Klein, zacht en eenvoudig

Groots en meeslepend wil ik zijn in de zomer. Klein, zacht en eenvoudig in de winter. Ik beweeg mee met de tijd van het jaar en volg de seizoenen, voor zover dat kan. Mijn slaapritme verandert van kort naar lang, mijn eetpatroon gaat van koud naar warm. Om maar eens wat te noemen.

Waar veel in de maatschappij in de vierde of zelfs vijfde versnelling gaat, doe ik aan het einde van september juist een stap terug. Mijn energie bruist vanaf het einde van de winter tot aan het begin van de herfst.

Als het kan is oktober voor mij dan ook vakantiemaand. Rust, reflectie, vitamine D opbouwen in de zon. In de winter verstil ik innerlijk helemaal. Voor nu is het vooral terugkijken en de balans opmaken en weer in balans komen. Het zijn de periodes waarin ik het meest schrijf, lees en mijmer. Minder sociale contacten en al helemaal geen grote evenementen. Veelal offline. Ik kan zonder de externe prikkels, ik hoef niet altijd aan te staan.

Ook mijn werktempo in mijn fulltime baan laat ik dalen. Mijn werkgever zal hooguit merken dat ik van 200% en 6 dingen tegelijk naar 100% ga en stap voor stap alles afwikkel. De afwisseling hierin past bij mij. Jaren geleden met harde lessen geleerd dat het volgen van de natuur voor mij het beste is, mentaal en fysiek. Ik heb een werkplek waar dit mag en kan, doen waar ik goed in ben op mijn geheel eigen manier met stimulerende en inspirerende collegae.

In alle jaargetijden wil ik slapen zolang het donker duurt. In de praktijk betekent het dat ik ’s zomers klaarwakker ben zodra de zon op komt en dat in de winter negen uur slaap nauwelijks voldoende is. Vanaf november gebruik ik een daglichtlamp om in beweging te komen.

In alle jaargetijden fiets ik naar mijn werk, door weer en wind. Voor een gedeelte door de prachtige groene grens tussen Veenendaal en Ede. In de ochtend rij ik naar het licht, in de middag volg ik de zon waar hij ondergaat. Zo ben ik altijd een uur per dag buiten. Het is ook prettig om zo wakker te worden en ’s middags weer een leeg hoofd te krijgen.

Ik kan het je aanraden. Laat niet je omgeving jouw tempo bepalen. Luister naar je lijf dat blij wordt als jij de seizoenen volgt, als jij je behoeftes kent. Ook als gezin kun je het besluit nemen het tempo te verlagen. Nee is een klein woord met een duidelijke boodschap.

***

Op woensdag 22 september – om 21:21 uur precies – vindt de herfstequinox plaats. Dit is het magische moment wanneer de dag en de nacht even lang zijn en de magnetische velden van de zon en de maan gelieerd zijn. De zon staat loodrecht boven de evenaar, wat voor het noordelijk halfrond het begin van de herfst betekent.

***

Mijn boek: Tim en de blauwe draak verschijnt in Januari 2022. Geïllustreerd door Tietia Feikens. Tim woont in Wakkerland. Slapen is hier verboden. Dromen zijn door de Koningin bij wet verboden en erover praten betekent de doodstraf. Tijd om hier verandering in te brengen. Uit het verboden boek dat hij in het geheim heeft gelezen, weet Tim dat dromen en zelfs nachtmerries belangrijk zijn om goed te kunnen slapen. En je wordt er gelukkiger door. Samen met zijn Opa gaat hij op zoek naar de Meesterdromenvanger in Dromenland. De reis alleen is al gevaarlijk. Hopelijk kan hij hen helpen want de Koningin is een geduchte tegenstander. Als het Tim allemaal te lang duurt, gaat hij zelf op onderzoek uit. Is Tim dapper genoeg om ervoor te zorgen dat iedereen weer goed kan slapen? Durft hij te vliegen op een blauwe draak?

Geplaatst in Beelddenken, Natuur, Schrijven | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Klokgelui

Na mijn ochtendschrijfritueel zit ik in mijn schrijfkamer en lees over Griekse mythologie. De deuren staan open, mijn voeten worden verwarmd door de eerste zonnestralen, mijn kat ligt op schoot. Het lijkt een zomerse dag te worden in dit verder kille jaar. Ik kijk af en toe naar ‘mijn’ boom en de voorbijdrijvende wolken, nip aan mijn hete, zoete koffie en mijmer over de kerkklokken van Mirtos. Juist nu op Maria Hemelvaart, wat heel Griekenland uitbundig viert. Dat snerpende gebeier ergens rond half zeven ’s ochtends. Als ik daar ben zit ik altijd rechtovereind in bed om mij onmiddellijk te realiseren dat het vakantie is en dat ik mij nog heerlijk een uurtje om kan draaien. Tot de volgende klokken de stilte verbreken. Oorstrelende vakantiegeluiden.

Hoe anders hier in de zondagochtendstilte. Vanaf half negen beginnen uit alle hoeken de vooral protestantse klokken irritant te klepperen. Geboren en wonend in de biblebelt associeer ik dat nog steeds met het sektarisch conservatisme van toen. Waarin ik geregeerd werd door hel en verdoemenis. Twee keer elke zondag weer in een muffe kerk zingen op hele noten en luisteren naar een klagende stem. Mentale zweepslagen voor de nietige zondaars.

Het zijn klokken.

In Mirtos en Veenendaal.

Niet meer, niet minder.

Het zijn mijn associaties, herinneringen en verlangens (nog zes weken!) waardoor ik de ene anders laat klinken dan de andere. Hoogstens een trigger om me te laten weten waar ik vandaan kom en welke lange weg ik heb afgelegd om te kunnen zijn wie ik ben. Vooral een associatie met een heerlijk dorp ver weg in de zon, toch zo dichtbij.

Want daar is de nieuwsbrief uit Villa Mertiza met een link naar Mirtos, de movie uit 2011. Er verandert weinig in dit oer Griekse dorp, kleine dingen ten goede. Het beeld klopt nog grotendeels. Oortjes in en kijken en luisteren.

Tot de zon mijn gezicht heeft bereikt en de zondagochtendrust weer is hersteld in hoofd en hart.

Geplaatst in Beelddenken, Schrijven | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Beelden rijgen tot een boek

Schrijven is leuk. In mijn ogen. Tot een zeker moment.

Ik heb altijd verhalen in mijn hoofd en vooral in mijn hart. Beeldverhalen. Ik rijg de beelden aan elkaar tot de film klopt. Dan open ik een nieuw schrift en vertaal met zwarte inkt de beelden in woorden, zinnen, het eigenlijke verhaal. Dat laatste is een ononderbroken traag proces rechtstreeks vanuit het hoofd-hart. Schrijven vanuit beeldende chaos. Tevreden mag het schrift de kast in, de eerste versie is geboren.

Tot zover vind ik schrijven leuk. Wat daarna komt is kommer en kwel, bloed, zweet en tranen. Sprak hij dramatisch.

De eerste versie gaat in een word document en dan wordt het schrappen, herschrijven, bloeden. Met tranen in de ogen afscheid nemen van een zin, met evenzovele tranen een nieuwe wending verwelkomen. Het grote chaotische geheel overzag ik, als vanuit een helikopter. Eenmaal afgedaald verdwaal ik in een woud van details. Nog steeds een ruwe versie, gaat het verhaal in de digitale opslag. Schoorvoetend deel ik het dan met proeflezers. Zij vinden iets van het verhaal, ik wil ook dat ze er iets van vinden en tegelijk komt er zo’n plaagstootje van het brein; blijf van mijn kindje af. Zoiets. Met de waardevolle feedback duikt ik opnieuw in het verhaal. Als ik het tenminste niet uitstel, als er zich geen nieuwe ideeën aandienen. Stel je voor dat ik dat kwijtraak als ik het niet meteen uitwerk. Alsof mijn eigen geheugenpaleis ineens zou kunnen verdwijnen.

Herschrijven, schuren, schaven tot het verhaal naakt en weerloos en prachtig voor me ligt. Niets meer aan doen.

De hel is dan nog niet voorbij. De uitgever wil systematisch duizend en een dingen weten van mij. Driehonderd woorden over de schrijver vanuit de derde persoon. Waarom dit verhaal? Waarom deze hoofdpersoon. Waarom schrijf je überhaupt? Het moet ook nog eens in een hokje passen. Ik kom niet weg met ‘voor kids en andere volwassenen’. Genre, categorie en leeftijdsindicatie. Ben ik ineens kinderboekenschrijver. Evenzovele details volgen nog, zoals lettertype, lettergrootte, omslag en illustraties.

Als alles helder is, elk contract ondertekend mag ik nog een laagje dieper. Een redigluurder gaat zich bemoeien met mijn tekst. Daar is nu het wachten op. Kijk ik daar naar uit? Nee en ja. Nee, want het is mijn verhaal, mijn tekst. Ja, want er is ongetwijfeld nog heel veel te leren en wie weet welke nieuwe gezichtspunten ik mag ontdekken. Ja, dat er mensen zijn die uit mijn chaos, stap voor stap een mooi product willen maken. Want dat wordt het omdat het een goed verhaal is.

Schrijven is leuk, schrijven is vakmanschap, net als uitgeven dat is.

Het is het allemaal waard. Tim en de blauwe draak ligt in Januari 2022 in de winkels. Met illustraties van Ties Feikens. Dat je het vast weet. Er komt ook nog een ander verhaal van mij in een bloemlezing later in 2022, maar de deadline is al augustus van dit jaar. Uitgeven is net als schrijven een langzaam proces. Dus ik mag weer nieuwe beelden tot een nieuw verhaal rijgen in een nieuw schrift.

Schrijfplek Maarten Smit, auteur van Tim en de blauwe draak.
Mijn nieuwe inspiratieplek in Mirtos op Kreta. Ik kijk uit naar de vele schrijfuren daar.

*****

Zoek je ook rust en ruimte, misschien wel om te schrijven en te lezen? Dan is Villa Mertiza in Mirtos een uitstekend startpunt.

Geplaatst in Beelddenken, Boekenblog, Fiction | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Kort lontje

De wat sneue man stond in het gangpad. Normaal zou ik wachten tot hij was uitgekeken, corona proef als ik ben. Het vak van zijn belangstelling vertelde mij dat het lang kon duren, dus ik duwde mijn karretje naar voren, pakte wat ik nodig had en wilde doorlopen. De wat sneue man had mijn kar al met een driftig gebaar een paar meter verder geduwd.

Mijn gezicht sprak boekdelen.

Je ziet toch dat ik sta te kijken en jij gooit je kar er zo voor. Je moet eens aan je medemens denken.

Mijn volle wenkbrauwen bereikten mijn haargrens. Houd je mond, Smit, maar het was al te laat;

Ik snap dat je een probleem hebt, maar staren naar de vrouwen shampoos biedt voor die kale kop van je echt geen oplossing.

De wat sneue man had inmiddels vlekken in zijn nek en begon me te duwen. Ik dacht nog, lekker even matten en duwde terug. Oeps, waar komt mijn korte lontje vandaan?

Ineens waren daar de nationaal vertrouwen inboezemende beveiligers. Hun blik verraadde heimelijke vreugde om eindelijk te kunnen doen waar ze voor opgeleid waren. Gestimuleerd door het ons aangapende zondagmiddag publiek.

Daar stonden we dan, briesend, uit elkaar gehouden door de bewaking.

Wat is het probleem heren?

De wat sneue man keek naar beneden.

Hij kon niet kiezen tussen de shampoos voor zijn krullen. Dat duurde me te lang dus verstoorde ik zijn keuzeproces.

De beveiligers keken mij aan met enigszins open mond en vroegen zich af of ze mij serieus moesten nemen of dat ze me niet goed verstaan hadden.

Is dat wat er gebeurde?

De wat sneue man knikte even kort en bleef naar beneden staren.

De beveiligers haalden hun schouders op.

Jammer, niks aan de hand, leek de synchroon uitgevoerde beweging te zeggen.

Niet meer doen hoor, zei de ene terwijl hij wegliep, met zo’n typisch Hollands vingertje.

Nee mam, zei ik zacht en rolde met mijn ogen.

Dat wat minder sneue man, keek op dat moment op. In zijn ogen boven zijn zwarte mondkapje zag ik een glimlach.

Vriendjes? Proestte hij.

Vriendjes! Lachte ik.

Even later liep hij met verende tred naar de kassa met twee verschillende flessen dames shampoo. Hij zou thuis vertellen dat ze hem aangeraden waren door een medemens.

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

50 levenslessen

Van de 64-jarige auteur Regina Brett in mijn favoriete wekelijkse nieuwsbrief van Holistik. Mijn zondagochtend leesvoer, bestaande uit papieren kranten en diverse online nieuwsbrieven. Vandaag met de balkondeur open.

Mijn drie favoriete lessen zijn als volgt;

10. Als het om chocola gaat, heeft weerstand bieden geen zin.

18. Een schrijver schrijft. Als je schrijver wilt worden, schrijf dan.

29. Wat anderen van je vinden is niet jouw zaak.

Wat is jouw Top 3 hieruit?

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Vloeiend luisteren

Ik ga ermee stoppen.

Mijn oren proeven moeheid in zijn stem.

Voor mijn nieuwsgierigheid, wat is de reden hiervoor?

Het interesseert me niet meer wat zich op het wereldtoneel afspeelt.

Uw wereld wordt kleiner?

Ik ga het gesprek aan, zonder protocol.

Ja. Dus zeg maar op. Het zal mijn levensfase zijn. Langzaam mijn carrière loslaten. Bijna pensioen. Mijn werk bepaalt niet langer mijn identiteit.

Herkenbaar, dat laatste. Hoe is dat voor u?

De blik naar binnen.

Voor het eerst?

Ja. Inderdaad…..dus haal mij er maar uit ja?

Ongeduld.

Meteen? Of na de Kerst?

Eh…pfft. De zorg heeft mijn vrije dagen ingetrokken. Kerst werk ik ook. Dus doe maar meteen.

Ik meen zijn berusting te horen.

Meteen dus.

Ja. Het enige belangrijke nieuws voor mij is als er eentje van de IC af gaat. Dat is nog even mijn wereldje en dat is goed.

En dan?

En dan? Het is nog niet zo makkelijk om op te zeggen bij jou. Hij lachte. Een jaar slapen denk ik, minimaal.

Zal ik u dan volgend jaar rond deze tijd wakker bellen?

…..

De stilte duurt. Van mij mag dat.

Doe dat maar.

Tot dan, glimlachen we beiden.

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

NL

Ik snap het wel.

Dat reisadvies voor de Griekse eilanden.

Communicatiefoutje van Buitenlandse Zaken.

Een koortsige medewerker van het ministerie roept in een virtueel overleg dat het op basis van de relatief hoge besmettingscijfers in toeristenstad Amsterdam voor de Grieken niet verstandig is om naar Nederland te komen.

De verantwoordelijke Corona-kleur-code ambtenaar stuurde hierop snel even een mailtje naar zijn thuiswerkende onderdaan, met als onderwerp; Griekse eilanden oranje.

Enthousiast kleurde het zich vervelende afdelingshoofd keurig binnen de lijntjes de wereldkaart opnieuw in, zonder de mail verder te lezen en verspreidde het aangepaste reisadvies.

De rood aanlopende Corona-kleur-code ambtenaar bemerkte de blunder toen het al te laat was. De fout toegeven en herstellen kon helaas niet zonder kleurverlies. Hopelijk zou de min pres zich ook hier weer zonder blikken of blozen uit weten te lullen.

Dus ik snap het wel die Code Oranje. Het valt niet uit te leggen.

IATA Calls for EU States to Adopt Commission’s Proposal on Open Borders

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Zo’n dag

SOMETIMES
by David Whyte

eigen foto ree Maarten Smit
Foto; Maarten Smit If you move carefully through the forest

Sometimes
if you move carefully
through the forest,
breathing
like the ones
in the old stories,
who could cross
a shimmering bed of leaves
without a sound,
you come to a place
whose only task
is to trouble you
with tiny
but frightening requests,
conceived out of nowhere
but in this place
beginning to lead everywhere.
Requests to stop what
you are doing right now,
and
to stop what you
are becoming
while you do it,
questions
that can make
or unmake
a life,
questions
that have patiently
waited for you,
questions
that have no right
to go away.

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

Beschermd: Si le le

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Vul hieronder het wachtwoord in om het te bekijken:

Geplaatst in Beelddenken | Voer je wachtwoord in om reacties te bekijken.

Fields of gold, Klaverveld

Geplaatst in Beelddenken | Een reactie plaatsen

For the love of Camelot

Fanfiction. A merthurian story, inspired by Merlin (BBC series)

Written for Archive of our own.

Chapter 1 First encounter

The young tall countertenor tumbled out of the cab, almost forgot his music, which he didn’t need anyway. His music books kept his hands from wandering. At least one hand. With the other, he tried to smooth his clotted black hair in nervous gestures. He tripped almost over his own long legs, running to the impressive Camelot Music Hall, knowing he was late. At the artist’s entry, he stumbled into an even taller man, tall as a basketball player, with the look of that of a football player. “Ho, ho, young man’, Parcival shouted, “where do you think you are going?” He held him in a firm grip, looked at him with a curious expression and added; “Mr blue-eye?.” “So sorry”, he mumbled, “I er, I am late for the recording of…” “Ah, you must be Mr Emrys hm? Nice! Mr conductor is not particularly fond of divas keeping him waiting. But, I’ll sneak you in, since my friend Gwaine seems to like you”

Merlin followed the handsome caretaker into the basement and up to the scenes. Gwaine played bass in the orchestra and in his free time he accompanied Merlin as a jazz singer. During the last year, since Merlins return to London, they had become good friends. They were greeted upstairs by a rumble of voices and instruments being tuned up. Merlin thanked Parcival and ducked for the first row, unnoticed he hoped, to meet his friend Gwen, first violinist of the Albion Orchestra. She rolled her eyes to him for being late, as always, but hugged him in a warm motherly way. “You can do this”, she whispered. “I know”, he sighed, “I know, if only my body would believe it too!” She showed him his music stand and the technician adjusted the microphones. He waved to Gaius, his uncle, who was standing in the technician stand. Normally he played the clarinet but had no role in this recording. He was here because he was responsible for the condition of the instruments of all members of the orchestra. Merlin remembered spending a lot of his childhood in his workplace in the basement. Slowly the noise went down and fell complete silent the moment their conductor energetically jumped to his central position. He looked at his orchestra and stopped with one eyebrow raised at Merlin. “Who the hell are you, young man”, Arthur Pendragon shouted.

Merlin blushed and stuttered something when he looked at the non-worldly handsome conductor, his blond hair a mess, his gorgeous blue eyes staring at him. Suddenly he felt his magic tingling under his skin. Gwen came to his rescue; “He is your stand-in since your soloist couldn’t make it today. I told you about him. He is my good friend Merlin”. “Ah. Oh, er, yes, of course”, he grunted. “Well, er, welcome, I think.” The intense stare continued. Merlin started to feel more uncomfortable if that was even possible. “Merlin”, Arthur finally said, “there better be some magic in your voice then. Never heard of you and we do not have much time to practice, so you better be good at it”. That was just all Merlin needed to lose what little was left of his self-confidence. “Prat”, he mumbled. To his utter shock, his microphone was on. A somewhat awkward silence fell, some members of the orchestra coughed. Merlin blushed again and hoped the earth would open and swallow him now. Arthur Pendragon roared with laughter, to his surprise and relief. “I heard that. You idiot.” Merlin sighed, hoped it all would be over soon and tried to concentrate on his breath. He fumbled with his ear monitor. The song they were about te record, Eternal source of light, composed by Handel was quite restraining and took good breath control. He knew it by heart. The only reason he was having his music with him was to avoid looking at that Pendragon conductor. He hated him already. Clearly, the rumours were true. And yet, he couldn’t not look at him. Handsome beyond belief he felt he already was head over heels. He had to put those thoughts, those feelings away right here and right now to be able to give some professional performance. Or be filed forever in the dungeons of the Pendragons as ‘not good enough’.

He still felt his magics reassuring presence through his body and he surrendered, as always completely to the music. His voice was clear from the first note, pure, pristine. Immaculate and strong. Once he was singing he forgot the world around him, comfortable and confident.

His eyes still closed when the last note faded. It kept silent. Then members of the orchestra cheered over his performance. He had not expected it. Even Arthur nodded. “Okay, so you CAN sing. That’s good. How did you like it yourself?”

“Fine, I think.” His professional confidence took over. “Only I would like it a little bit slower and I feel I want to stand next to the trumpeter as to me this piece is kind of a duet for the singer and the trumpet.” Arthur raised his eyebrows. Gaius stared at him in surprise. Gwen smiled kind of proud and looked at Arthur. “I was under the belief I was conducting here”, he said bluntly, “but if you want to take over on your first day it is fine by me.” They stared at each other, for a long time like primates over territory.

“You’re the one who asked how I liked it myself”, Merlin snapped, shrugging, still staring back. “Yes. Right.” Arthur was the first to blink. “Will, Gwen, arrange it as his young master said.” There was a hustle of noise when their places were rearranged in the orchestra. “Must you really be that stubborn?” Gaius asked his nephew.
Merlin smiled faintly to Gaius. “What did you think? I’d change overnight?” His uncle sighed and responded: “I love you too, but keeping a bit low profile would make things easier for you.”

All this time Arthur’s look followed every move he made, although he was making conversations with his musicians and giving directions every now and then. Merlin could feel his eyes as if he was actually touching him. He wondered if he made him angry. Being a world-famous conductor, dominant by nature and nurture, and a Pendragon on top of it, he might not be used to a soloist speaking up to him, although he would have to put up with diva-behaviour every now and then.

Little did he care. He only wanted to sing on his own conditions. Although gifted with the most beautiful voice he still was not known out of London because of his behaviour. And he did not mind. He sang in a few jazz clubs to pay the bills, and he loved doing it, especially since he met Gwaine, the sympathetic and gifted bass player. Every now and then he had a part in the well-known oratories around the holidays or easter. He was volunteering in summer music schools and did singing projects at the conservatory. Quite happy with his life, his friends Gwen, Will and Gwaine, he lived with his uncle Gaius in a nice spacious Kensington house. Gaius who taught him everything. On Mondays and Tuesdays, he volunteered in the Kensington hospital at the children’s Oncology. He was magic with kids who were sometimes deadly ill. Not only because of his well-kept secret in performing actual magic but also for his ability to really listen too and comfort the young patients.

Despite his rather outspoken beliefs on singing and performing, he sometimes longed for the big stages. Specifically longing to work with a conductor who understood his needs and his abilities. Gwen believed Arthur could be that one.

“Take two”, he heard Arthur announce. He took his position, close now to the young, dark-skinned trumpeter, who introduced himself as Elyan. “Ah, you are Gwen’s brother. Heard a lot about you. Nice to meet you.” “Nice to meet you too. Always love a brave soloist”, he winked.

The music started. Merlin looked solely at Elyan while singing, who looked back as intense. Their stare gave their performance even more soul, a real duet, pure for the love of music. Arthur took it just a little bit slower than the first take. It was over before he knew it. He felt it was perfect, never had been closer to it. A great relief came over him while he gathered his things and strolled over to Gwen. She beamed at him. “You were wonderful dear”, and she kissed him on his cheek.

Merlin”, Arthur came in their direction, “In my office!” Merlin turned around, raised one eyebrow and said: “I beg your pardon?” Arthur sighed, bent his head and said; “Please? We need to talk. Now” “Kay”, Merlin responded and followed him waving to Gwen en Gaius. They went silent next to each other through the long corridors to his office. “Close the door behind you”, Arthur commanded upon entering the extensive luxury room. A pompous grey desk, some exotic plants, comfy chairs and one wall of only glass, looking out over London. No pictures, paintings or art. “Impressive”, said Merlin. “Yeah, whatever'” Arthur sat on the corner of his desk, arms folded and browses frowned. “Are you always directing your conductor? Merlin sighed en fumbled himself in one of the comfy chairs opposite Arthur’s desk. He stared at Arthur, who stared back, his jaws clenched. “Yes, I do”, nodded Merlin in a soft voice, “whenever I know what I am talking about.” “Ha”, sneered Arthur, “Mister Know It All. Idiot. You made a fool out of me, in front of my orchestra, on your first appearance. Might as well be your last.”

Merlin shrugged. “Pity”. “What am I going to do with you?” Arthur said in response. “I dunno”, Merlin raised his eyebrows and said without thinking: ‘What you have in mind?” Arthur gasped in astonishment, till he saw the little uncertain naughty light in his eyes. “I should throw you out and never work with you again. But, you have such an extraordinary voice, I would never forgive myself if I let you go.” Merlin did not say a word. People complimented him every now and then. He was used to the laurel and praise of Gwen and his mother. But this was different. Besides being a demanding, dominant prat, Arthur was a well-known conductor, extremely musically talented. He founded and funded his own Music Hall, his own orchestra and choir. He was consulted all over the world. And although he rarely accepted it, he was constantly invited to conduct the famous orchestra’s around the world. This arrogant bastard of a gifted conductor seriously complimenting him made him shiver with pride. Maybe for the first time in his entire life.

“But”, Arthur continued, “you have to learn how to behave.”

Merlin stood up and raised his voice: “Behave? Behave! I do what I want and I say what I want about my music.” “Your music?” Arthur closed in on Merlin. Fierce. “When I am conducting it is MY music, I am responsible for the interpretation. Not you, idiot. You just perform as I want you to.” Merlin held his breath. He wanted to shout more to this arrogant prick and at the same time he was crushed with the handsome looks of him, even more now he was angry and so close. To close. He had to back away or kiss those angry lips. Merlin backed away, blushed by his thoughts. He turned around, leapt for the window. Always so angry when people told him what to do and how to behave. His magic buzzed with his anger.

“I could make you famous with one single signature”, Arthur finally said after a long silence. Merlin turned around. His eyes locked with Arthurs.

“I could make you lose all this with less than that”, Merlin responded in a whisper and started to walk out of the office.

Merlin”, Arthur sounded still angry and arrogant but with a kind of sudden despair, Merlin could feel it. “I need your voice”, he said. Merlin stopped, hesitated. Arthur threw his hands in the air. “I have worked with many soloists, many countertenors as yourself. All fine voices, professional, skilful, yet, er, they missed something. The magic I am looking for in singers. People say I am too demanding, to much a perfectionist. But I am not! Because I found my magic voice. You Merlin. You,”

Merlin rediscovered he could breathe after this, this litany. He slowly walked to the door. Standing in the door he turned back to Arthur. He gestured with his long arms and his delicate hands. “I long for a stage like yours. I long to work with someone as gifted as you, mister Pendragon. I love what you do with your orchestra. I love what you do with music. But I can only give you my magic being equals, never subordinate.”

“And then I walked away”, said Merlin with a weary voice to Gaius. They were seated in his cosy kitchen after they cooked dinner together. Empty plates and an almost empty bottle of wine. The April sunset reddening the walls. Gaius had an expression of love and empathy on his wrinkled face and waited some more. “I am what I am”, Merlin said, “I need to love what I do with all my heart. Not being told what to do and how to do it. I simply can’t.”

“I know’, said Gaius and touched Merlin’s arm in a parental loving way. “I know, dear boy. Your talents are your destiny as well as your burden. We will see what happens in the next few days. Maybe I can talk to Arthur?” “Don’t bother”, Merlin said pensive, “I am not a beggar.”

Read the complete story at Archive of our own

Geplaatst in Beelddenken, Fiction, muziek | Getagged | Een reactie plaatsen

Beelddenker en als emotie in de weg staat

Bach

Ik hou van Bach. Dat weet je als mijn blog vaker leest. De ‘bijbel’ ligt op mijn nachtkastje; ‘Music in the castle of heaven’, van John Elliot Gardiner. Ik blader er regelmatig in. Zo’n echt boek boek. Dikke kaft met omslag, bijna gelig dik papier, prachtige foto’s. Gardiner is een verteller. Dat maakt het nog prettiger leesbaar. Hij zet de muziek en zijn eigen passie in een historisch perspectief.

Mijn wereld

Een collega, zo’n heerlijk snelle twintiger vol bravoure ging met zijn vader vorige week voor het eerst naar een uitvoering van de Mattheus. Deel van zijn opvoeding en een vader zoon moment. Hij was oprecht verbaasd over wat deze muziek met hem deed. Hoe het over hem heen golfde. Dat hij regelmatig zijn ogen moest sluiten. En hij had er allerlei vragen over. ‘Ik kreeg even een blik in jouw wereldje.’

Mijn wereld ja. Bach (e.a.) zingen in de Dom in Utrecht laatst en later nog de Johannes in de Geertekerk. Mijn wereld bestaat momenteel uit het dagelijks voeren van gesprekken met FD lezers, schrijven, nog steeds de social media doen voor anderen, nog meer bijklussen om financieel alles op de rit te krijgen en muziek maken dan wel beluisteren. Muziek in het algemeen, zingen/dirigeren in het bijzonder en nog specifieker; Bach. Als levensbehoefte, als basisbehoefte?

Ruht Wohl

Een vriendin kwam langs omdat ze het Ruht Wohl (Johannes) bijna niet kon zingen zonder te huilen. We werkten er samen aan, met effect. Er werd iets anders geraakt wat in de weg stond. Door dat te beleven en vervolgens te verplaatsen kon zij het met gerichte energie en vol overtuiging zingen.

Dat doe ik met mijn koorleden ook. Soms individueel, soms als stemgroep. Als je zo geraakt wordt door wat je zingt dan schreeuwt er als het ware een andere levensbehoefte om aandacht. Dan is er een gevoel dat je nog niet hebt kunnen, willen of mogen zien. Zo vul ik mijn dirigentschap in.

Maar.

Ik zing de Johannes. Omdat het heerlijk is om zelf te zingen en te leren van andere dirigenten. Geen Mattheus meer op dit moment. Bewuste keuze? Ja. Met heel legitieme reden. Dat ik de Johannes mooier vind na 50 jaar Mattheus, dat hij minder smartelijk en minder romantisch dramatisch is. Wat afstandelijker dus….

In de Mattheus vormt de begeleiding van de Christuspartij door hoge strijkersklanken een aureool van smart en medeleven, na de pijnlijke verloochening van Petrus (‘eer de haan drie keer kraait…’) smeekt de mens om ontferming in de altaria ‘Erbarme Dich’. In de Johannes ontbreekt die warmte en empathie. Daar zocht Bach het meer in felle, haast demonische koren, een vertaling van de gevoelens van het volk, dat zich lijkt af te zetten tegen de onaantastbare Jezus, die het lijden aanvaardt.” 

Het zingen van de Johannes heeft voor mij meer uitdaging dan de makkelijker Mattheus, waarvan ik als kind al de noten uit mijn hoofd leerde, voor ik ze kon lezen. De fuga’s zijn ingewikkelder, meer chromatiek, fellere dissonanten. Het vraagt van mij meer voorstellingsvermogen. De intonatie is lastiger, het vergt meer concentratie en vocale techniek.

Emotie

Minder emotie dus? Dat lijkt wel zo. De Johannes raakt ook. Elke noot. Maar zonder de soms pijnlijke historie die ik met de Mattheus heb. Ah!. Heelmeester genees u zelf. Zeker. Werk ik hard aan. Complexe materie. Zoveel emoties staan nog in de weg, die ik eerder niet kon, niet mocht zien. Ze dienen zich een voor een aan, als ik de Mattheus beluister, in kleine stukjes, zachtjes, op de achtergrond. Alsof dat kan, op de achtergrond. Het dringt zich op en raakt aan traumatische Veluwse herinneringen.

Laagjes

Het lijkt op het afpellen van eindeloze laagjes, net zolang tot ik weer bij de zesjarige jongen ben en de Mattheus voor het eerst zijn oren en zijn hart bereikte via dikke langspeelplaten.

Dan staat niets meer in de weg om weer naar hartenlust met gevoel de Mattheus te gaan zingen, zonder dat emotie in de weg staat. Tot die tijd ‘doe’ ik de Johannes, in volle overgave.

Geplaatst in Beelddenken, muziek | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en het wonderschone eiland van de eenzaamheid

Eenzaamheid is een gevoel, sociaal isolement een situatie. Anders gezegd: er is wezenlijk verschil tussen alleen zijn, en je alleen voelen. Uit neuropsychologisch onderzoek naar eenzaamheid is duidelijk dat bij eenzaamheid hetzelfde hersengebied geactiveerd wordt als bij fysieke pijn.

Dan ligt eenzaamheid op het zelfde vlak als je buiten gesloten voelen.

Alleen zijn is een omstandigheid, situatie, toestand, waarin je alleen bent. Hierin ben op jezelf aangewezen, teruggeworpen, met je gevoel en gedachten, waarin je je eigen beslissingen neemt, waarmee je tijd met jezelf doorbrengt, tijd voor jezelf hebt en deze niet tijd niet deelt met anderen.

Het alleen zijn, alleen kunnen zijn, met jezelf. Voor mij is dat wonderschoon. Ik zoek het telkens weer op, ontdek ik. Het kan dat de reden ligt op het hoogsensitieve vlak. Het kan zijn dat de reden ligt in het feit dat ik alles in beelden binnen krijg. Plak er maar een label op als je dat nodig hebt. Voor mij is eenzaamheid, het alleen zijn, een levensbehoefte. (tekst loopt door onder afbeelding)

Schrijven voldoet daaraan. Het verrukkelijk eenzame proces van een wereld op papier scheppen. De interne dialogen met de hoofdpersonen. Met het geluid van het krassen van mijn vulpen op papier als het enige gezelschap. Een verhaal dat onder mijn handen groeit.

Dirigeren voldoet daaraan. Riccardo Muti noemde de bok een ‘isola della solitudine’, een eiland van eenzaamheid. Een optreden is altijd een magische interactie tussen mijn zangers en mij in de ruimte en met het publiek. De myterieuze draadjes tussen mij en de zangers. Maar in de eenzame voorbereiding is muziek de enige partner. De nootjes, de interpretatie, wat wil ik zeggen. Wat wil ik overbrengen. Wat mag ik vragen van mijn zangers en wat (nog) niet. (tekst loopt door onder afbeelding)

Zowel bij het schrijven als bij het dirigeren gaat het in die eenzaamheid nog niet eens over het eindresultaat. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Het is voor mij het meest bevlogen proces dat er bestaat, de weg er naar toe, ongeacht de uitkomst.

De eenzame weg naar het einde van een verhaal. Het lange pad naar het uitvoeren van een muziekstuk.

Beiden gaan uiteindelijk over verbinding. Het glorieuze moment dat een lezer van mijn ruwe eerste draft niet wil ophouden met het ontcijferen van mijn kriebelige handschrift. Het spectaculaire moment dat ik het voel in mijn ruggengraat als de muziek ons publiek raakt.

Dat is geheel iets anders dan een bejaarde starend uit het raam, met als enige menselijke contact de haastige thuiszorger. Is het niet wonderlijk dan dat juist het lezen van een verhaal en het luisteren naar muziek de eenzaamheid kunnen transformeren naar een weldadig alleen zijn?


MRT16 Night of Light in de Dom
Openbaar · Georganiseerd door Night of Light in de Dom

Geplaatst in Beelddenken, muziek | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en dat krijg je ervan

Solliciteren

Let op : Elke overeenkomst met de realiteit berust louter op de fantasie van de lezer.

Sinds ik ben gestopt met ondernemen (07012019 red.), val ik onder de participatie wet (Pw 2015). In het kort komt dat er op neer dat de regels zijn aangescherpt, in de praktijk dat alles wat je zegt en doet wordt gecontroleerd. Ik stemde er volledig mee in, tot verbazing van de twee mij toegewezen ambtenaren en gaf aan binnen 2 weken aan het werk te willen zijn.

Of ik wel helemaal in de realiteit stond? (Ze waren net op cursus geweest denk ik) Ik moest me toch zeker gaan voorbereiden op 3 maanden teleurstellingen en afwijzingen. Ondertussen zouden zij vast uitkijken naar passend vrijwilligerswerk om de tijd door te komen. Bovendien zouden zij altijd beschikbaar voor me zijn, behalve vrijdags en weekends dan, mocht ik verdwalen in de regels of het niet meer zien zitten.

Ik had niets te verliezen, noch iets te bewijzen. Ik wilde gewoon aan het werk en wel asap. Na een paar dagen geconcentreerd zoeken, solliciteren is een fulltime baan, was ik ingeschreven bij 6 uitzendbureaus en 4 recruiters. Was mijn cv geheel anno 2019 ge-stream-lined. Had ik 20 motivaties geschreven, check, klik en door.

Cijfers

Even wat cijfers: 2 van de 20 banen waarop ik gereageerd had, wilde ik ook echt hebben. Bij 5 van de 20 sollicitaties kreeg ik, behalve een automatische bevestiging van ontvangst, geen enkele reactie. Een paar telefoontjes leverde bij deze 5 de reactie op; O. Ja. In de vacature is reeds voorzien, succes met solliciteren. Van de overige 15 kreeg ik onmiddellijk, dat is; binnen het uur, inderdaad 5 afwijzingen. De reacties varieerden van; wij vinden u te hoog gekwalificeerd voor deze functie tot; u past niet bij de jonge uitstraling van ons merk. Dat laatste is overigens verkapte leeftijdsdiscriminatie maar hé, kniesoor die daar op let. Verder, hoe verrassend, 10 uitnodigingen om of een assessment, al dan niet online, aan te gaan en/of op gesprek te komen. Of ik daar wel bewijzen van wilde aanleveren dan want binnen de participatie wet geloven wij u natuurlijk niet op uw woord.


Ik had me toch ineens een volle agenda.

Na veel aandringen van hun kant kon ik ook nog een tweede gesprek bij ‘mijn’ ambtenaren er tussen proppen. Wat denk je? Gaat het vriezen en sneeuwen! Krijg je op voorhand al een plusje bij de eerste indruk als je als de verschrikkelijke sneeuwman op je e-bike arriveert bij het bedrijf.

De assessments, zowel online als live, waren erg leerzaam en zelfs wel leuk. Je leert weer even wat over jezelf, waar je staat. Waar ook alweer je sterke en zwakke kanten zitten en hoe zich dat verhoudt. De gesprekken verliepen naar mijn zin. Ik zag het als een spel, had niets te verliezen en bleef vooral trouw aan mezelf. Gevolg van heel hard werken aan mezelf de afgelopen twee jaar. Dit is wie ik ben en als dat niet past binnen uw bedrijf dan heeft u pech. Zoiets. Niet bepaalt de houding zoals ik had moeten leren van ‘mijn’ ambtenaren natuurlijk, maar hé, ze controleerden wel veel; ze zaten nog steeds niet bij de gesprekken.

Lang verhaal kort; De allereerste sollicitatie en het allereerste gesprek van ruim 3 uur leverde een baan op, fulltime, met veel doorgroeimogelijkheden richting coaching, leidinggeven en trainen. Het was meteen een match, we waren super enthousiast over elkaar. Goede secundaire arbeidsvoorwaarden en starten met ruim 6 weken training.

Dat krijg je ervan als je niet volledig in de realiteit staat.

Ondertussen had ik nog maar 1 ambtenaar over. Deze reageerde wat zuur op mijn toch wel lichtelijk nananana mailtje dat ik een baan had, binnen 2 weken. Ik had namelijk moeten overleggen met ze. Dan hadden zij daar toestemming voor kunnen aanvragen. Nu zette ik ze voor het blok. Nu zou ik waarschijnlijk gekort gaan worden op de uitkering die ik sowieso waarschijnlijk niet zou gaan krijgen door het aanvaarden van een baan binnen 2 weken na de aanvraag van de bijstand. Bovendien ontsloeg mij dit niet van de plicht om nog even 5 bewijzen van sollicitatie in te leveren voor de komende week. Voor banen waar ik niet zou gaan werken want ik had immers een baan, maar dat mocht ik dan weer niet vertellen. Maar hé, ik heb de Pw niet verzonnen.

De relatie leek zich even te verdiepen. Het waarschijnlijk allerlaatste gesprek beëindigde ik met de vraag of ze ’s avonds nog gelukkig was met zichzelf als ze na een dag hard participatiewetwerken in de spiegel keek. Dat was even schrikken. Nou ja, zij kreeg het ook allemaal maar opgelegd, het was niet allemaal haar keus, dat moest ik begrijpen, zij voerde louter de wet uit. Kwam toch even de mens achter de ambtenaar tevoorschijn.

Maar hé, wtf, ik heb een leuke baan, zij niet.

Geplaatst in Beelddenken, Maatschappij | Getagged , , , , | 2 reacties

Beelddenker is gestopt

Met ondernemen.

Ik heb een tijdperk afgesloten. Met pijn in het hart om het werken met de mensen zoals ze bij me kwamen en zoals ze weer gingen. Met rust in het hart omdat het ondernemen gewoon niet in mijn bloed zit. Dat heeft even geduurd om dat toe te geven, met alle gevolgen van dien. Ik kan er in elk geval nooit spijt van hebben dat ik het niet geprobeerd heb. Na alle perikelen om een eigen bedrijf af te sluiten en een baan te vinden, komen er ongetwijfeld andere mooie nieuwe dingen op mijn pad als multipotentialist.

Dat vertrouwen is er naast het verdriet om wat voorbij is.

Een diep dankjewel aan alle kinderen en hun gezin dat ik een stukje mee mocht lopen en je kon laten zien hoe dingen misschien anders zouden kunnen. Een diep dankjewel aan de leerkrachten met de moed om te veranderen. Een diep dankjewel aan de vele collegae voor de wederzijdse inspiratie, het vertrouwen, de samenwerking. Dat jullie nog maar veel mensen mogen zien voor wie ze zijn.

Dit blog mag gelukkig blijven bestaan, op persoonlijke titel. Want mettertijd zal ik weer willen bloggen over wat ik tegenkom op mijn nieuwe weg. Alle kennis en ervaring neem ik met me mee en zal altijd van pas komen. Wie weet in welke droombaan ik dat nog mag gaan gebruiken. Het onderwijs, anders leren, (probleem)gedrag en de vaak prenatale oorzaken, ik zal het altijd een warm hart blijven toedragen.

Wat nu?

Veel gedoe en geregel met belastingdienst en gemeente en andere instanties. Zorgvuldig nog een enkele cliënt overdragen. Wegwijs gemaakt worden in het woud van het UWV. De eerste sollicitatiegesprekken heb ik al gehad. Er is veel werk ontdek ik. Het lijkt wel of er minder kandidaten dan banen zijn. Of ik val gewoon op natuurlijk :-). Ik ga het zien en meemaken.

Naast de verwarring die het afscheid nemen ook allemaal met zich meebrengt, geeft het ook al veel rust in hoofd en hart. En tijd. Om te schrijven. Het is nooit te laat om aan mijn jongensdroom te beginnen en nu maar eens dat boek te schrijven wat ik altijd al had willen lezen. Tijd om mijn koor te leiden met nieuw uitdagend repertoire. Tijd om in de stapels nog ongelezen boeken te duiken. Tijd voor mij!

We blijven elkaar tegenkomen, hier of elders, online en offline. Ik ben dan wel geen ondernemer meer, ik ben nog steeds wie ik ben.

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , | 7 reacties

Beelddenker en het uiten van wat wij voelen

Mijn meest gelezen blog uit 2018

voelen maarten smit Het uiten van wat wij voelen is voor ons beelddenkers vaak lastig. Vooral als er taal voor nodig is. Bij beelddenken bedoel ik niet een diagnose of een hokje, een labeltje. Het is het gebied waar wij, visueel ingestelde mensen ons in bewegen met het hele spectrum van hoogbegaafdheid, hooggevoeligheid en het bijbehorende gedrag binnen het systeem waarin wij leven.

Wat voelde je?

Hij wiebelde, keek van me weg en wreef met zijn handen over zijn armen. Hij vertelde over een gebeurtenis met impact die je op die leeftijd niet zou moeten hoeven ervaren. “Stekelig was het”,  kwam er na enige tijd uit, ‘maar ook wel in mijn buik of zo”. Ik knikte en vroeg: “Hoe groot was het gevoel?” Zijn armen gingen uit elkaar, zijn ogen werden schoteltjes; “Heel, heel groot”. Hij slaakte een diepe zucht en knipperde zijn tranen weg. “Dat hè”, zei ik. “Ja. Dat”, fluisterde hij.

“Dan weet je dus nog niks”, snerpte zijn moeder door de beladen stilte, “hij kan toch gewoon vertellen wat hij voelt?” Haar handen zwabberden in een machteloos gebaar omhoog en vielen weer in haar schoot. Het uiten van wat wij voelen is complex. Het luisteren naar een uiting van gevoel van je in beelden denkende kind of partner of collega, als taaldenker lijkt zo mogelijk nog ingewikkelder.

Wij beelddenkers onder elkaar hebben vaak maar een half woord, een enkel beeld nodig om het gevoel van de ander te bevatten. Soms een extra woord om te checken of het klopt wat je hoort dat de ander voelt. Als ik de tijd en de gelegenheid neem om onze multi-dimensionale manier van voelen uit te leggen aan de ‘platlanders’, dan ontstaat er ineens begrip. Daar is behoefte aan; uitleggen wat voor mij zo natuurlijk en vanzelfsprekend is dat ik er vaak niet eens aan denk om dat te doen. Voor taaldenkers kan dit ook een ontdekkingsreis zijn hoe complex je gevoel eigenlijk is.

Gevoel komt als een plaatje binnen.wat wij voelen maarten smit

Een kleine zwart wit foto, een kleurrijke dia, een mistig beeld, een 3 dimensionale film. Het kan van alles zijn hoe een gevoel in ons hoofd binnenkomt. Hoe ziet dat gevoel er uit? Wat zie je? Hoe is het met de kleuren? Hoe groot is het plaatje? Waar sta je ten opzichte van dit beeld?

Gevoel is geluid

De beelden opgeroepen in een gevoel hebben altijd geluid in ons hoofd. Hard of zacht, een enkel repeterend geluid of een volledig orkest, maar altijd gaat gevoel gepaard met geluid.  Is er ook geluid bij dit gevoel? Wat hoor je bij dit gevoel?  Hoe hard is het geluid?

Gevoel is een beweging

Zoals rennen door het korenveld. Zwemmen in gitzwart water. Achterover duiken van de hoogste duikplank. Welke beweging zie je? Welke beweging zou je willen maken bij dit gevoel? Wat gebeurt er als je het even stilzet?

Gevoel is smaak

Verliefdheid bijvoorbeeld heeft voor mij de smaak van verse aardbeien uit eigen tuin. Het was mijn beste verleidingsmanoeuvre ooit om als puber mijn eerste echte zoen te beleven. Onze lippen smaakten naar de net verorberde aardbeien. Als ik een gevoel van verliefdheid ervaar en dat in taal moet beschrijven begin ik dus over de smaak van aardbeien. Tja. Dan heb ik eerst wat uit te leggen, nog voor ik aan het gevoel zelf toe kom.  Wat proef je bij dit gevoel? Welke smaak heeft dit gevoel? 

Gevoel is geur

Herinneringen worden vaak opgeroepen door geuren. Gevoel komt bij ons binnen als geur en ja, verbonden aan de eerste keer dat we een specifieke geur verbonden aan dat gevoel. Zo komt een pijnlijk invasief en belastend gevoel bij mij binnen als de smerige geur van Miss Blanche sigaretten. De rook bijna tastbaar. Als je aan dit gevoel denkt, welke geur ruik je dan? Welke geur hoort bij dit gevoel? 

Gevoel is zintuiglijk, koud of warm

Kippenvel of juist zweten, jeuk of een steek in mijn zij. Mijn opgeroepen gevoel is multi zintuiglijk met spontane lichamelijke gewaarwordingen. Een tinteling van de hoofdhuid, oorsuizen, droge mond. Zodra ik het gevoel heb onder druk gezet te worden wrijf ik met mijn handen over mijn armen.  Wat doet je lijf bij dit gevoel? Waar in je lijf voel je dit gevoel? 

Gevoel is een totaalbeleving

Zoals wij denken van uit het totaalbeeld is ook ons gevoel een totaalbeleving van alle zintuigen en alle beeldvormen. Het dringt zich onmiddellijk in zijn geheel aan ons op. Elk gevoel is zo een verhaal op zich. Moeilijk in een paar zinnen weer te geven. Als je naar dit plaatje, deze film, van je gevoel kijkt, wat komt er dan in je op? Klopt het plaatje zo? Is er nog iets wat je wilt veranderen? 

Gevoel is caleidoscopisch

Als ik dan probeer dit samen te vatten in platte taal dan haal ik voor mijn gevoel 🙂 1 dimensie uit mijn context. Met als gevolg dat men je wat glazig aanstaart of in het beste geval vraagt wat je nu bedoelt, wat je nu echt voelt. Wat wij voelen is een complete speelfilm met een caleidoscopische ervaring aan zintuigen. Door slechts 1 visueel onderdeel te beschrijven in taal is het alsof je een regie aanwijzing leest in een script van een film die je niet kent. Door bij elk onderdeel van het gevoel stil te staan komt het beeld tot leven.

Gevoel beschrijven kost tijd

geen tijd om te voelen maarten smit Als ik bij meer of mindere traumatische ervaringen aan mijn meestal in beeldende denkende cliënten vraag om het gevoel te beschrijven wat erbij hoort, om naar dat gevoel toe te gaan, dan kan dat zomaar een hele sessie in beslag nemen. Bij mij kan dat. De hierboven beschreven lagen in onze multi dimensionale, multi zintuiglijke gevoelsbeleving kunnen je helpen het gevoel van de in beelden denkende ander te vertalen naar taal. Met de vragen kun je samen het gevoel verder in kleuren. Het helpt ons te focussen op wat we nu werkelijk voelen en het helpt jou ons te begrijpen. Het kost alleen tijd en rust.

Misschien is dat wel deel van het probleem. 

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Dan zal god ook wel niet bestaan

Hij was boos.

Razend ! De acht jarige Frank had zijn sinterklaas surprises al stuk getrapt. Met een driftige zwaai had hij de treintjes in het kerstlandschap van zijn tafel gemaaid. De vulling van zijn kussen lag door de hele kamer. Nu wist hij niet meer hoe hij nog meer boos kon zijn. De tranen sprongen uit zijn ogen. Hoe konden ze.

Hij had eerder die dag tegen zijn moeder aangeleund op de bank gezeten. Het eten pruttelde in de keuken, de tafel was gedekt. Ze hadden, zoals vaker, even een momentje samen, voor zijn zussen en zijn vader binnen kwamen om te eten. Soms las moeder voor of ze keken gewoon naar het dansen van de vlammetjes. Lekker kroelen. ‘Het wordt tijd dat ik je iets vertel’, was moeder begonnen. Haar stem klonk serieus. Frank keek haar aan. ‘Je bent nu oud en wijs genoeg om te weten dat Sinterklaas niet bestaat. Papa en mama kopen de kadootjes.’ De rest had hij niet eens meer gehoord. Hij kon het niet geloven. Hadden ze hem al die tijd voorgelogen. Alle volwassen, ook de meester en de juffen? ‘Sinterklaas bestaat niet’, brieste hij, ‘en de kerstman dan?’ Moeder schudde haar hoofd. ‘Nee, bestaat ook niet’. Het was niet eerlijk. Hij voelde zich verraden.

‘Dan zal god ook wel niet bestaan.’

Had hij geschreeuwd. Hij had haar antwoord niet eens afgewacht maar was de kamer uitgerend, de trap op gedenderd, met alle deuren gesmeten en nu zat hij op zijn kamer. Mateloos verdrietig te zijn. Sint, de Kerstman, god. Het waren dus allemaal leugens. Wat was er dan nog meer niet echt? Waren zijn ouders misschien helemaal niet zijn ouders? Het raasde maar door in zijn hoofd. De ene verschrikkelijke gedachte tuimelde over de andere heen. Hij gooide zich op bed, zocht zijn IPad, frummelde de oortjes van de koptelefoon in en sloot zich af voor de huisgeluiden met zijn muziek. Hij ging niet naar beneden om te eten en besloot dat hij ook geen kerst zou vieren dit jaar.

Na een lange tijd voelde hij zich niet beter maar wel wat rustiger. Hij deed de muziek uit en merkte dat het stil was in huis. Zijn zussen hadden kerstviering van hun school vanavond, herinnerde hij zich. Daar zouden ze nu wel heen zijn allemaal. Dan was oma er om op hem te passen. Zij zou het begrijpen, zij begreep altijd alles. Hij ging naar beneden. De huiskamer was opgeruimd, de vaatwasser zoemde, de kaarsjes branden. Oma zat rustig op de bank. Ze deed niks. Dat kon Oma en dat was zo fijn aan haar. Hij kroop naast haar. Een poosje zeiden ze niets.

‘Ik ga dit jaar geen kerst vieren’,  zei Frank tenslotte. Oma knikte. ‘Ja, dat begrijp ik.’ Ze sloeg haar arm om hem heen en vroeg; ‘Ben je erg boos op ons?’ Frank knikte driftig. De tranen prikten alweer achter zijn ogen. ‘Ik vind het gemeen. Jullie hebben allemaal gelogen.’ Hij maakte zich los en keek haar aan. ‘Waarom?’ Oma keek hem aan, zoals alleen oma’s dat kunnen en hield haar hoofd schuin. ‘We hebben allemaal geloofd dat Sinterklaas bestond, totdat onze ouders ons vertelden dat zij de kadootjes kochten. Ik was ook heel verdrietig toen ik dat ontdekte.’

‘O. Dus iedereen doet er aan mee’, concludeerde Frank verbaasd. Oma knikte alleen maar. ‘Het is even schrikken he. Maar hoe wil jij geen kerst vieren dit jaar?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou, gewoon. De kerstboom moet er uit en dan zie ik wel verder.’ Oma deed haar wenkbrauwen omhoog, keek naar de opgetuigde kerstboom en zei toen; ‘Dat is misschien wel een heel goed idee. Zal ik je daarbij helpen?’ Frank klaarde op. Dat had hij niet verwacht. Hij sprong op en pakte Oma’s hand. Hij trok de stekker uit het stopcontact en samen haalden ze een voor een de lichtjes uit de boom. Alle ballen gingen in de dozen die nog in de schuur stonden. Oma deed alles in grote kratten en bracht het naar achteren.

Daar stond de lege kale boom. Dat voelde goed, dacht Frank, ‘en nu leggen we hem buiten neer.’ Ze zeulden de boom door de gang, door de voordeur en legden hem op de tegels voor het raam. ‘Mag ik hem verbranden Oma?’ ‘Nee joh’, reageerde Oma, ‘dat is te gevaarlijk hier zo dicht bij het huis. Misschien kun je dat morgen samen met papa doen op een plek waar het veilig is.’ Daar baalde hij van. Zo was het nog niet af. Hij wilde vuur zien om zo zijn laatste boosheid te verbranden. Gedwee ging hij echter mee naar binnen. Oma zei niets van de chaos op zijn kamer toen ze hem naar bed bracht. Ze pakte een nieuw kussen uit de kast op de overloop en kuste hem welterusten.

Slapen kon hij niet. Hij moest en hij zou die kerstboom verbranden, hij kreeg het niet uit zijn hoofd. Dan pas was het klaar. Of zo. Na heel wat woelen en draaien stond hij op. Hij pakte de oude gehavende zippo van zijn opa uit zijn doos met schatten achter in zijn kast. Er kwam nog een vlammetje uit. Dat was vast genoeg om de boom in de hens te steken. Zachtjes liep hij op zijn kousen zijn slaapkamer uit. Nog zachter sloop hij de trap af. Hij wist precies welke treden kraakten. De voordeur piepte even en hij hield zijn adem in of hij iets hoorde uit de huiskamer. Maar nee. Hij legde de deurmat op de drempel zodat de deur niet dicht zou vallen en viel op zijn knieën. Hij hield het kleine vlammetje bij een tak van de boom. Er knetterde wel iets, het smeulde een beetje maar echt branden deed het niet. Net toen de tak leek te gaan gloeien ging de vlam van de aansteker uit. Hij zuchtte. Jammer. Leeg. Teleurgesteld ging hij zachtjes weer naar binnen en naar boven.

Frank werd wakker van een rare piep. Hij was blijkbaar toch in slaap gevallen maar nu piepte er iets beneden, niet even maar voortdurend. Wat was dat? Hij sprong zijn bed uit en deed zijn kamerdeur open. Het geluid kwam van beneden. Bij de deur van de huiskamer rook hij een branderige lucht. Binnen zat Oma op de bank te dutten. Buiten het raam zag hij vuur. Was de kerstboom toch gaan fikken? ‘Oma’, riep hij en schudde haar wakker. Oma schrok op. ‘Er is brand’. Ze keek in de richting waarin Frank wees en zag de vlammen en de rook. Ze pakte haar telefoon uit de tas en belde 112. ‘Pak alle handdoeken die je kunt vinden in de badkamer’, zei ze toen kalm tegen Frank. Hij rende naar boven en kwam met stapels handdoeken naar beneden. Oma maakte ze nat en samen haalden ze de vensterbank leeg en legden de druipende handdoeken tegen het kozijn. Misschien zou dat het vuur lang genoeg tegenhouden. Daarna nam ze Frank mee naar de achterkamer en wachtten ze vol spanning op de komst van de brandweer.

‘Bats’. Met een enorme knal versplinterde de grote voorruit in honderden kleine stukjes. Frank sprong in de lucht van schrik. Op hetzelfde moment reed de brandweer loeiend de straat in. De mannen sprongen de wagen uit. Buren kwamen naar buiten en volgden alles nieuwsgierig. Oma liet een van de mannen binnen terwijl de anderen aan het blussen sloegen. Hij bekeek de situatie, schatte het gevaar in en vroeg toen of ze allebei in orde waren. Dat waren ze. Op de schrik na dan. Het vuur was snel geblust. Het kozijn was wel geblakerd maar had gelukkig niet echt vlam gevat. Er zou iemand komen om voor vannacht planken voor het gapende gat te slaan en dan moesten ze morgen maar bellen met de verzekering en een glaszetter.

Een jonge brandweerman uit de straat, Frank kende hem wel, kwam nog even binnen en vroeg; ‘Waarom lag de kerstboom buiten? Kerst moet toch nog beginnen?’ Oma keek naar Frank, Frank keek naar Oma. ‘Eh, nou, eh, ik wil geen kerst meer vieren.’ De brandweerman keek hen om beurten aan en knikte eens. ‘Juist. Hebben jullie nog iemand voorbij zien komen misschien? Jongelui die een geintje wilden uit halen? Zijn ogen bleven rusten op Frank. Hij kroop een beetje achter Oma weg en bekende schoorvoetend dat hij de boom in de fik had willen steken, maar dat de aansteker leeg was en dat hij niet wist dat de boom toch was gaan branden. De jonge man keek nu heel verbaasd maar ook geïnteresseerd. Oma legde alles uit. Hoe Frank teleurgesteld was omdat hij net gehoord had dat Sinterklaas niet bestond en de Kerstman ook niet. Dat hij daarom geen kerst meer wilde vieren en ze samen de boom hadden afgetuigd. ‘Dat is ook niet niks nee’, knipoogde de brandweerman glimlachend naar Frank, ‘dat weet ik zelf nog goed hoe stom ik dat vond toen ik ontdekte dat mijn ouders voor Sinterklaas speelden. Maar eh, je hebt geluk dat de brandweer wel echt bestaat. Of niet dan?’ Oma liet hem uit en stuurde daarna Frank naar de douche.

Hij stond heel lang onder de warme stralen tot hij geen brandlucht meer rook. Het leek ook wel of al zijn boosheid wegspoelde, zo het putje in. In een schone pyjama en met zijn dikke pluizige kamerjas aan ging hij naar beneden. Daar was het een drukte van belang. Hij maakte zich klein op een stoel. Vader en moeder en zijn zussen waren binnen gekomen en riepen door elkaar terwijl Oma probeerde te vertellen wat er gebeurt was. Pas toen de gemoederen bedaard waren en de zussen naar boven verdwenen zagen vader en moeder hem. Oma ging naar huis en streek hem nog even over zijn natte haar. ‘Het is allemaal goed, jongen, het is allemaal goed’, zei ze.

Zijn ouders gingen tegenover hem op de bank zitten. Vader met een frons op zijn voorhoofd. Moeder zat voorovergebogen op het randje met haar handen in elkaar geslagen. Ze keek hem niet aan terwijl ze sprak. ‘Frank, ik wil je mijn excuses aanbieden. Wij willen je onze excuses aanbieden.’ Hoorde hij dat nu goed? Hij had bijna het hele huis in de brand gezet, ze hadden wel dood kunnen zijn en zijn moeder ging sorry zeggen? ‘Heel vaak heb ik niet in de gaten dat jij anders in elkaar steekt dan je zussen.’ Ze keek even op naar zijn vader. ‘Dat dingen voor jou en mij soms anders binnenkomen dan bij je moeder en bij je zussen’, vulde hij aan, ‘heftiger, zeg maar.’ Moeder knikte.

Zag hij nu een traan bij haar naar beneden vallen? ‘Ik ben er te nuchter voor en neem vaak niet de tijd om jou te begrijpen. Dus sorry daarvoor.’ Hij stond op en liep naar zijn moeder. Zij deed haar hoofd omhoog en keek hem met betraande ogen aan. ‘Je hebt ons wel laten schrikken hoor’, snifte ze, terwijl Frank haar tranen wegveegde. Ze knuffelden en spraken nog lang over alles na. Hoe je als gezin het samenzijn kunt vieren, ook zonder Sint, zonder Kerstman. Frank had veel om over na te denken. Wat hij misschien nog wel het fijnste vond was dat papa en hij dus op elkaar leken. Dan kon hij eens vragen hoe hij dat dan deed als hij boos werd.

Uiteindelijk werd er die nacht nog door iedereen min of meer geslapen.

Een week later op eerste kerstdag werd Frank wakker van een stilte die anders was dan normaal. Hij keek uit zijn slaapkamerraam en zag kleine witte vlokjes naar beneden dwarrelen. Sneeuw. Kerstsneeuw. Zo echt als het maar kon zijn. Beneden had zijn vader de open haard al aan gestoken, de tafel was kerstig gedekt, kaarsjes branden. Het rook naar koffie, vers brood en chocolademelk. In de huiskamer was een nieuw voorruit gekomen die week en alle troep was opgeruimd. Volgende week zou een schilder het kozijn onder handen nemen. Vader gaf hem een mok met warme chocolademelk. Hij kroop bij de haard. Samen slurpten ze het hete vocht naar binnen. ‘Hoe doe jij dat als je boos bent, pap?’ Zijn vader keek hem aan. ‘Dat is een goeie vraag, jongen. Ik vreet hem op, de boosheid. Snap je? Ik slik het in, ik beheers me. Soms trek ik me letterlijk even terug. Jij gooit het er allemaal meteen uit. Dat zou ik ook wel willen. Maar zoals ik het doe en zoals jij het doet is allebei niet echt handig. Zullen we daar samen eens een keer wat aan gaan doen?’ Frank knikte. Dat zou fijn zijn.

Langzaam werd het hele gezin wakker en schoof aan de kerstbrunch tafel. Frank pakte zijn eerste broodje en zag twee extra borden staan. ‘Wie komen er nog meer?’ Op dat moment klonk een harde claxon buiten voor de deur. Hij sprong op. Opa en oma in hun grote Pick-up hadden de sneeuw getrotseerd. Op zijn sloffen begroette hij ze. Opa tilde hem op in zijn grote sterke armen. Oma knuffelde hem wat rustiger maar niet minder intens. ‘Wil je me even helpen Frank?’ Opa liep naar de achterklep. Daar lag een verse kerstboom. ‘O, geweldig’, riep Frank uit, ‘echt gaaf Opa!’

De rest van de kerstbrunch werd een prettige chaos van het optuigen van de kerstboom, eten en drinken en het uitwisselen van cadeaus. Voor het merendeel boeken. Hier gaat Kerst dus om, dacht Frank terwijl iedereen bekeek, dit gevoel. Dat je allemaal anders bent en toch samen en dat dat helemaal goed is.

Fijne feestdagen, hoe je ze ook viert en tot ziens in 2019

Oud & Nieuws 2018

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en het is toch niet normaal dat mijn kind zo normaal is?

Aan de keukentafel

De vader, in de weer met de koffiemachine, kwam op mij onzeker over. De moeder was beweeglijk onder een waterval van aaneengeregen zinnen. Ik kwam weer binnen na een kennismaking met hun zoon die buiten bleef spelen met de hond. Blakend van zelfvertrouwen, speels, ondeugend, vrolijk en open. We dronken koffie aan de keukentafel in een Ikea landschap. Ik liet haar taal over me heen komen, luisterde meer naar de boodschap er onder dan naar de betekenis en keek naar het buitenspel van de jongen en zijn grote kameraad. De vader deed af en toe zijn handen omhoog in wat een zwakke poging leek haar te onderbreken. Keek dan naar mij een schudde haast verontschuldigend zijn hoofd. 

Inmiddels was de moeder opgestaan en ging tussen mij en het beeld buiten staan. We betraden de arena. “Luistert u wel?” Ik knikte bevestigend. “Dan begrijpt u dat wij ons ernstig zorgen maken.” Ze hield even in en keek mij vorsend aan. Een hand met opgestoken vinger op mij gericht. “Op grond waarvan”, riposteerde ik? Ik had niets alarmerends gehoord, dacht ik. Niets problematisch gezien. Had ik iets gemist in haar zoon? Had ik iets niet gehoord in de brij van woorden? Haar ogen werden groot en een rode nagel kwam vervaarlijk dichtbij. Ze telde op haar vingers af; “Hij heeft nog nooit een onvoldoende gehaald. Hij maakt nooit ruzie, is altijd vrolijk, eet en slaapt goed.  Hij heeft veel te veel vriendjes naar mijn zin, hij is altijd buiten en zijn kleren zijn altijd vuil en meestal ook nog stuk. Hij is zo ontzettend ondeugend, altijd. Als hij je aardig vindt dan kan hij heel beleefd zijn maar berg je als hij je niet mag. Maar hij is nooit ziek. Nou, dat kan toch allemaal niet goed zijn?”

Jongens leren en leven anders

In een wervelwind aan geluid en beweging kwamen hij en zijn hond op dat moment de keuken in gedaverd. De hond maakte zich meteen meester van mij. Hij smeet zijn laarzen in een hoek en kwam naar me toe. Rode wangen en een zeldzaam open en vrolijke blik. “Skip vindt jou aardig.” Ik kon niets anders dan het beamen vanonder de prachtige wolbaal. Met een kordaat ‘Skip, laag!’ zorgde hij er voor dat de hond onmiddellijk naast me op de vloer gleed. Hij ging voor me staan, half tegen de tafel aan. “Zo doet mijn moeder altijd hoor”, lachte hij ontwapenend, “maar weet je al of je mij kunt helpen?” Ik schudde ontkennend mijn hoofd en zei; “Nee. Ik zou het niet weten. Hoe denk jij dat ik jou zou kunnen helpen?” Hij haalde zijn schouders op en keek naar de modderige gaten in zijn broek. “Misschien hoe ik mijn kleren niet kapot kan maken?” Zijn hoofd schuin, zijn ogen schitterden van plezier, terwijl het leek of hij uitdagend naar zijn moeder keek.

De moeder zeeg op haar stoel neer en trok haar klauwen in, voor even niet bestand tegen de overweldigende charme van haar zoon. Zelfs de vader waagde een kleine glimlach en leek opgelucht. 

Advies

“Ik hoop dat je nog heel veel meer kleren verslijt met buiten spelen dus ga vooral zo door.” Hij grinnikte en knikte. “Ik ga helemaal niets doen aan uw zoon”,  richtte ik mij weer tot de ouders. “Hij heeft geen enkel probleem. U daarentegen wel”, ik had tot mijn verrassing zelf ineens ook een opgestoken vinger in haar richting, “het grote probleem van een heerlijk, gezond en vrolijk kind. Daar kan ik u wel bij helpen want ik begrijp dat zoiets zwaar drukt, maar uw zoon zelf heeft geen enkele hulp nodig”. 

Terwijl de vader, zijn zoon en de hond met mij naar de voordeur liepen steunde de moeder aan de keukentafel; “Maar u kunt mij toch wel iets aanraden?” Het kwartje was nog niet gevallen. “Jazeker”, zwaaide ik haar gedag; “er nog een hond bijnemen.” 

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en een reis door mijn muziek in december.

Muziek is voor mij een levensbehoefte. Zowel het maken er van met mijn koor, als het beleven en luisteren er naar. Het heeft mij als kind met leren altijd geholpen. Het verbindt de beide hersenhelften, muziek is een ‘wholebrainer‘ en kan je in kind dus ook helpen betere verbindingen te maken in het brein waardoor leren en bewegen beter gaat.  In mijn blogs heb ik het daar regelmatig over. Dit keer vooral een muzikale reis door mijn muziek in december. Voor de lol, omdat het kan. Wie weet zitten er voor jou nog onbekende juweeltjes tussen. Wees gerust, het gaat niet alleen om klassieke muziek. 

In de weken rond de kerst mag ik graag de 6 cantaten van het Weihnachts oratorium van Bach beluisteren en zo ongeveer in mijn hoofd meezingen. De bladmuziek valt uit elkaar en staat vol met potlood aantekeningen, zo vaak gezongen. De vertrouwde Bach-wendingen en barokke herhalingen zijn balsem voor mijn ziel. Het verveelt nooit. Mijn favoriet is de uitvoering van dirigent Peter Dijkstra. Hij doet iets met deze oude muziek, met name qua dynamiek, waardoor ik nieuwe dingen hoor. 

In alle uitbundigheid, veel trompetten en pauken, last hij een moment van rust in door een koraal: ‘Ich steh an deiner Krippe hier’,  a capella uit te voeren. Heel zacht ook. Wonderschoon. 

Tweede in de rij is de Messiah van Haendel. Waar ik Bach eindeloos kan herhalen, is de Messiah meestal eenmalig zo rond de kerst. Wel vaak gezongen, minder vaak beluisterd. 

Als grote fan van Sting, om zijn stem, maar ook vooral omdat hij graag werkt met grote orkesten, is A Winters Night te vinden op mijn speellijst. Kerst  in een nieuw jasje. 

Waar ik natuurlijk mateloos van geniet is de a capella groep Voctave, zelfs hun Disney klassiekers. Elk jaar brengen zij een nieuwe kerstopname uit. 

Anne Sophie von Otter. Haar CD met Elvis Costello is voor een ander jaargetijde ook heel aangenaam. Vooral omdat haar stem niet in een hokje te stoppen is. Ze zingt net zo makkelijk een opera als jazz. 

Wat bij mij ook niet mag ontbreken zijn de Christmas Carols van het Kings College Choir, Cambridge. Hier met Nativity Carol van mijn favoriete hedendaagse componist John Rutter. 

Ook topper op het gebied van a capella muziek is Pentatonix. Alle geluiden maken ze zelf. 

Nog een knaller om mee af te sluiten; Carol of the Bells of Notre Dame, ook weer door Voctave.  En ja, de dames kunnen erg hoog. 

Een stukje van mijn muzikale voorkeuren in deze tijd. Om de donkere dagen wat zachter te maken. Zodra de oliebollen van tafel zijn en de dagen langzaam gaan lengen komen bij mij onmiddellijk de passies van Bach op het programma, zowel om te zingen als om te luisteren. Maar dat duurt nog even. Eerst dapper door de dennentakken heen bijten. 

Wat is jouw favoriete muziek in deze tijd?

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en 10 tips voor de rust in jou.

In de winter mag ik de wereld graag buitensluiten. Niet de realiteit, wel de schreeuwerige buitenwereld. Als ik het nieuws al volg is dat via koppen, zonder beelden. In elk geval geen tv. Nooit tv. Het liefst laat ik de actualiteit achteraf duiden door het lezen van een rustige krant op zondag. Zodat ik wel weet wat er speelt en het een beetje begrijp maar er niet elk uur mee om mijn oren wordt geslagen. Scheelt overigens ook een hoop tijd en het geeft rust in mijn hoofd.

Ritme

Het ritme van de natuur volgen, denk ik. Uitrusten, mentaal, zoals het buiten allemaal in rust is. Opladen voor de lente. Vooral niet meegaan in de december hectiek. Boodschappen doe ik het liefst op maandagochtend om 08.00 uur. Dan zie ik alleen wat slaperige vakkenvullers, een verveelde kassamevrouw en de lieve verkoopster van het straatnieuws.

Geloof me, ik geniet van samen eten en drinken met vrienden, een concert, een voorstelling. Toch hou ik vooral van mijn winterslaap. Mateloos genieten van een zondag niksen. Met een dekentje op de bank, kopjes thee, beetje lezen, beetje schrijven. Het donker en de stilte van de vroege ochtend. Later op de dag met muziek van Bach of van Sting, net wat op dat moment bij me past. 

In de lente en de zomer slaap ik ook minder. Word ik met de zon wakker, heb ik een tomeloze energie. Als het licht mindert in oktober, verander ik mee. Keer ik naar binnen. Geef ik mijn brein rust. Vanuit mijn tevreden stilstaan kan ik verder en ontstaan mooie dingen. Noem het introvert, als je het wilt duiden. Noem het hoogsensitief, als je het wilt labelen om mij beter te begrijpen. Prima. Ik ben daarin vooral mij, door de jaren heen zo geworden. Straks, als de dagen weer gaan lengen krijg ik vanzelf weer behoefte aan prikkels. 

Kies

Natuurlijk lukt het niet altijd. Er moet ook bij mij brood op de plank. Ik kan niet onder alle afspraken uit. Maar juist in deze wintermaanden bewaak ik mijn agenda heel goed met veel blauwe dagen er in. Ik kies zorgvuldig, beter dan in de zomer waarin zelfs mijn agenda bruist en overloopt. Makkelijk praten vanuit mijn riante seniorenflat, 6 hoog, een oase van rust en uitzicht. Ik hoef geen kinderen op te voeden en van muziekles naar voetbal te vervoeren, ik heb geen mantels meer te verzorgen. Het zijn allemaal keuzes zoals ik ze al dan niet gemaakt heb. 

Hoe jij je leven ook hebt ingericht, mijn rust zoals ik het hier beschrijf, zit vooral van binnen. Welke hectiek jij ook om je heen schept, je hebt daar zelf keuzes in. Meestal zit hem dat in het doen waarvan je denkt dat anderen dat van je verwachten. Dingen doen of laten omdat je denkt dat anderen er iets van vinden. Er een (negatief) oordeel over hebben. Je verregaand aanpassen aan onuitgesproken verwachtingen die zich vooral in jouw hoofd bevinden. 

Als jouw basisbehoeften goed gevuld zijn ga je andere keuzes maken. Dan ga je goed voor jezelf zorgen, neem je meer tijd voor jou. Verrassend genoeg kun je dan juist meer voor de ander betekenen. 

Hoe zou het zijn om daar nu mee te beginnen? 

10 Tips voor meer rust in jou.

  1. Schrijf 3 dingen op waar jij op dit moment het meest behoefte aan hebt. Alles mag. Je kunt dit ook prima met je gezin doen op zondagochtend aan de keukentafel. Tekenen kan ook. 
  2. Maak uit deze individuele behoeften je eigen of een gezins top drie en hang dat op de koelkast. 
  3. Hoe ga jij, hoe gaan jullie deze behoeften vullen, bewaken? 
  4. Plan in jouw agenda, of jullie gezamenlijke agenda, duidelijk zichtbare rustmomenten in en houd je er aan.  Geef het een kleur. Geen bezoek, geen activiteit, alleen maar jouw tijd. 
  5. Sta iets eerder op. Daar kun je aan wennen. En doe dan iets helemaal voor jou alleen. Voor de een is dat een rondje joggen, voor de ander mediteren of gewoon in alle stilte met een kop koffie bij de kachel. 
  6. Misschien moet deze op nummer 1: Eerst zelf je zuurstofmasker op zetten!
  7. Kijk eens eerlijk en kritisch naar je afspraken. Zijn ze allemaal wel zo leuk en nodig? Durf te schrappen. “Nee”, is een volledig grammaticale zin. 
  8. Ga eens offline. Telefoons, Ipads, laptops, tv’s. Uit! Spreek zo’n offline moment af met jezelf of met je partner, je gezin. Laat maar gebeuren wat er dan ontstaat. 
  9. Verveling is broodnodig. In de pruttelstand wordt dat deel van ons brein actief wat zich bezighoudt met het oplossen van problemen. Met als effect een verhoogde creativiteit.
  10. Doe wat bij je past, wat bij jullie past. Je bent genoeg zoals je bent. Je hoeft niet rond te blijven rennen om aan ieders verwachting te voldoen. 

De manier waarop je al dan niet rond stuitert in deze december maand is, net als al je gedrag van nu, beïnvloed door jouw allerprilste begin. Prenataal is de blauwdruk gemaakt. Daar kan de oorzaak liggen van problemen zoals je ze in het hier en nu ervaart. Op een zeker niveau in je lichaam is al deze informatie bewaard. Je kunt daar als het ware weer naar toe. Het bekijken en ervaren hoe het toen was. En vooral het beleven van hoe je had gewild dat het was en van daaruit herstellen. Wil je meer informatie over het werken aan de rust in jou, de rust in je gezin? Neem contact met me op en we kijken samen naar jouw behoeften. 

Ik wens je van harte mooie feestdagen op de manier zoals jij dat wilt. 

Kerst 2018
Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen