Beelddenker en het wonderschone eiland van de eenzaamheid

Eenzaamheid is een gevoel, sociaal isolement een situatie. Anders gezegd: er is wezenlijk verschil tussen alleen zijn, en je alleen voelen. Uit neuropsychologisch onderzoek naar eenzaamheid is duidelijk dat bij eenzaamheid hetzelfde hersengebied geactiveerd wordt als bij fysieke pijn.

Dan ligt eenzaamheid op het zelfde vlak als je buiten gesloten voelen.

Alleen zijn is een omstandigheid, situatie, toestand, waarin je alleen bent. Hierin ben op jezelf aangewezen, teruggeworpen, met je gevoel en gedachten, waarin je je eigen beslissingen neemt, waarmee je tijd met jezelf doorbrengt, tijd voor jezelf hebt en deze niet tijd niet deelt met anderen.

Het alleen zijn, alleen kunnen zijn, met jezelf. Voor mij is dat wonderschoon. Ik zoek het telkens weer op, ontdek ik. Het kan dat de reden ligt op het hoogsensitieve vlak. Het kan zijn dat de reden ligt in het feit dat ik alles in beelden binnen krijg. Plak er maar een label op als je dat nodig hebt. Voor mij is eenzaamheid, het alleen zijn, een levensbehoefte. (tekst loopt door onder afbeelding)

Schrijven voldoet daaraan. Het verrukkelijk eenzame proces van een wereld op papier scheppen. De interne dialogen met de hoofdpersonen. Met het geluid van het krassen van mijn vulpen op papier als het enige gezelschap. Een verhaal dat onder mijn handen groeit.

Dirigeren voldoet daaraan. Riccardo Muti noemde de bok een ‘isola della solitudine’, een eiland van eenzaamheid. Een optreden is altijd een magische interactie tussen mijn zangers en mij in de ruimte en met het publiek. De myterieuze draadjes tussen mij en de zangers. Maar in de eenzame voorbereiding is muziek de enige partner. De nootjes, de interpretatie, wat wil ik zeggen. Wat wil ik overbrengen. Wat mag ik vragen van mijn zangers en wat (nog) niet. (tekst loopt door onder afbeelding)

Zowel bij het schrijven als bij het dirigeren gaat het in die eenzaamheid nog niet eens over het eindresultaat. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Het is voor mij het meest bevlogen proces dat er bestaat, de weg er naar toe, ongeacht de uitkomst.

De eenzame weg naar het einde van een verhaal. Het lange pad naar het uitvoeren van een muziekstuk.

Beiden gaan uiteindelijk over verbinding. Het glorieuze moment dat een lezer van mijn ruwe eerste draft niet wil ophouden met het ontcijferen van mijn kriebelige handschrift. Het spectaculaire moment dat ik het voel in mijn ruggengraat als de muziek ons publiek raakt.

Dat is geheel iets anders dan een bejaarde starend uit het raam, met als enige menselijke contact de haastige thuiszorger. Is het niet wonderlijk dan dat juist het lezen van een verhaal en het luisteren naar muziek de eenzaamheid kunnen transformeren naar een weldadig alleen zijn?


MRT16 Night of Light in de Dom
Openbaar · Georganiseerd door Night of Light in de Dom

Geplaatst in Beelddenken, muziek | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en dat krijg je ervan

Solliciteren

Let op : Elke overeenkomst met de realiteit berust louter op de fantasie van de lezer.

Sinds ik ben gestopt met ondernemen (07012019 red.), val ik onder de participatie wet (Pw 2015). In het kort komt dat er op neer dat de regels zijn aangescherpt, in de praktijk dat alles wat je zegt en doet wordt gecontroleerd. Ik stemde er volledig mee in, tot verbazing van de twee mij toegewezen ambtenaren en gaf aan binnen 2 weken aan het werk te willen zijn.

Of ik wel helemaal in de realiteit stond? (Ze waren net op cursus geweest denk ik) Ik moest me toch zeker gaan voorbereiden op 3 maanden teleurstellingen en afwijzingen. Ondertussen zouden zij vast uitkijken naar passend vrijwilligerswerk om de tijd door te komen. Bovendien zouden zij altijd beschikbaar voor me zijn, behalve vrijdags en weekends dan, mocht ik verdwalen in de regels of het niet meer zien zitten.

Ik had niets te verliezen, noch iets te bewijzen. Ik wilde gewoon aan het werk en wel asap. Na een paar dagen geconcentreerd zoeken, solliciteren is een fulltime baan, was ik ingeschreven bij 6 uitzendbureaus en 4 recruiters. Was mijn cv geheel anno 2019 ge-stream-lined. Had ik 20 motivaties geschreven, check, klik en door.

Cijfers

Even wat cijfers: 2 van de 20 banen waarop ik gereageerd had, wilde ik ook echt hebben. Bij 5 van de 20 sollicitaties kreeg ik, behalve een automatische bevestiging van ontvangst, geen enkele reactie. Een paar telefoontjes leverde bij deze 5 de reactie op; O. Ja. In de vacature is reeds voorzien, succes met solliciteren. Van de overige 15 kreeg ik onmiddellijk, dat is; binnen het uur, inderdaad 5 afwijzingen. De reacties varieerden van; wij vinden u te hoog gekwalificeerd voor deze functie tot; u past niet bij de jonge uitstraling van ons merk. Dat laatste is overigens verkapte leeftijdsdiscriminatie maar hé, kniesoor die daar op let. Verder, hoe verrassend, 10 uitnodigingen om of een assessment, al dan niet online, aan te gaan en/of op gesprek te komen. Of ik daar wel bewijzen van wilde aanleveren dan want binnen de participatie wet geloven wij u natuurlijk niet op uw woord.


Ik had me toch ineens een volle agenda.

Na veel aandringen van hun kant kon ik ook nog een tweede gesprek bij ‘mijn’ ambtenaren er tussen proppen. Wat denk je? Gaat het vriezen en sneeuwen! Krijg je op voorhand al een plusje bij de eerste indruk als je als de verschrikkelijke sneeuwman op je e-bike arriveert bij het bedrijf.

De assessments, zowel online als live, waren erg leerzaam en zelfs wel leuk. Je leert weer even wat over jezelf, waar je staat. Waar ook alweer je sterke en zwakke kanten zitten en hoe zich dat verhoudt. De gesprekken verliepen naar mijn zin. Ik zag het als een spel, had niets te verliezen en bleef vooral trouw aan mezelf. Gevolg van heel hard werken aan mezelf de afgelopen twee jaar. Dit is wie ik ben en als dat niet past binnen uw bedrijf dan heeft u pech. Zoiets. Niet bepaalt de houding zoals ik had moeten leren van ‘mijn’ ambtenaren natuurlijk, maar hé, ze controleerden wel veel; ze zaten nog steeds niet bij de gesprekken.

Lang verhaal kort; De allereerste sollicitatie en het allereerste gesprek van ruim 3 uur leverde een baan op, fulltime, met veel doorgroeimogelijkheden richting coaching, leidinggeven en trainen. Het was meteen een match, we waren super enthousiast over elkaar. Goede secundaire arbeidsvoorwaarden en starten met ruim 6 weken training.

Dat krijg je ervan als je niet volledig in de realiteit staat.

Ondertussen had ik nog maar 1 ambtenaar over. Deze reageerde wat zuur op mijn toch wel lichtelijk nananana mailtje dat ik een baan had, binnen 2 weken. Ik had namelijk moeten overleggen met ze. Dan hadden zij daar toestemming voor kunnen aanvragen. Nu zette ik ze voor het blok. Nu zou ik waarschijnlijk gekort gaan worden op de uitkering die ik sowieso waarschijnlijk niet zou gaan krijgen door het aanvaarden van een baan binnen 2 weken na de aanvraag van de bijstand. Bovendien ontsloeg mij dit niet van de plicht om nog even 5 bewijzen van sollicitatie in te leveren voor de komende week. Voor banen waar ik niet zou gaan werken want ik had immers een baan, maar dat mocht ik dan weer niet vertellen. Maar hé, ik heb de Pw niet verzonnen.

De relatie leek zich even te verdiepen. Het waarschijnlijk allerlaatste gesprek beëindigde ik met de vraag of ze ’s avonds nog gelukkig was met zichzelf als ze na een dag hard participatiewetwerken in de spiegel keek. Dat was even schrikken. Nou ja, zij kreeg het ook allemaal maar opgelegd, het was niet allemaal haar keus, dat moest ik begrijpen, zij voerde louter de wet uit. Kwam toch even de mens achter de ambtenaar tevoorschijn.

Maar hé, wtf, ik heb een leuke baan, zij niet.

Geplaatst in Beelddenken, Maatschappij | Getagged , , , , | 2 reacties

Beelddenker is gestopt

Met ondernemen.

Ik heb een tijdperk afgesloten. Met pijn in het hart om het werken met de mensen zoals ze bij me kwamen en zoals ze weer gingen. Met rust in het hart omdat het ondernemen gewoon niet in mijn bloed zit. Dat heeft even geduurd om dat toe te geven, met alle gevolgen van dien. Ik kan er in elk geval nooit spijt van hebben dat ik het niet geprobeerd heb. Na alle perikelen om een eigen bedrijf af te sluiten en een baan te vinden, komen er ongetwijfeld andere mooie nieuwe dingen op mijn pad als multipotentialist.

Dat vertrouwen is er naast het verdriet om wat voorbij is.

Een diep dankjewel aan alle kinderen en hun gezin dat ik een stukje mee mocht lopen en je kon laten zien hoe dingen misschien anders zouden kunnen. Een diep dankjewel aan de leerkrachten met de moed om te veranderen. Een diep dankjewel aan de vele collegae voor de wederzijdse inspiratie, het vertrouwen, de samenwerking. Dat jullie nog maar veel mensen mogen zien voor wie ze zijn.

Dit blog mag gelukkig blijven bestaan, op persoonlijke titel. Want mettertijd zal ik weer willen bloggen over wat ik tegenkom op mijn nieuwe weg. Alle kennis en ervaring neem ik met me mee en zal altijd van pas komen. Wie weet in welke droombaan ik dat nog mag gaan gebruiken. Het onderwijs, anders leren, (probleem)gedrag en de vaak prenatale oorzaken, ik zal het altijd een warm hart blijven toedragen.

Wat nu?

Veel gedoe en geregel met belastingdienst en gemeente en andere instanties. Zorgvuldig nog een enkele cliënt overdragen. Wegwijs gemaakt worden in het woud van het UWV. De eerste sollicitatiegesprekken heb ik al gehad. Er is veel werk ontdek ik. Het lijkt wel of er minder kandidaten dan banen zijn. Of ik val gewoon op natuurlijk :-). Ik ga het zien en meemaken.

Naast de verwarring die het afscheid nemen ook allemaal met zich meebrengt, geeft het ook al veel rust in hoofd en hart. En tijd. Om te schrijven. Het is nooit te laat om aan mijn jongensdroom te beginnen en nu maar eens dat boek te schrijven wat ik altijd al had willen lezen. Tijd om mijn koor te leiden met nieuw uitdagend repertoire. Tijd om in de stapels nog ongelezen boeken te duiken. Tijd voor mij!

We blijven elkaar tegenkomen, hier of elders, online en offline. Ik ben dan wel geen ondernemer meer, ik ben nog steeds wie ik ben.

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , | 6 reacties

Beelddenker en het uiten van wat wij voelen

Mijn meest gelezen blog uit 2018

voelen maarten smit Het uiten van wat wij voelen is voor ons beelddenkers vaak lastig. Vooral als er taal voor nodig is. Bij beelddenken bedoel ik niet een diagnose of een hokje, een labeltje. Het is het gebied waar wij, visueel ingestelde mensen ons in bewegen met het hele spectrum van hoogbegaafdheid, hooggevoeligheid en het bijbehorende gedrag binnen het systeem waarin wij leven.

Wat voelde je?

Hij wiebelde, keek van me weg en wreef met zijn handen over zijn armen. Hij vertelde over een gebeurtenis met impact die je op die leeftijd niet zou moeten hoeven ervaren. “Stekelig was het”,  kwam er na enige tijd uit, ‘maar ook wel in mijn buik of zo”. Ik knikte en vroeg: “Hoe groot was het gevoel?” Zijn armen gingen uit elkaar, zijn ogen werden schoteltjes; “Heel, heel groot”. Hij slaakte een diepe zucht en knipperde zijn tranen weg. “Dat hè”, zei ik. “Ja. Dat”, fluisterde hij.

“Dan weet je dus nog niks”, snerpte zijn moeder door de beladen stilte, “hij kan toch gewoon vertellen wat hij voelt?” Haar handen zwabberden in een machteloos gebaar omhoog en vielen weer in haar schoot. Het uiten van wat wij voelen is complex. Het luisteren naar een uiting van gevoel van je in beelden denkende kind of partner of collega, als taaldenker lijkt zo mogelijk nog ingewikkelder.

Wij beelddenkers onder elkaar hebben vaak maar een half woord, een enkel beeld nodig om het gevoel van de ander te bevatten. Soms een extra woord om te checken of het klopt wat je hoort dat de ander voelt. Als ik de tijd en de gelegenheid neem om onze multi-dimensionale manier van voelen uit te leggen aan de ‘platlanders’, dan ontstaat er ineens begrip. Daar is behoefte aan; uitleggen wat voor mij zo natuurlijk en vanzelfsprekend is dat ik er vaak niet eens aan denk om dat te doen. Voor taaldenkers kan dit ook een ontdekkingsreis zijn hoe complex je gevoel eigenlijk is.

Gevoel komt als een plaatje binnen.wat wij voelen maarten smit

Een kleine zwart wit foto, een kleurrijke dia, een mistig beeld, een 3 dimensionale film. Het kan van alles zijn hoe een gevoel in ons hoofd binnenkomt. Hoe ziet dat gevoel er uit? Wat zie je? Hoe is het met de kleuren? Hoe groot is het plaatje? Waar sta je ten opzichte van dit beeld?

Gevoel is geluid

De beelden opgeroepen in een gevoel hebben altijd geluid in ons hoofd. Hard of zacht, een enkel repeterend geluid of een volledig orkest, maar altijd gaat gevoel gepaard met geluid.  Is er ook geluid bij dit gevoel? Wat hoor je bij dit gevoel?  Hoe hard is het geluid?

Gevoel is een beweging

Zoals rennen door het korenveld. Zwemmen in gitzwart water. Achterover duiken van de hoogste duikplank. Welke beweging zie je? Welke beweging zou je willen maken bij dit gevoel? Wat gebeurt er als je het even stilzet?

Gevoel is smaak

Verliefdheid bijvoorbeeld heeft voor mij de smaak van verse aardbeien uit eigen tuin. Het was mijn beste verleidingsmanoeuvre ooit om als puber mijn eerste echte zoen te beleven. Onze lippen smaakten naar de net verorberde aardbeien. Als ik een gevoel van verliefdheid ervaar en dat in taal moet beschrijven begin ik dus over de smaak van aardbeien. Tja. Dan heb ik eerst wat uit te leggen, nog voor ik aan het gevoel zelf toe kom.  Wat proef je bij dit gevoel? Welke smaak heeft dit gevoel? 

Gevoel is geur

Herinneringen worden vaak opgeroepen door geuren. Gevoel komt bij ons binnen als geur en ja, verbonden aan de eerste keer dat we een specifieke geur verbonden aan dat gevoel. Zo komt een pijnlijk invasief en belastend gevoel bij mij binnen als de smerige geur van Miss Blanche sigaretten. De rook bijna tastbaar. Als je aan dit gevoel denkt, welke geur ruik je dan? Welke geur hoort bij dit gevoel? 

Gevoel is zintuiglijk, koud of warm

Kippenvel of juist zweten, jeuk of een steek in mijn zij. Mijn opgeroepen gevoel is multi zintuiglijk met spontane lichamelijke gewaarwordingen. Een tinteling van de hoofdhuid, oorsuizen, droge mond. Zodra ik het gevoel heb onder druk gezet te worden wrijf ik met mijn handen over mijn armen.  Wat doet je lijf bij dit gevoel? Waar in je lijf voel je dit gevoel? 

Gevoel is een totaalbeleving

Zoals wij denken van uit het totaalbeeld is ook ons gevoel een totaalbeleving van alle zintuigen en alle beeldvormen. Het dringt zich onmiddellijk in zijn geheel aan ons op. Elk gevoel is zo een verhaal op zich. Moeilijk in een paar zinnen weer te geven. Als je naar dit plaatje, deze film, van je gevoel kijkt, wat komt er dan in je op? Klopt het plaatje zo? Is er nog iets wat je wilt veranderen? 

Gevoel is caleidoscopisch

Als ik dan probeer dit samen te vatten in platte taal dan haal ik voor mijn gevoel 🙂 1 dimensie uit mijn context. Met als gevolg dat men je wat glazig aanstaart of in het beste geval vraagt wat je nu bedoelt, wat je nu echt voelt. Wat wij voelen is een complete speelfilm met een caleidoscopische ervaring aan zintuigen. Door slechts 1 visueel onderdeel te beschrijven in taal is het alsof je een regie aanwijzing leest in een script van een film die je niet kent. Door bij elk onderdeel van het gevoel stil te staan komt het beeld tot leven.

Gevoel beschrijven kost tijd

geen tijd om te voelen maarten smit Als ik bij meer of mindere traumatische ervaringen aan mijn meestal in beeldende denkende cliënten vraag om het gevoel te beschrijven wat erbij hoort, om naar dat gevoel toe te gaan, dan kan dat zomaar een hele sessie in beslag nemen. Bij mij kan dat. De hierboven beschreven lagen in onze multi dimensionale, multi zintuiglijke gevoelsbeleving kunnen je helpen het gevoel van de in beelden denkende ander te vertalen naar taal. Met de vragen kun je samen het gevoel verder in kleuren. Het helpt ons te focussen op wat we nu werkelijk voelen en het helpt jou ons te begrijpen. Het kost alleen tijd en rust.

Misschien is dat wel deel van het probleem. 

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Dan zal god ook wel niet bestaan

Hij was boos.

Razend ! De acht jarige Frank had zijn sinterklaas surprises al stuk getrapt. Met een driftige zwaai had hij de treintjes in het kerstlandschap van zijn tafel gemaaid. De vulling van zijn kussen lag door de hele kamer. Nu wist hij niet meer hoe hij nog meer boos kon zijn. De tranen sprongen uit zijn ogen. Hoe konden ze.

Hij had eerder die dag tegen zijn moeder aangeleund op de bank gezeten. Het eten pruttelde in de keuken, de tafel was gedekt. Ze hadden, zoals vaker, even een momentje samen, voor zijn zussen en zijn vader binnen kwamen om te eten. Soms las moeder voor of ze keken gewoon naar het dansen van de vlammetjes. Lekker kroelen. ‘Het wordt tijd dat ik je iets vertel’, was moeder begonnen. Haar stem klonk serieus. Frank keek haar aan. ‘Je bent nu oud en wijs genoeg om te weten dat Sinterklaas niet bestaat. Papa en mama kopen de kadootjes.’ De rest had hij niet eens meer gehoord. Hij kon het niet geloven. Hadden ze hem al die tijd voorgelogen. Alle volwassen, ook de meester en de juffen? ‘Sinterklaas bestaat niet’, brieste hij, ‘en de kerstman dan?’ Moeder schudde haar hoofd. ‘Nee, bestaat ook niet’. Het was niet eerlijk. Hij voelde zich verraden.

‘Dan zal god ook wel niet bestaan.’

Had hij geschreeuwd. Hij had haar antwoord niet eens afgewacht maar was de kamer uitgerend, de trap op gedenderd, met alle deuren gesmeten en nu zat hij op zijn kamer. Mateloos verdrietig te zijn. Sint, de Kerstman, god. Het waren dus allemaal leugens. Wat was er dan nog meer niet echt? Waren zijn ouders misschien helemaal niet zijn ouders? Het raasde maar door in zijn hoofd. De ene verschrikkelijke gedachte tuimelde over de andere heen. Hij gooide zich op bed, zocht zijn IPad, frummelde de oortjes van de koptelefoon in en sloot zich af voor de huisgeluiden met zijn muziek. Hij ging niet naar beneden om te eten en besloot dat hij ook geen kerst zou vieren dit jaar.

Na een lange tijd voelde hij zich niet beter maar wel wat rustiger. Hij deed de muziek uit en merkte dat het stil was in huis. Zijn zussen hadden kerstviering van hun school vanavond, herinnerde hij zich. Daar zouden ze nu wel heen zijn allemaal. Dan was oma er om op hem te passen. Zij zou het begrijpen, zij begreep altijd alles. Hij ging naar beneden. De huiskamer was opgeruimd, de vaatwasser zoemde, de kaarsjes branden. Oma zat rustig op de bank. Ze deed niks. Dat kon Oma en dat was zo fijn aan haar. Hij kroop naast haar. Een poosje zeiden ze niets.

‘Ik ga dit jaar geen kerst vieren’,  zei Frank tenslotte. Oma knikte. ‘Ja, dat begrijp ik.’ Ze sloeg haar arm om hem heen en vroeg; ‘Ben je erg boos op ons?’ Frank knikte driftig. De tranen prikten alweer achter zijn ogen. ‘Ik vind het gemeen. Jullie hebben allemaal gelogen.’ Hij maakte zich los en keek haar aan. ‘Waarom?’ Oma keek hem aan, zoals alleen oma’s dat kunnen en hield haar hoofd schuin. ‘We hebben allemaal geloofd dat Sinterklaas bestond, totdat onze ouders ons vertelden dat zij de kadootjes kochten. Ik was ook heel verdrietig toen ik dat ontdekte.’

‘O. Dus iedereen doet er aan mee’, concludeerde Frank verbaasd. Oma knikte alleen maar. ‘Het is even schrikken he. Maar hoe wil jij geen kerst vieren dit jaar?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou, gewoon. De kerstboom moet er uit en dan zie ik wel verder.’ Oma deed haar wenkbrauwen omhoog, keek naar de opgetuigde kerstboom en zei toen; ‘Dat is misschien wel een heel goed idee. Zal ik je daarbij helpen?’ Frank klaarde op. Dat had hij niet verwacht. Hij sprong op en pakte Oma’s hand. Hij trok de stekker uit het stopcontact en samen haalden ze een voor een de lichtjes uit de boom. Alle ballen gingen in de dozen die nog in de schuur stonden. Oma deed alles in grote kratten en bracht het naar achteren.

Daar stond de lege kale boom. Dat voelde goed, dacht Frank, ‘en nu leggen we hem buiten neer.’ Ze zeulden de boom door de gang, door de voordeur en legden hem op de tegels voor het raam. ‘Mag ik hem verbranden Oma?’ ‘Nee joh’, reageerde Oma, ‘dat is te gevaarlijk hier zo dicht bij het huis. Misschien kun je dat morgen samen met papa doen op een plek waar het veilig is.’ Daar baalde hij van. Zo was het nog niet af. Hij wilde vuur zien om zo zijn laatste boosheid te verbranden. Gedwee ging hij echter mee naar binnen. Oma zei niets van de chaos op zijn kamer toen ze hem naar bed bracht. Ze pakte een nieuw kussen uit de kast op de overloop en kuste hem welterusten.

Slapen kon hij niet. Hij moest en hij zou die kerstboom verbranden, hij kreeg het niet uit zijn hoofd. Dan pas was het klaar. Of zo. Na heel wat woelen en draaien stond hij op. Hij pakte de oude gehavende zippo van zijn opa uit zijn doos met schatten achter in zijn kast. Er kwam nog een vlammetje uit. Dat was vast genoeg om de boom in de hens te steken. Zachtjes liep hij op zijn kousen zijn slaapkamer uit. Nog zachter sloop hij de trap af. Hij wist precies welke treden kraakten. De voordeur piepte even en hij hield zijn adem in of hij iets hoorde uit de huiskamer. Maar nee. Hij legde de deurmat op de drempel zodat de deur niet dicht zou vallen en viel op zijn knieën. Hij hield het kleine vlammetje bij een tak van de boom. Er knetterde wel iets, het smeulde een beetje maar echt branden deed het niet. Net toen de tak leek te gaan gloeien ging de vlam van de aansteker uit. Hij zuchtte. Jammer. Leeg. Teleurgesteld ging hij zachtjes weer naar binnen en naar boven.

Frank werd wakker van een rare piep. Hij was blijkbaar toch in slaap gevallen maar nu piepte er iets beneden, niet even maar voortdurend. Wat was dat? Hij sprong zijn bed uit en deed zijn kamerdeur open. Het geluid kwam van beneden. Bij de deur van de huiskamer rook hij een branderige lucht. Binnen zat Oma op de bank te dutten. Buiten het raam zag hij vuur. Was de kerstboom toch gaan fikken? ‘Oma’, riep hij en schudde haar wakker. Oma schrok op. ‘Er is brand’. Ze keek in de richting waarin Frank wees en zag de vlammen en de rook. Ze pakte haar telefoon uit de tas en belde 112. ‘Pak alle handdoeken die je kunt vinden in de badkamer’, zei ze toen kalm tegen Frank. Hij rende naar boven en kwam met stapels handdoeken naar beneden. Oma maakte ze nat en samen haalden ze de vensterbank leeg en legden de druipende handdoeken tegen het kozijn. Misschien zou dat het vuur lang genoeg tegenhouden. Daarna nam ze Frank mee naar de achterkamer en wachtten ze vol spanning op de komst van de brandweer.

‘Bats’. Met een enorme knal versplinterde de grote voorruit in honderden kleine stukjes. Frank sprong in de lucht van schrik. Op hetzelfde moment reed de brandweer loeiend de straat in. De mannen sprongen de wagen uit. Buren kwamen naar buiten en volgden alles nieuwsgierig. Oma liet een van de mannen binnen terwijl de anderen aan het blussen sloegen. Hij bekeek de situatie, schatte het gevaar in en vroeg toen of ze allebei in orde waren. Dat waren ze. Op de schrik na dan. Het vuur was snel geblust. Het kozijn was wel geblakerd maar had gelukkig niet echt vlam gevat. Er zou iemand komen om voor vannacht planken voor het gapende gat te slaan en dan moesten ze morgen maar bellen met de verzekering en een glaszetter.

Een jonge brandweerman uit de straat, Frank kende hem wel, kwam nog even binnen en vroeg; ‘Waarom lag de kerstboom buiten? Kerst moet toch nog beginnen?’ Oma keek naar Frank, Frank keek naar Oma. ‘Eh, nou, eh, ik wil geen kerst meer vieren.’ De brandweerman keek hen om beurten aan en knikte eens. ‘Juist. Hebben jullie nog iemand voorbij zien komen misschien? Jongelui die een geintje wilden uit halen? Zijn ogen bleven rusten op Frank. Hij kroop een beetje achter Oma weg en bekende schoorvoetend dat hij de boom in de fik had willen steken, maar dat de aansteker leeg was en dat hij niet wist dat de boom toch was gaan branden. De jonge man keek nu heel verbaasd maar ook geïnteresseerd. Oma legde alles uit. Hoe Frank teleurgesteld was omdat hij net gehoord had dat Sinterklaas niet bestond en de Kerstman ook niet. Dat hij daarom geen kerst meer wilde vieren en ze samen de boom hadden afgetuigd. ‘Dat is ook niet niks nee’, knipoogde de brandweerman glimlachend naar Frank, ‘dat weet ik zelf nog goed hoe stom ik dat vond toen ik ontdekte dat mijn ouders voor Sinterklaas speelden. Maar eh, je hebt geluk dat de brandweer wel echt bestaat. Of niet dan?’ Oma liet hem uit en stuurde daarna Frank naar de douche.

Hij stond heel lang onder de warme stralen tot hij geen brandlucht meer rook. Het leek ook wel of al zijn boosheid wegspoelde, zo het putje in. In een schone pyjama en met zijn dikke pluizige kamerjas aan ging hij naar beneden. Daar was het een drukte van belang. Hij maakte zich klein op een stoel. Vader en moeder en zijn zussen waren binnen gekomen en riepen door elkaar terwijl Oma probeerde te vertellen wat er gebeurt was. Pas toen de gemoederen bedaard waren en de zussen naar boven verdwenen zagen vader en moeder hem. Oma ging naar huis en streek hem nog even over zijn natte haar. ‘Het is allemaal goed, jongen, het is allemaal goed’, zei ze.

Zijn ouders gingen tegenover hem op de bank zitten. Vader met een frons op zijn voorhoofd. Moeder zat voorovergebogen op het randje met haar handen in elkaar geslagen. Ze keek hem niet aan terwijl ze sprak. ‘Frank, ik wil je mijn excuses aanbieden. Wij willen je onze excuses aanbieden.’ Hoorde hij dat nu goed? Hij had bijna het hele huis in de brand gezet, ze hadden wel dood kunnen zijn en zijn moeder ging sorry zeggen? ‘Heel vaak heb ik niet in de gaten dat jij anders in elkaar steekt dan je zussen.’ Ze keek even op naar zijn vader. ‘Dat dingen voor jou en mij soms anders binnenkomen dan bij je moeder en bij je zussen’, vulde hij aan, ‘heftiger, zeg maar.’ Moeder knikte.

Zag hij nu een traan bij haar naar beneden vallen? ‘Ik ben er te nuchter voor en neem vaak niet de tijd om jou te begrijpen. Dus sorry daarvoor.’ Hij stond op en liep naar zijn moeder. Zij deed haar hoofd omhoog en keek hem met betraande ogen aan. ‘Je hebt ons wel laten schrikken hoor’, snifte ze, terwijl Frank haar tranen wegveegde. Ze knuffelden en spraken nog lang over alles na. Hoe je als gezin het samenzijn kunt vieren, ook zonder Sint, zonder Kerstman. Frank had veel om over na te denken. Wat hij misschien nog wel het fijnste vond was dat papa en hij dus op elkaar leken. Dan kon hij eens vragen hoe hij dat dan deed als hij boos werd.

Uiteindelijk werd er die nacht nog door iedereen min of meer geslapen.

Een week later op eerste kerstdag werd Frank wakker van een stilte die anders was dan normaal. Hij keek uit zijn slaapkamerraam en zag kleine witte vlokjes naar beneden dwarrelen. Sneeuw. Kerstsneeuw. Zo echt als het maar kon zijn. Beneden had zijn vader de open haard al aan gestoken, de tafel was kerstig gedekt, kaarsjes branden. Het rook naar koffie, vers brood en chocolademelk. In de huiskamer was een nieuw voorruit gekomen die week en alle troep was opgeruimd. Volgende week zou een schilder het kozijn onder handen nemen. Vader gaf hem een mok met warme chocolademelk. Hij kroop bij de haard. Samen slurpten ze het hete vocht naar binnen. ‘Hoe doe jij dat als je boos bent, pap?’ Zijn vader keek hem aan. ‘Dat is een goeie vraag, jongen. Ik vreet hem op, de boosheid. Snap je? Ik slik het in, ik beheers me. Soms trek ik me letterlijk even terug. Jij gooit het er allemaal meteen uit. Dat zou ik ook wel willen. Maar zoals ik het doe en zoals jij het doet is allebei niet echt handig. Zullen we daar samen eens een keer wat aan gaan doen?’ Frank knikte. Dat zou fijn zijn.

Langzaam werd het hele gezin wakker en schoof aan de kerstbrunch tafel. Frank pakte zijn eerste broodje en zag twee extra borden staan. ‘Wie komen er nog meer?’ Op dat moment klonk een harde claxon buiten voor de deur. Hij sprong op. Opa en oma in hun grote Pick-up hadden de sneeuw getrotseerd. Op zijn sloffen begroette hij ze. Opa tilde hem op in zijn grote sterke armen. Oma knuffelde hem wat rustiger maar niet minder intens. ‘Wil je me even helpen Frank?’ Opa liep naar de achterklep. Daar lag een verse kerstboom. ‘O, geweldig’, riep Frank uit, ‘echt gaaf Opa!’

De rest van de kerstbrunch werd een prettige chaos van het optuigen van de kerstboom, eten en drinken en het uitwisselen van cadeaus. Voor het merendeel boeken. Hier gaat Kerst dus om, dacht Frank terwijl iedereen bekeek, dit gevoel. Dat je allemaal anders bent en toch samen en dat dat helemaal goed is.

Fijne feestdagen, hoe je ze ook viert en tot ziens in 2019

Oud & Nieuws 2018

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , | Een reactie plaatsen