heeft in deze fase zijn vorm gekregen door het mind-mappen en de vele associaties in mijn hoofd. Nu ga ik zorgen voor rust. Telefoon uit, geen pop-ups, een afleidingsvrij scherm. Zonder enig oordeel, kritiek of correctie (ja, dat is een kunst) begin ik moeiteloos op mijn toetsenbord te ratelen. Tomeloos tikken vanuit het hart zonder enige punctuatie. Hoe minder ik vastzit achter vaststaande overtuigingen, hoe vloeiender het gaat. Dat is in elk geval mijn winst uit de pijn van groeien in dit jaar. 

schrijven vanuit je hart

Is het verhaal uit dan ga ik na enige rust alinea’s maken van de tekstbrij. Daarna maak ik van elke alinea weer een plaatje op een los blaadje. Geen kunstwerken, meer een pictogram met de essentie. Daarmee ga ik net zo lang schuiven tot ik een logische, leesbare volgorde heb. Niet altijd chronologisch maar wel lees-logisch. Dat wordt aan elkaar geplakt. De alinea’s zet ik dan in de deze volgorde en meestal laat ik de ruwe versie lezen aan anderen. Dat zorgt voor hele zinnige feedback. Nodig omdat ik zelf inmiddels zo in het verhaal zit dat elke objectieve afstand bijna onmogelijk is. 

[Tussendoor Tip; Heeft je in beelden denkende kind moeite met het vertellen van een verhaal? Laat hem dan ook Plaatjes Plakken. Terwijl hij een verhaal vertelt, van de hak op de tak springend, luister jij aandachtig en maakt ondertussen een lijstje met kernwoorden. Daarmee maken jullie samen een klein aantal simpele plaatjes. Op losse velletjes papier. Bekijk dan samen de plaatjes en leg ze in chronologische volgorde. Laat hem het verhaal nu nog eens vertellen in de volgorde van plaatjes.]

Story Cubes

Mijn verhaal staat nu in de grondverf, met leesbare alinea’s, hoofdletters, punten en komma’s. Dan gaat het in de kast. Dat wil zeggen; de tekst wordt afgeschermd opgeslagen in de cloud en het verhaal gaat in mijn hoofd in mijn bibliotheek. Daar ligt het te rijpen. Gedurende deze tijd, soms uren, dagen, soms weken, lees ik geen boek. Af en toe neem ik plaats in mijn eigen bieb en bekijk het verhaal nog eens aan alle kanten.  Ik luister naar wat de hoofdpersonen zeggen. Ik speel met het plot. Maar ik verander er geen letter aan. Dit hele proces draagt op den duur bij, niet onbelangrijk, aan het beter in staat zijn om ook spontaan verhalen te vertellen! Dat was tip 2. 

Als het zover is, meestal omdat een nieuw verhaal zich aandient of er een deadline is, ga ik opnieuw in de niet-storen-stand en schrijf de definitieve versie. De puntjes op de ï, spelling, hier en daar een enkel woord veranderen. Een keer hardop voorlezen, opnemen en terugluisteren. Kijken of het naast leesbaar ook luisterbaar is. Vaak door het hardop aan mezelf voor te lezen merk ik of het verhaal loopt, of de zinnen kloppen, of de dialogen natuurlijk zijn. 

Zelf een verhaal vertellen aan je kind(eren) helpt trouwens ook. Dat is natuurlijk met alles zo, maar zeker met vertellen. Het begint bij jou als ouder. Ben jij zelf wel zo chronologisch? Het is ook het seizoen om verhalen te vertellen. 

dreamhouses

Als laatste knip ik de navelstreng door. Een nieuw verhaal in zijn definitieve vorm. Klaar om verteld te worden. Later, als ik groot ben. Of eerder al, maar dat vertel ik nog. 

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Beelddenker en hoe gesloopt ben jij na de feestmaand december?

Hoe je ook de feestdagen ingaat, heb je wel eens aan je kind gevraagd hoe hij de feestdagen zou willen doorbrengen? Het kon je nog wel eens verrassen. Als je weet welk beeld je kind in zijn hoofd heeft over de komende feestdagen en de vakantie, dan weet je meteen of dat wel overeenkomt met de werkelijkheid zoals jij die bedacht hebt. Wie weet kun je samen het beeld bijstellen en krijg je onverwachte ideetjes aangereikt. 

Herfst is vertragen LJ Holloway

Vertragen

Het is bizar hoe wij in de herfst  nog een tandje hoger gaan. In september gaan we op volle kracht vooruit na de betrekkelijke zomerstilte. We zijn niet meer in staat te vertragen en duikelen in volle vaart de feestmaand in. Terwijl de natuur om ons heen laat zien dat het tijd is om los te laten, te reflecteren en in de ruststand te gaan. Doe je dat niet dan is de kans groot dat je het nieuwe jaar al gesloopt begint.

Ga in gesprek

Als Disney World niet haalbaar is kun je door goed te luisteren wel ontdekken welke behoefte er onder ligt. Of als er weerzin is tegen het kerstdiner met 20 man kun je bekijken hoe je dit samen ‘behapbaar’ maakt. Het belangrijkste is dat je luistert en daardoor doet wat goed voelt voor jou en je gezin. Dat kan soms betekenen dat je niet altijd voldoet aan de verwachtingen van de omgeving. ‘Nee’, is een volledige zin. Een waardevol stukje opvoeding; laten zien dat je niet altijd hoeft te voldoen aan de verwachtingen van de mensen om je heen. Je krijgt daardoor wel een feestmaand in een ontspannen sfeer. Dan ben je ook beter opgewassen tegen de vaak gure en nog donkere januari en februari maanden. Maak afspraken met de leerkracht wat het beste is voor je kind. Misschien blijf hij wel eens een keer extra thuis om overprikkeling te voorkomen. Of doet hij een keer niet mee met alle activiteiten. Eerder naar huis. Ik hoor en lees dat kinderen zich enorm druk kunnen maken over de rommelpiet. Overleg eens hoe je dit zou kunnen oplossen. Voel waar de behoefte ligt van jou en je gezin. 

Me time

You should sit in meditation for 20 minutes a day unless you're too busy then you should sit for an hourWie of waar je ook bent, besluit voor de gehele periode vanaf Sinterklaas tot en met Nieuwjaarsdag, elke dag minimaal een half uur tijd voor jezelf in te plannen. In welke situatie dan ook, met of zonder druk gezin, met of zonder drukke baan, een half uur per dag doen waar jij gelukkig van wordt. In je eentje. Je zult zien dat je er, ondanks de vaak overvolle feestdagen, prettiger gezelschap van wordt, voor jezelf en voor de ander. Plan deze individuele rustmomenten in. Waarbij je afspreekt dat je elkaar daar ook aan zult houden. Dus de ander helpen er aan te herinneren en er rekening mee te houden. Vergeet jezelf als ouder niet. Met name de decembermaand vraagt vaak veel van jou als thuismanager. Geef ze daarom het goede voorbeeld door deze momenten zichtbaar in te plannen en ze ook echt te nemen. Je geeft je kind een belangrijke les mee door even alleen te willen zijn, een half uurtje doen waar jij gelukkig van wordt en te laten zien hoe jij je daardoor op kunt laden. Weten jullie meteen van elkaar waar de ander gelukkig van wordt.

Schrappen

vuurorf

Als je een weekplanner gebruikt kun je sint en kerst activiteiten beeldend inplannen, dat schept duidelijkheid. En hoewel je misschien niet zo’n planner bent begint het allemaal met de juiste voorbereiding. Maak de feestmaand eens samen visueel met een planbord of teken samen de decembermaand. Vul samen in wanneer er sinterklaas en kerst vieringen zijn, verjaardag feestjes, kerst musicals, familie bezoeken, vakantie. Zo zie je heel snel op welke dagen er wel heel veel te doen is en of de kerstborrel samenvalt met een schoolfeest. Waar kun je schrappen? Waar kom je echt niet onderuit? Waar ga je heel bewust rustmomenten inbouwen? Af en toe een dag zonder afspraken komt echt de sfeer op de overige dagen ten goede. Lanterfanten is de ruststand voor ons brein. 


Mag het licht uit!

Ons fel witte licht houdt ons uit onze winterslaap stand. Doe het licht uit. Steek bewust samen kaarsen aan. Geen geluid, geen activiteit. Alleen het zachte licht en de beweging van kaarsen, lichtjes en olielampjes, de open haard. Met een dekentje buiten bij de vuurkorf warme chocolademelk drinken. Ontspan, adem rustig en diep, staar in de vlammen. Hoe hyper je kind ook is in deze over gestimuleerde feestmaanden, ze nemen als vanzelf jouw rustige houding over. 

Lees dan eens een verhaal voor.

voorlezenAls je dat nog niet gewend was is het nu een prima tijd om ermee te beginnen. Voorlezen is rustgevend, het versterkt de onderlinge band, het ontwikkelt de luister vaardigheid en het verrijkt de woordenschat en je maakt samen prachtige herinneringen. Oudere kinderen luisteren vaak onopvallend ook mee, al geef je dat als puber natuurlijk nooit toe. 

Regels?

Ontkom je niet aan verplichte drukke kerstdiners en lange familiebezoeken, ga dan ruim van te voren in gesprek daarover. Welk beeld heeft je kind daarvan? Zijn er regels en hoe strak zijn die? Wanneer ‘mag’ je kind van tafel? Als je kind een rustmoment nodig gaat hebben spreek daar dan van tevoren iets over af. De een gaat met zijn Ipad onder de tafel liggen, de ander wil op bed lezen of juist even alleen naar buiten. En maak duidelijk dat het mag, dan staat je kind het zichzelf ook makkelijker toe. 

wegens vakantie gesloten

Vrije  tijd 

Vraag eens hoe je kind vrije tijd en vakantie ziet. Mag dat inderdaad zalig nietsdoen zijn van jou? Als de school dichtgaat, mag dan de druk er ook werkelijk af? Dat is nodig om ons weer op te laden. Doe het in elk geval samen, overval je kind niet met de ene activiteit na de andere. 

Geplaatst in Beelddenken | 1 reactie

Beelddenker en het deel van mij dat ik verloor toen ik naar school ging.

Aan het strand (her)ontdek ik mijn spelende kleine jongen die ik, zoals Robert Bly, achterliet toen ik naar school ging. Bly’s broer is hier ons spontane magische kind.

Ik heb mijn broeder weggestuurd. Ik heb hem meegegeven aan de donkere mensen die voorbij kwamen….

Ze leerden hem zijn haar lang te dragen, naakt rond te sluipen, water uit zijn handen te drinken, paarden vast te binden, het vage spoor door het geknakte gras te volgen….

Ik nam mijn broeder mee naar de overzijde van de rivier, en zwom terug zodat mijn broeder alleen op de oever achterbleef. 

Op Sixty-sixth Street bemerkte ik dat hij niet meer bij me was.

Ik ging zitten en weende.

– Robert Bly, A Dream of my Brother

Uit ‘ Wanneer koesteren hoop betekent’ van John Bradshaw.

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Beelddenker en onze complexe afwisselende binnenwereld versus de platte leerboeken in de klas

“Kom! We gaan naar de hut.” Hij rende al vooruit naar een lichte verhoging in het landschap. Daar, op de heuvel, stond een hut. Alleen zichtbaar voor hem en zijn twee beste vrienden. Ze gingen naar binnen met een uiterst geheim wachtwoord en sloten de deur zorgvuldig af. Het spel was begonnen. Alleen moeder mocht deel uitmaken van het geheime bondgenootschap en kon ongehinderd naar binnen, met frisdrank en pannenkoeken. 

Loesje Hoe kan ik nu werken aan mijn ruimtelijk inzicht in zo'n klein lokaalSpelenderwijs

Spelen, buiten spelen, bewegen. Het is ongelooflijk belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. De meeste leervaardigheden worden in het spel ontwikkeld, niet door stil te zitten in een schoolbankje. Omdat een kind meer en sneller leert vanuit nieuwsgierigheid. In het spel is zoveel te ontdekken, te leren, te vragen. 

Ruimtelijk

Voor beelddenkers uit mijn praktijk – vaak hoogbegaafd en in enige mate (hoog)sensitief – is elke vorm van spelen misschien nog wel belangrijker om te kunnen leren. Onze, met name ruimtelijke verbeelding gaat vaak met ons op de loop en stelt ons in staat van alles een spel te maken. Zonder enig tijdsbesef opgaan in Lego of Minecraft of met een paar stokjes  in het bos, een schepnetje en een sloot. Kijk naar ons als we spelen en de labels ‘ongeorganiseerd’ en ‘niet-geconcentreerd’ zijn er ineens niet meer. 

Zintuiglijk

Wij zijn visueel ruimtelijk ingesteld en we zien en spelen in 3 D, zowel in ons hoofd als daarbuiten. Onze binnenwereld is complexer en afwisselender dan de platte werkbladen en leerboeken in de klas. Ons talent stelt ons in staat om door werkelijkheid en fantasie heen overeenkomsten en verbindingen te ontdekken, altijd maar weer. Laat ons spelen en met alle zintuigen tegelijk, zien, horen, ruiken, voelen en ervaren we het grote plaatje. Zien zo onmiddellijk wat er aan de hand is en wat de essentie is, verbinden alle schakels, als in een razendsnelle totaalscan. We nemen onze omgeving waar in 360 graden. Wat zo binnen komt is zoveel rijker en uitdagender dan zoiets triviaals als een punt zetten aan het einde van een zin. We hebben een groter bewustzijn wat minder geschikt is voor details, tenzij het detail boeiend wordt aangeboden en past bij onze helikopterview. 

zeepbellen

Zie ons spelen

Als je goed kijkt zie je onze ‘radar’ voor elke kleine verandering in onze (spel)omgeving. Een minimale verschuiving in de energie, de toon van de stemmen om ons heen, de signalen dat er iets staat te gebeuren voordat jij het zelfs maar kunt bedenken. We absorberen alles om ons heen, ondergedompeld in de ervaring. Als het onderwijs, de leerkracht daar op aan kan sluiten, het laten leren vanuit het rijke ervaren van de beelddenker dan zullen wij het geleerde altijd onthouden. Spelen daagt leerkracht en leerling uit, het rekt ons denkvermogen op, het daagt ons beiden intellectueel uit en we voelen ons er letterlijk beter bij.

Ervaren

Ondernemerschap aan den lijve ervaren op een Dickens Fair, spelsimulaties bedenken, het zelf ontwerpen van een bordspel, samen ondergedompeld zijn in een langer project, uitdagende wedstrijden, het bouwen van een website, een nieuw apparaat uitvinden, kunst, muziek, poëzie, toneel. Daarmee vervul je onze leerbehoeften. Laat ons spelen, leren, in een kleurrijke stimulerende omgeving. Wat we zelf al spelend mogen ervaren, blijft hangen en weten we razendsnel uit te breiden met nieuwe interessante verbindingen. En ook de taaldenkers hebben baat bij deze benadering. De schijnbaar ongecontroleerde, drukke, lastige leerling zonder focus zal zo een katalysator kunnen zijn en het klassikale leerproces versnellen en verbeteren. Als de beelddenkers zo mogen leren, zullen ze de rest van de klas stimuleren, meenemen. Noem het de magische aantrekkingskracht van een beelddenker als hij lekker in zijn vel zit en zijn talenten mag benutten. 

De cirkel en het vierkant

Waar dat nog niet zo is, ligt een ‘taak’ voor ons als beelddenker zelf en de ouders. Wij zullen ons nu nog blijven verhouden tot het huidige onderwijssysteem als een cirkel tot een vierkant. Laat de rondingen niet eindeloos ten koste van alles oprekken omdat het zo nodig zou moeten passen. Ga niet thuis nog meer extra school taken doen want ja het niveau moet toch omhoog. Maar laat ze spelen, laat ze opgaan in hun spel, laat ze bewegen, laat ze zelf ontdekken. Grote kans dat als ze willen weten hoe de visjes in de sloot heten en wat ze eten, om maar eens wat te noemen, dat ze ineens willen gaan leren lezen, in een eigen tempo, op een eigen manier. Als je voor de klas nog niet zover bent, laat ze dan in elk geval tussen de lessen door bewegen en heb het lef ze veel buiten te laten spelen. Hoe zou het zijn om aan het begin te staan van een verandering in het leren?

Wouter Tulp Stroebel en Sara

Wouter Tulp, Stroebel en Sara

Ze sloten zorgvuldig hun onzichtbare hut af en spraken bezweringen uit zodat niemand hem zou kunnen vinden, laat staan er binnen gaan. Ze hadden touwen om hun schouders en stevige houten zwaarden. Alle drie hadden ze een teddybeer in hun rugzak.

Het was een lastige beslissing geweest maar nu was het dan zover. Het doden van draken moest maar eens afgelopen zijn. Vanaf nu zouden ze alleen nog maar draken vangen om ze te temmen en te berijden. 

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Beelddenker en waag het niet ooit nog eens die toon tegen me aan te slaan!

Als mensen mij vinden willen ze veranderen. Ze hebben lang genoeg uit het raam gekeken hoe het leven aan hen voorbijging. Nu willen ze naar buiten, er deel van uit gaan maken, samen met mij de angst overwinnen om hun vleugels te gebruiken, hun eigen radertje te zijn, zelf (weer) aan het roer te staan. Dan is het wel van belang dat de omgeving mee gaat bewegen in het proces van verandering. Dat is vaak niet zo. ChangeHij was de bekende stille dromer. Zijn grootste talent bestond uit het onopvallend matig presteren waardoor hij perfect leek te passen in het onderwijs van gemiddelden en sociaal gewenst gedrag. Zijn ouders dachten echter dat er meer in hem zat en dat hij misschien wat gelukkiger zou kunnen zijn. Ze hadden er namelijk last van dat hij soms volkomen onverwacht kon uitbarsten als hij vond dat iets onrechtvaardig was. De toon die hij dan aansloeg! Maar dat hadden ze nu onder controle. Dus, maak mijn kind gelukkig, daar kwam het zo ongeveer op neer. 

We gingen samen op zoek. Op zoek naar zijn zelf, ik kan het niet anders noemen. Ik zag de dromer, de onderpresteerder. Ik vermoedde de vulkaan maar hij kwam verder vlak, zelfs bijna onverschillig over. Uitdagen, porren, prikken, zelfs liefdevol provoceren, ik leek niet tot hem door te dringen.

Tot mijn Pluis ingreep, op haar manier. Getraumatiseerd als ze is, zal ze nooit zo snel toenadering zoeken. Dit keer schurkte ze echter langs zijn benen, gaf zelfs kopjes. Ineens zag ik iets in zijn ogen. Tot mijn schrik tilde hij haar op. Ik zag ons al naar de eerste hulp snellen want poes kan vanuit angst behoorlijk haar nagels gebruiken. Ze liet het toe, ontspande en ging naast hem liggen spinnen terwijl hij haar zachtjes aaide. Ik vertelde het verhaal van haar traumatisch verleden en hoe ze hier langzaamaan haar vertrouwen had teruggekregen. Daar kwamen de tranen; “Dat mag iemand nooit doen met dieren”, snikte hij hortend en stotend. “Sorry hoor”,  zei hij telkens, “ik mag helemaal niet huilen en zeker niet om een kat, sorry hoor.” Tot hij mijn tranen zag, ik geloof niet in professionele afstand. Grote ogen. Hij hapte naar adem; “Durf jij zomaar te huilen?”

De verbinding, de klik, was ineens ontstaan. We werkten samen een aantal keren aan het uiten van zijn gevoelens. Telkens met Pluis naast zich op de bank. Een mooi laatste traject in mijn oude huis waar de dozen al klaar stonden. Het verschil tussen verdriet en ontroering. Dat boosheid er mag zijn, dat het oké is om bang te zijn. Hij maakte grote sprongen. Zijn omgeving merkte dat. Oeps. Dat was blijkbaar niet de bedoeling. Er ontstonden twijfels bij ouders en leerkrachten. Hij gedroeg zich steeds meer onrustig in de klas, pikte niet zomaar alles meer, ja, werd zelfs brutaal!

Who would you be without your storyIk werd ‘ontslagen’ door de verontwaardigde ouders, maar gelukkig, het ‘kwaad’ was al geschied, onomkeerbaar. Het nieuwe schooljaar begon met een nieuwe leerkracht, die in de uiterst summiere overdracht had gelezen dat het verboden was dat ik nog contact zocht, dus deed zij dat maar :-). Zijn cijfers gingen omhoog, hij kreeg plezier in het leren, ging zaken ter discussie stellen en wist zich steeds beter te uiten. Niemand kon hem meer verbieden boos te zijn, hij was zichzelf geworden, ook al mocht dat niet. Het kon hem niet meer schelen dat het uiten van angst, verdriet en vreugde fout was in de ogen van zijn opvoeders. Hij dacht wat hij wilde denken, hij wilde alles wat hij wou, hij durfde te voelen wat er was, sloeg zijn eigen toon aan zonder zich af te vragen of het wel (aan)gepast was. Hij had zichzelf gevonden, anders misschien dan anderen maar vooral zichzelf.  

Op het juiste moment, zoals altijd, was hij op mijn pad gekomen en spiegelde mij. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en als we kinderen vertellen wat ze niet kunnen dan wordt dat hun innerlijke stem

Hij deed het goed. In mijn ogen. Met een dikke rimpel, dat wel. Af en toe gromde hij als zijn ouders een opmerking maakten. Irritatie? Op gevoel vroeg ik hem hoeveel zinnen hij kon maken met het woord ‘niet’ er in. Zijn wenkbrauwen gingen omhoog. “Hoeveel wil je er?” Hieronder een samenvatting van zijn haastige krabbels. 

faalangstUit: LEREN LEREN Methode -Illustratie Jan Zandstra

  • Dat kun jij niet 
  • Dat lukt jou toch niet 
  • Gaat niet werken 
  • Je moet toch wat, niet?
  • Je moet niet denken dat je alles maar kunt wat je wilt
  • Dromen is voor jou niet weggelegd
  • Het kan niet elke dag feest zijn
  • Je kunt niet allemaal handig zijn
  • Zat erin hè dat het niet ging lukken 
  • Doe maar niet, straks gaat je kop eraf

Schrikbarend, niet? 

Het was wat hij te horen kreeg van zijn omgeving. Langzamerhand was hij zijn ‘nieten’ geworden. Dat is wat er gebeurd als we kinderen vertellen waar ze allemaal niet goed in zijn en wat ze niet kunnen. Dat wordt hun innerlijke stem. We hebben ze samen 1 voor 1 om gedacht naar helpende gedachten. De volgende sessie deed ik zonder zijn ouders, zonder verwijten. Je doet wat je weet. 

Ik zat naast hem in de wei. Op twee tuinstoelen. In de late herfstzon. Paarden graasden om ons heen. We zaten daar maar. Zijn frons verdween, zijn uitdrukking ontspande. Met een diepe zucht zakte hij na een paar minuten achterover in de stoel, daalde hij in zijn lijf. “Kunnen we hier altijd blijven?” 

“Hoeveel paarden zie je?”

“Vier.”

“Mooi. Hebben we het rekenen voor vandaag ook gehad! Weet je de namen nog?”

Hij noemde ze na enig aarzelen. Konden we daarmee taal ook afsluiten voor deze keer. De stilte en ontspanning gingen door. 

“Ik denk dat paarden heel wijs zijn”, zei hij na verloop van tijd. 

“Zo wijs dat je ze om raad, om hulp kunt vragen?” 

“Ja, als ik met ze zou kunnen praten, dan wel ja”, zuchtte hij. 

“Dat kan hoor. Kies er maar een uit”. Hij schoot overeind. Schudde zijn hoofd. “Nee”, zei hij, “dat meen je niet!?” Ik knikte van wel. “Hoe dan? Hoe dan?” Hij wipte op zijn stoel. De kudde hield even op met grazen. “Je legt op jouw manier contact met ze en dan stel je je vraag.” Hij keek van mij naar de paarden, inmiddels in ruststand. Na wat vragen, zoeken en proberen, ontspande hij zich, haalde een paar keer diep adem en sloot zijn ogen. Na lange minuten deed hij zijn ogen open en stond de kudde om ons heen. Eentje snuffelde aan zijn hoofd. “Wow”, fluisterde hij. Zijn ogen zwommen. We konden samen in dat moment blijven tot ze weer verder gingen met grazen. 

Onrust in je hoofdIk vroeg hem over thuis. Onrust in de kudde, er werd wat heen en weer gerend. Ik vroeg hem over school. Helikopters raasden over. Ik vroeg hem over leren. Drie grote landbouw machines bonkten door de stilte. Werd hij niet gehoord? “Wat er in mijn hoofd gebeurd, dat begrijpen ze niet. Ik kan het niet goed uitleggen. Vaak. Dan word ik wel boos. Dan ga ik schreeuwen en dan snappen ze me helemaal niet meer.” 

“Hoe is dat nu, hier?”

De vraag bleef even hangen in de stilte. 

“Hier kan ik het zien. Omdat het dan rustig is in mijn hoofd, kan ik het uitleggen. Jij snapt me en de paarden volgens mij ook.”

horse eye

Hij had zijn favoriet uit de kudde gevraagd hem daarbij te helpen. In gedachten nam hij de grijze kleur als symbool met zich mee. Net als de vraag om over na te denken, na te voelen, wat hij anders zou willen doen op het moment dat hij het gevoel had dat ‘men’ hem niet begreep. Terwijl we door de wei terug liepen zag ik uit mijn ooghoek zijn favoriet ons volgen. Hij voelde het ook, draaide zich om en wachtte. Ze kwam rustig dichterbij, stond vlak voor hem stil, snuffelde aan zijn buik en duwde hem zachtjes vooruit.

Bij het hek draaide hij zich om, zwaaide naar de kudde en riep; “Tot de volgende keer!” Het gehinnik wat volgde had zomaar een antwoord, een groet kunnen zijn.  

 

 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | 3 reacties

Beelddenker en de absurditeit van de vraag; wat wil je later worden?

Ik dacht dat ik al wat was ‘Jan wil later ook boer worden’, zegt de trotse vader tijdens de intake. ‘Kan hij mooi het bedrijf overnemen.’ ‘Goh’, zeg ik zo neutraal mogelijk, ‘heb je altijd al boer willen worden?’ Jan schudt zijn hoofd. ‘Nee, eerst wilde ik dokter worden en toen veearts. En toen niet meer. En nu wil ik net als papa op de trekker rijden.’ Hoewel ik vooral bezig ben met wat mijn cliëntjes zijn op dit moment in plaats van wat ze later willen worden krijg ik op deze manier wel veel interessante informatie aangereikt. 

Jan staat voor veel kinderen. Ze zijn vooral bezig met het hier en nu. Vandaag is belangrijk, dit moment. Zelfs morgen kan in hun beleving ver weg zijn. Voor de omgeving is dat blijkbaar niet genoeg. Het is niet genoeg wie je nu bent. Het gaat er om wat je later wilt worden. Zo snel als mogelijk is willen ze je voorbereiden op de dagelijkse lasten van een degelijke (vooral niet leuke) baan met auto en te hoge hypotheek zodat we uren in de file staan om het huis te kunnen betalen waar we bijna nooit zijn. We leren ze stelselmatig de waardevolle kunst af om in het nu te leven en wekken de indruk dat wie ze zijn nog lang niet goed genoeg is. In de klas en thuis wordt ze regelmatig gevraagd of ze al weten wat ze later willen worden. Als ze daar dan al een antwoord op hebben om jou te plezieren; chirurg, piloot of dokter, sabelen we ze meteen neer. Daar moet je wel heel veel voor leren hoor. Dan moet je heel lang naar school. Dan mag je wel eens beter je best gaan doen op school. Kun jij dan wel zo goed leren? Dan mag je Cito-score wel eens wat hoger. Dat is toch niks voor je jou, je hebt hoogtevrees, je kunt niet tegen bloed. 

born to stand outJan zei wat hij zich op dat moment kon voorstellen, morgen kon het weer anders zijn. Daarmee voldeed hij natuurlijk niet aan de verwachtingen. Hij leerde snel. ‘Ik word boer, net als papa’. Kijk, daar scoorde hij hoog mee, dat was precies het antwoord dat men van hem verwachtte. Hij was er inmiddels zelf ook van overtuigd dat hij niet kon leren. 

Ik was er ook nooit mee bezig. Als men bleef aandringen, thuis en op school dan haalde ik mijn schouders op. Ik wist het echt niet. Na verloop van tijd antwoordde ik dat ik ‘Jack’ wilde zijn. De rebelse dierenarts uit de serie met de schele leeuw. Hij handelde nooit volgens protocol, kwam daardoor steevast in de problemen maar; hij redde er vele levens mee. Grote inspiratiebron op het schoolplein als er een nieuw avontuur nodig was. De omgeving vulde dan in dat ik dierenarts wilde worden. En dat kon natuurlijk helemaal niet, not done in de familie, bovendien kon ik toch niet leren?

Hoe leg je als 8 jarige uit dat je op dit moment alleen maar Jack wilde zijn om wie hij was, omdat hij anders was en daar geen probleem mee leek te hebben. Ik wist inmiddels uit ervaring dat het knap lastig was om anders te zijn dan het gemiddelde

Het kostte niet veel denkwerk om al snel het meest bevredigende antwoord te vinden. Waardoor ik verzekerd was van complimentjes en vertederde blikken. Ik ging soldaat worden, net als mijn vader. Daarna werd er nooit meer naar gevraagd. Ze hadden me er van overtuigd dat ik toch niet kon leren. 

Dan kom je in een gezin waar de oudste zoon worstelt met een opstel, nota bene als huiswerk meegekregen met als titel, jawel; Wat ik later wil worden. Hij wist het niet, vond het een stomme titel en had al uren met een leeg vel voor zich gezeten. Ik gaf hem groots gelijk, zijn ouders ook. Wat een ruimte gaf dat en wat een ontspanning op zijn gezicht. In een paar zinnen beschreef hij wat hij vond van de opdracht en wat hij nu wilde zijn. Hij ontving er natuurlijk een magere V voor met rode pen. Maar de boost voor zijn zelfbeeld was onbetaalbaar. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en als je kind ja zegt en het bedoelt nee

Verjaardagen van mijn ouders waren over het algemeen leuk. Er hing iets feestelijks in de lucht en ze waren milder. Een uitstekend moment om met een slecht cijfer te komen. Dat werd weggelachen, het was immers feest. De koelkast en de kelder stond vol met eten en drinken om van te watertanden in ons anders zo sobere huishouden. Je kreeg als schattig klein jongetje van alles toegestopt en ik voelde me ook altijd een beetje jarig. Er was alleen een dingetje. Na het avondeten kwam de familie, vrouwen achterin met breiwerk en de mannen met sigaar voorin, zoals het hoorde, allemaal op hetzelfde tijdstip. Dan kwam onvermijdelijk het moment dat ik de kamer in werd geduwd en iedereen een handje moest geven. Ik haatte het. Geef eens een handje, wat word jij al groot zeg, doe je wel je best op school, kom eens hier dan krijg je een knuffel (hellup), kun je nog lachen, kom je nog eens logeren, krijg je wel genoeg te eten je bent zo klein je neven zijn veel groter, zit je nu nog niet op voetbal, hoor je wel wat ik zeg, je bent nog steeds een dromertje. 

sociaal wenselijk gedrag

Binnen vijf minuten was ik volledig overprikkeld (weet ik nu) doodongelukkig en vluchtte naar de keuken. Dan maar afwassen. Alles beter dan de overdaad aan contact, lichaamsgeuren, geluiden en beweging en dat vreselijke geknuffel van de tantes waarbij je bekant gesmoord werd aan hun enorme boezems. 

Zo leerde ik, en velen met mij, met harde hand te voldoen aan de wensen van de omgeving. Later werd dat als vanzelf dat ik met alle geweld wilde voldoen aan wat ik dacht dat omgeving van mij verwachtte. Conformeren aan wat mijn omgeving wenselijk achtte, waarvan de ene helft bestond uit aannames en de andere helft interne beeldvorming vanuit de wens om toch vooral maar aardig gevonden te worden. Het werd zelfs mijn houding als hulpverlener, het willen proberen te voorzien in de behoeften van de ander. Volledig voorbijgaand aan mijn eigen behoeften, geconditioneerd door opvoeding thuis en op school. 

verstand of gevoelIk zie kinderen nog steeds al heel jong zich voortdurend non verbaal richten op vader en of moeder. Dan vraag ik ze bijvoorbeeld wat zij denken dat het probleem is, of hoe ik ze zou kunnen helpen. Zo’n lichte aarzeling, kijken naar het gezicht van de ouders. Je hoort ze bijna denken; Wat willen zij dat ik zeg? Als het er dan om gaat dat ze rekenen niet als probleem zien maar dat ze het gewoon doodsaai vinden en er helemaal geen zin in hebben, dan kom ik daar snel genoeg achter. Vaak genoeg gaat het echter om grote kinderproblemen waar ze mee worstelen. Dan vindt de juf van alles, dan vinden de ouders van alles en meestal gaat dat om gebrek aan concentratie in de klas, om lage cijfers, om de taak niet binnen de tijd afkrijgen. Helaas overgewaardeerde zaken dus. Als je dan vertrouwen opbouwt met het kind en ze leren dat ze alles mogen zeggen, ook wat ze denken dan hoor je pas wat er werkelijk speelt, wat het echte probleem is onder het uiterlijke gedrag.

Bang om te falen, zich nooit goed genoeg voelen, wakker liggen van ruzie tussen de ouders. Subtiel gepest worden in de pauzes, buitengesloten voelen. Aanvoelen dat de juf je niet aardig vindt. Alles van iedereen voelen en daar doodmoe en verdrietig van worden. Meer zien dan anderen denken dat er is tussen hemel en aarde en daar doodsbang van worden. Je anders voelen maar het niet durven zijn. Zo kan ik doorgaan. Grote kinderproblemen zijn dat. Het aangeleerde sociaal wenselijke gedrag levert je dan wellicht waardering op van de omgeving, maar tegen welke prijs?

authentiek

Dan kan het gebeuren dat ik vraag hoe hij zich voelt en hij zegt: ‘Goed!’ Omdat hij denkt dat zijn ouders en misschien ik dat willen horen. Op het moment dat ik alleen ben met hem en vraag ik hoe het in zijn hoofd is, duwt hij zijn handen tegen zijn ogen en zegt: ‘Het doet gewoon pijn zo vol als het daar is. Het houdt maar niet op.’ 

Dat je als kind ‘Ja’ zegt als je ouders vragen of het goed ging op school, terwijl je eigenlijk zou willen schreeuwen; ‘Nee!!!’ Het denken, het verstand geeft het beredeneerde sociaal wenselijke antwoord. De nee staat voor het gevoel. Eenmaal volwassen weten we niet meer hoe we bij ons gevoel kunnen komen en, ik kan het weten, het is een lange weg terug.  

Ik ben op een feestje. Tom rent uit zijn spel naar buiten de tuin in waar zijn moeders verjaardag in volle gang is. Ze knuffelt hem en luistert naar zijn enthousiaste verhaal. Ineens wordt Tom zich bewust van de mensen om hem heen. Zijn moeder zegt; ‘Kijk, iedereen is er. Wil je even gedag zeggen?’ Hij kruipt tegen haar aan en schudt zijn hoofd. ‘Hoe zou je ze willen begroeten dan?’ Tom doet een hand omhoog. ‘Zwaaien? Dat is een heel goed idee van je Tom. Mensen’, roept moeder de tuin in, ‘Tom wil even naar jullie zwaaien.’ Iedereen zwaait enthousiast en Tom doet opgelucht mee. Gaandeweg de middag vindt hij zelf  de weg in de groep mensen en babbelt hier en daar, als hij daar zin in heeft. Geheel zichzelf.

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen