Beelddenker en de absurditeit van de vraag; wat wil je later worden?

Ik dacht dat ik al wat was ‘Jan wil later ook boer worden’, zegt de trotse vader tijdens de intake. ‘Kan hij mooi het bedrijf overnemen.’ ‘Goh’, zeg ik zo neutraal mogelijk, ‘heb je altijd al boer willen worden?’ Jan schudt zijn hoofd. ‘Nee, eerst wilde ik dokter worden en toen veearts. En toen niet meer. En nu wil ik net als papa op de trekker rijden.’ Hoewel ik vooral bezig ben met wat mijn cliëntjes zijn op dit moment in plaats van wat ze later willen worden krijg ik op deze manier wel veel interessante informatie aangereikt. 

Jan staat voor veel kinderen. Ze zijn vooral bezig met het hier en nu. Vandaag is belangrijk, dit moment. Zelfs morgen kan in hun beleving ver weg zijn. Voor de omgeving is dat blijkbaar niet genoeg. Het is niet genoeg wie je nu bent. Het gaat er om wat je later wilt worden. Zo snel als mogelijk is willen ze je voorbereiden op de dagelijkse lasten van een degelijke (vooral niet leuke) baan met auto en te hoge hypotheek zodat we uren in de file staan om het huis te kunnen betalen waar we bijna nooit zijn. We leren ze stelselmatig de waardevolle kunst af om in het nu te leven en wekken de indruk dat wie ze zijn nog lang niet goed genoeg is. In de klas en thuis wordt ze regelmatig gevraagd of ze al weten wat ze later willen worden. Als ze daar dan al een antwoord op hebben om jou te plezieren; chirurg, piloot of dokter, sabelen we ze meteen neer. Daar moet je wel heel veel voor leren hoor. Dan moet je heel lang naar school. Dan mag je wel eens beter je best gaan doen op school. Kun jij dan wel zo goed leren? Dan mag je Cito-score wel eens wat hoger. Dat is toch niks voor je jou, je hebt hoogtevrees, je kunt niet tegen bloed. 

born to stand outJan zei wat hij zich op dat moment kon voorstellen, morgen kon het weer anders zijn. Daarmee voldeed hij natuurlijk niet aan de verwachtingen. Hij leerde snel. ‘Ik word boer, net als papa’. Kijk, daar scoorde hij hoog mee, dat was precies het antwoord dat men van hem verwachtte. Hij was er inmiddels zelf ook van overtuigd dat hij niet kon leren. 

Ik was er ook nooit mee bezig. Als men bleef aandringen, thuis en op school dan haalde ik mijn schouders op. Ik wist het echt niet. Na verloop van tijd antwoordde ik dat ik ‘Jack’ wilde zijn. De rebelse dierenarts uit de serie met de schele leeuw. Hij handelde nooit volgens protocol, kwam daardoor steevast in de problemen maar; hij redde er vele levens mee. Grote inspiratiebron op het schoolplein als er een nieuw avontuur nodig was. De omgeving vulde dan in dat ik dierenarts wilde worden. En dat kon natuurlijk helemaal niet, not done in de familie, bovendien kon ik toch niet leren?

Hoe leg je als 8 jarige uit dat je op dit moment alleen maar Jack wilde zijn om wie hij was, omdat hij anders was en daar geen probleem mee leek te hebben. Ik wist inmiddels uit ervaring dat het knap lastig was om anders te zijn dan het gemiddelde

Het kostte niet veel denkwerk om al snel het meest bevredigende antwoord te vinden. Waardoor ik verzekerd was van complimentjes en vertederde blikken. Ik ging soldaat worden, net als mijn vader. Daarna werd er nooit meer naar gevraagd. Ze hadden me er van overtuigd dat ik toch niet kon leren. 

Dan kom je in een gezin waar de oudste zoon worstelt met een opstel, nota bene als huiswerk meegekregen met als titel, jawel; Wat ik later wil worden. Hij wist het niet, vond het een stomme titel en had al uren met een leeg vel voor zich gezeten. Ik gaf hem groots gelijk, zijn ouders ook. Wat een ruimte gaf dat en wat een ontspanning op zijn gezicht. In een paar zinnen beschreef hij wat hij vond van de opdracht en wat hij nu wilde zijn. Hij ontving er natuurlijk een magere V voor met rode pen. Maar de boost voor zijn zelfbeeld was onbetaalbaar. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en als je kind ja zegt en het bedoelt nee

Verjaardagen van mijn ouders waren over het algemeen leuk. Er hing iets feestelijks in de lucht en ze waren milder. Een uitstekend moment om met een slecht cijfer te komen. Dat werd weggelachen, het was immers feest. De koelkast en de kelder stond vol met eten en drinken om van te watertanden in ons anders zo sobere huishouden. Je kreeg als schattig klein jongetje van alles toegestopt en ik voelde me ook altijd een beetje jarig. Er was alleen een dingetje. Na het avondeten kwam de familie, vrouwen achterin met breiwerk en de mannen met sigaar voorin, zoals het hoorde, allemaal op hetzelfde tijdstip. Dan kwam onvermijdelijk het moment dat ik de kamer in werd geduwd en iedereen een handje moest geven. Ik haatte het. Geef eens een handje, wat word jij al groot zeg, doe je wel je best op school, kom eens hier dan krijg je een knuffel (hellup), kun je nog lachen, kom je nog eens logeren, krijg je wel genoeg te eten je bent zo klein je neven zijn veel groter, zit je nu nog niet op voetbal, hoor je wel wat ik zeg, je bent nog steeds een dromertje. 

sociaal wenselijk gedrag

Binnen vijf minuten was ik volledig overprikkeld (weet ik nu) doodongelukkig en vluchtte naar de keuken. Dan maar afwassen. Alles beter dan de overdaad aan contact, lichaamsgeuren, geluiden en beweging en dat vreselijke geknuffel van de tantes waarbij je bekant gesmoord werd aan hun enorme boezems. 

Zo leerde ik, en velen met mij, met harde hand te voldoen aan de wensen van de omgeving. Later werd dat als vanzelf dat ik met alle geweld wilde voldoen aan wat ik dacht dat omgeving van mij verwachtte. Conformeren aan wat mijn omgeving wenselijk achtte, waarvan de ene helft bestond uit aannames en de andere helft interne beeldvorming vanuit de wens om toch vooral maar aardig gevonden te worden. Het werd zelfs mijn houding als hulpverlener, het willen proberen te voorzien in de behoeften van de ander. Volledig voorbijgaand aan mijn eigen behoeften, geconditioneerd door opvoeding thuis en op school. 

verstand of gevoelIk zie kinderen nog steeds al heel jong zich voortdurend non verbaal richten op vader en of moeder. Dan vraag ik ze bijvoorbeeld wat zij denken dat het probleem is, of hoe ik ze zou kunnen helpen. Zo’n lichte aarzeling, kijken naar het gezicht van de ouders. Je hoort ze bijna denken; Wat willen zij dat ik zeg? Als het er dan om gaat dat ze rekenen niet als probleem zien maar dat ze het gewoon doodsaai vinden en er helemaal geen zin in hebben, dan kom ik daar snel genoeg achter. Vaak genoeg gaat het echter om grote kinderproblemen waar ze mee worstelen. Dan vindt de juf van alles, dan vinden de ouders van alles en meestal gaat dat om gebrek aan concentratie in de klas, om lage cijfers, om de taak niet binnen de tijd afkrijgen. Helaas overgewaardeerde zaken dus. Als je dan vertrouwen opbouwt met het kind en ze leren dat ze alles mogen zeggen, ook wat ze denken dan hoor je pas wat er werkelijk speelt, wat het echte probleem is onder het uiterlijke gedrag.

Bang om te falen, zich nooit goed genoeg voelen, wakker liggen van ruzie tussen de ouders. Subtiel gepest worden in de pauzes, buitengesloten voelen. Aanvoelen dat de juf je niet aardig vindt. Alles van iedereen voelen en daar doodmoe en verdrietig van worden. Meer zien dan anderen denken dat er is tussen hemel en aarde en daar doodsbang van worden. Je anders voelen maar het niet durven zijn. Zo kan ik doorgaan. Grote kinderproblemen zijn dat. Het aangeleerde sociaal wenselijke gedrag levert je dan wellicht waardering op van de omgeving, maar tegen welke prijs?

authentiek

Dan kan het gebeuren dat ik vraag hoe hij zich voelt en hij zegt: ‘Goed!’ Omdat hij denkt dat zijn ouders en misschien ik dat willen horen. Op het moment dat ik alleen ben met hem en vraag ik hoe het in zijn hoofd is, duwt hij zijn handen tegen zijn ogen en zegt: ‘Het doet gewoon pijn zo vol als het daar is. Het houdt maar niet op.’ 

Dat je als kind ‘Ja’ zegt als je ouders vragen of het goed ging op school, terwijl je eigenlijk zou willen schreeuwen; ‘Nee!!!’ Het denken, het verstand geeft het beredeneerde sociaal wenselijke antwoord. De nee staat voor het gevoel. Eenmaal volwassen weten we niet meer hoe we bij ons gevoel kunnen komen en, ik kan het weten, het is een lange weg terug.  

Ik ben op een feestje. Tom rent uit zijn spel naar buiten de tuin in waar zijn moeders verjaardag in volle gang is. Ze knuffelt hem en luistert naar zijn enthousiaste verhaal. Ineens wordt Tom zich bewust van de mensen om hem heen. Zijn moeder zegt; ‘Kijk, iedereen is er. Wil je even gedag zeggen?’ Hij kruipt tegen haar aan en schudt zijn hoofd. ‘Hoe zou je ze willen begroeten dan?’ Tom doet een hand omhoog. ‘Zwaaien? Dat is een heel goed idee van je Tom. Mensen’, roept moeder de tuin in, ‘Tom wil even naar jullie zwaaien.’ Iedereen zwaait enthousiast en Tom doet opgelucht mee. Gaandeweg de middag vindt hij zelf  de weg in de groep mensen en babbelt hier en daar, als hij daar zin in heeft. Geheel zichzelf.

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en geef het kind zijn autonomie terug

Zolang scholen en andere verouderde instituten ouders wegzetten als ‘lastig’, zolang verzuurde columnisten vinden dat ouders maar eens moeten dimmen, zolang het kind met geweld in niet passende hokjes wordt gedwongen, zolang leerkrachten kinderen geen betekenisvolle kennis geven en school een traumatische ervaring blijft voor velen,  zal ik dezelfde blogs blijven schrijven en herschrijven en publiceren. 

De leerkracht had een A4 opgesteld met probleemgebieden waaraan ik diende te werken. Tijdens de kennismaking zweeg hij. De ouders herhaalden en benadrukten, zonder zich te laten onderbreken, elk probleem in hun eigen woorden. Hij bleef zwijgen. Op de vraag waar hij goed in was haalden de ouders slechts hun schouders op. Daar ging het toch niet om? Na een lange stilte vroeg ik wat er volgens hem aan de hand was. “Ik wil alleen maar naar een andere school. Naar een meester of juf die me wel aardig vindt.” De huidige leerkracht had hem achteraan in de klas neergezet, naast alle andere ‘lastige’ kinderen. Als straf! Alleen de uitverkoren, brave, stille kinderen zaten vooraan….

beelddenken

Een man aan het roer in een boot op het water.

Hoe  ik het ook omschrijf, in wezen komt het er op neer dat ik met wat ik doe, de ander in een nieuwe wereld zet, vol ongekende mogelijkheden. Hier mogen ze zijn wie ze zijn met wat ze weten. En dat is veel. Ik leer ze hun eigen radertje te zijn. Zelf aan het roer te staan. Niet voor niets is dat vanaf het begin het enige beeld op mijn visitekaartje. 

The concept of religionHet lijkt er veel op dat we dagelijks ervaren allemaal in hetzelfde schuitje te zitten en gedwongen worden te roeien met dezelfde riemen. Omdat ons is afgeleerd zelf onze boot te besturen. Van nature zijn we allemaal nieuwsgierig, willen we dingen uitzoeken, uitproberen en ervaren. Vanaf groep 1 worden we echter gestuurd door volwassenen met nauwelijks ruimte voor eigen inbreng. De nieuwsgierigheid is in groep 3 al volledig ingedamd en gefrustreerd door ‘zwarte’ pedagogische mis-behandelingen. Dat hebben we niet in de gaten omdat het gemeengoed is, we zitten allemaal in datzelfde schuitje en dan zal het wel zo horen. Zo leren we nooit hoe we ons zelf kunnen sturen. Daarom zijn we ook zo’n makkelijke prooi voor de overheid, kerk, farmacie en commercie. 

Hoe geef je het kind zijn autonomie terug? 

Door oprecht te luisteren bijvoorbeeld. Niet altijd meteen nee zeggen, niet ongebreideld alleen maar ja zeggen. Maar te luisteren naar het verhaal achter de vraag.

Ga op zoek naar je eigen natuurlijke nieuwsgierigheid en ga van daaruit met ze in gesprek.

Kijk eens anders naar wat jij ‘lastig‘ gedrag noemt. Meestal is dat een teken dat je hun autonomie inperkt. Het is een roep om gehoord en gezien te worden als zelfstandig denkend wezen. 

Leg uit waarom je iets wilt van je kind en vraag om uitleg als zij iets van jou willen. 

Laat elk autoritair gedrag achterwege. Bewaar dat voor levensbedreigende situaties waarvoor het bedoeld is.

Erken de gevoelens in de innerlijke wereld van je kind. Elk gevoel. Zonder enig oordeel. Help ze vanuit je neutraal ernaar te kijken. Als gevoelens er niet mogen zijn kunnen het onhanteerbare emoties worden en daar krijg je op den duur last van. 

Heeft de omgeving, meestal de school of de leerkracht, een probleem met bepaald gedrag van jouw kind, vraag dan als eerste aan hem of haar wat er aan de hand zou kunnen zijn. Want dat vergeten we bijna altijd. We signaleren van alles en gaan dan buiten het kind om op zoek naar oplossingen. 

Byron KatieLaten we elkaar de autonomie teruggeven. Geef het kind zijn autonomie terug. Sta elkaar weer toe de ruimte in te nemen om te zijn wie we zijn. Niet wat anderen vinden dat of hoe we zouden moeten zijn. Als rolmodel ben ik vooral mij. Zonder mij ook maar iets aan te trekken hoe de omgeving mij vindt en tegelijk geen oordeel over mijn omgeving te hebben. Al de problemen waarvan men vindt dat wij ze hebben hoeven niet de waarheid te zijn, zodra je mag weten wat jouw oneindige mogelijkheden zijn. Elk probleem verdwijnt dan in het niet als je jouw eigen capaciteiten  mag zien, ervaren en gebruiken. Hoe meer je jij bent, hoe meer er is en mag zijn van jou, hoe beter het leven wordt, hoe meer er naar je toekomt. Leerkrachten zouden daar in de opleiding veel meer aandacht voor mogen krijgen, voor zichzelf en de eigen ontkende behoeften. Zodat ze hun eigen miskende kind niet meer mee hoeven slepen in de mis-communicatie met de ouders. Tot die tijd wil ik spreekbuis zijn voor het kind en zijn niet te dimmen ouders.

Na een observatie en een consult met de leerkracht zagen de ouders in dat het probleem niet bij hun kind lag, maar bij de omgeving, zoals vaker het geval is. Als een leerkracht in anderhalf uur tijd drie keer herhaald: ‘Ga jij maar tekenen want jij kunt dat toch niet’, dan is het niet het kind dat een probleem heeft. We hebben hem op een andere school gekregen. Waar hij gezien en gehoord werd. Vanaf dat moment stond hij open voor de tools om met zijn visuele talent om te gaan. Autonoom. De aanklacht tegen de leerkracht, door de ouders, was ook hier weer ‘niet ontvankelijk’. 

****

Platform Kind Centraal Ede

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | 2 reacties

Beelddenker en voor wie altijd bij de gymles als laatste gekozen werd

fouten herstellen Met de klas naar gym.

Een hele onderneming. Soms zelfs een eind van de school af. Netjes lopen in de rij, twee aan twee, in stilte en vooral geen plezier hebben aan het even buiten zijn. Het omkleden. Dat kan sneller en vooral stiller! Balspel vandaag. In twee teams. Bij het woord alleen al zakte je door de grond. Ja hoor, de twee stoerste jongens van de klas mochten de teams samenstellen. Tergend langzaam kozen ze hun team tot jij overbleef. Klinkt dat bekend in de oren? Het zou bij wet verboden moeten worden om kinderen hieraan te onderwerpen. Nog steeds zijn er leerkrachten die zo de gymles beginnen. In elke vorm van onderwijs. Het is juist op dat moment dat pesten begint, gelegitimeerd wordt en dus te voorkomen is.

Ruimte

Het huis was ruim, licht, erg ruim, met deuren die open zoefden als je er maar naar wees. Warme kleuren, een combinatie van klassiek en modern en opvallend veel ruimte overal. De moeder had gevraagd om een intake omdat de omgeving problemen zou hebben met het gedrag van haar zoon. Laten we hem Lars noemen. Meer wist ik eigenlijk niet. Hoefde ook niet. Dat heeft wel een paar jaar geduurd voor ik zo blanco en open naar een gezin toe durfde stappen. Nu wil ik niet anders meer. Pas na het derde zachte maar dwingende verzoek van zijn moeder deed hij zijn oortjes uit en legde zijn tablet naast zich neer. Zijn gezicht leek mij op onverschillig te staan, zijn ogen nieuwsgierig. ‘Wat kom ik hier doen, volgens jou?’ Zijn nieuwsgierigheid was gewekt. ‘Geen idee eigenlijk’, zei hij en ging rechtop zitten; wat kom je hier doen?’ Hij speelde de bal goed terug. ‘Het schijnt dat er mensen zijn die problemen hebben met jouw gedrag.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Die stomme juf zeker weer.’ ‘Hoe stom is jouw juf Lars?’ Hij grijnsde. ‘Zo verschrikkelijk stom. Heel, heel erg streng. En als ze iets fout heeft dan wil ze dat niet toegeven. En ze lijkt altijd wel boos of zo.’

anders hoort ze me niet

‘Je mag ook niet schreeuwen in de klas’, bracht zijn moeder in. Je mag ook niet schreeuwen in de klas, brouwde hij zijn moeder na. ‘Ik moet wel schreeuwen anders hoort ze me niet!’ Zijn volume ging omhoog. Zijn moeder leek in elkaar te duiken.

‘De juf hoort jou niet?

‘Nee! Ik denk dat ze me gewoon niet aardig vindt omdat ik alles al kan. Nou ik vind haar ook niet aardig.’ ‘Wat lijkt me dat heerlijk als je ALLES kan’, ik provoceerde hem, met een grote glimlach. Zijn ogen schoten vuur tot hij de lach op mijn gezicht zag. Hij viel terug in de bank, zijn armen stijf over elkaar, zijn mond een strakke streep. De stilte duurde. Moeder koos ervoor op dat moment de vaatwasser luidruchtig leeg te gaan ruimen. Ik volgde haar met mijn ogen en zag dat er behalve de vaatwasser alleen maar lege ruimte was onder het hele lange aanrecht. Er begon me iets te dagen.

Ik kan alles‘Het is niet altijd leuk hoor om alles te kunnen.’

Hij kwam overeind en ging rond de tafel lopen. Zijn handen gebald in zijn broekzakken. ‘Want dan denken ze ook dat je echt alles kan.’ Een verdwaalde knuffel werd voetbal. ‘En dat je ook echt alles maar moet kunnen.’ De boekenkast moest het nu ontgelden. ‘En dat het allemaal maar makkelijk is.’ Hij viel voorover op de bank, zijn gezicht in de kussens.

Zijn moeder stond halverwege de huiskamer met de theedoek doelloos in haar hand.

‘En je krijgt ook nooit eens hulp’, klonk het gesmoord.’

Hulp vragen

‘Dan moet je om hulp vragen Lars’, zei zijn moeder zacht. Hij draaide zich om, keek zijn moeder woest aan en riep; ‘Ik kan het toch allemaal zelf, want  i k  kan tenminste lopen, dat zeg jij altijd’. Hij rende door de open zoevende deuren de kamer uit. Zijn moeder leek hierdoor uiterst gekwetst.  Ze zakte op de bank, theedoek werd zakdoek. Na de tranen kwam het verhaal. Ze had nog een zoon, zwaar gehandicapt in een rolstoel, wat de ruimte in het het volledig aangepaste huis verklaarde. De broers hielden veel van elkaar en brachten veel tijd met elkaar door maar het trok wel een wissel op het gezin. Overdag was hij inmiddels naar een opvang in de buurt en binnenkort zou hij alleen nog maar de weekends thuiskomen. Ze hadden misschien wel minder oog voor Lars gehad, nu ze erover nadacht. Alle aandacht en zorg ging naar hun oudste. Tot de juf haar aansprak over Lars’ driftbuien in  de klas.

als het klik met de leerkracht

‘Het kan verklaren dat hij op school geen hulp durft of kan vragen. Het kan ook zijn dat hij denkt alles te moeten weten. Hulp vragen betekent dat je iets niet weet of niet kan en misschien is dat moeilijk om toe te geven. Maar er zit meer onder volgens mij.’ Het was weer een spiegel, hulp vragen en ontvangen is wat je noemt een ontwikkelpunt voor mij.

Na verloop van tijd kwam Lars schoorvoetend naar beneden. Hij kroop tegen zijn moeder aan. ‘Ik weet het ook allemaal niet’, zei hij zacht, ‘soms zitten er zoveel donderwolken in mijn hoofd dan kan ik alleen maar heel hard wegrennen. Of heel erg boos worden.’

‘Wanneer heb je die donderwolken niet?’

‘Bij de meester ’s middags’, antwoordde hij meteen. ‘Hoe komt dat denk je?’ Hij dacht er even over na; ‘Omdat we dan uh, hetzelfde zijn of zo. Daar vinden ze me niet stom.’ Hij zat een aantal middagen in de plusklas van een naburige school. Blijkbaar kon hij daar meer zichzelf zijn.

donderwolken in mijn hoofd‘Wanneer zijn de donderwolken het grootst?’ Hij draaide zijn hoofd weg, dacht diep na. Zocht hij het antwoord of dacht hij na of hij het antwoord wel zou geven? Met horten en stoten, met grommen en snikken kwam tenslotte zijn hele verhaal er uit. Over de gymlessen van de juf. Dat ze bij balspelen teams moesten kiezen. Dat hij nooit mocht kiezen en altijd als laatste gekozen werd. Dat hij nooit gevraagd werd op verjaardagsfeestjes en dat hij in de pauze zich vaak verstopte omdat hij toch nooit mee mocht spelen. ‘Je wordt dus gepest in de klas en op school. En het is voor het eerst dat je dit vertelt?’ Hij zuchtte en knikte.

Herstellen

Het was een moeilijk verhaal geweest voor hem om te vertellen, vol schaamte omdat hij dacht dat het wel aan hem zou liggen. Tegelijk leek het of er een last van hem afviel. Hij had het idee opgevat dat hij als gezonde jongen die niet in een rolstoel zat, geen problemen mocht hebben en geen hulp mocht vragen. 

Met liefde en goede bedoelingen waren er onbewust fouten gemaakt en konden we ze samen in een traject helen en herstellen. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en ik ben de enige hier die nooit iets voelt

absent presentHij zat met een diepe frons aan de grote houten keukentafel. Hand onder zijn kin. Zijn begroeting was een grom achter uit zijn keel. Ik keek hem aan terwijl ik aan de kop van de tafel ging zitten. “Ik vind het niet leuk dat papa er is!” Zijn lange, slungelachtige vader verontschuldigde zich; “Let maar niet op hem” en frommelde zich in een stoel tegenover zijn zoon.  Terwijl ik naar zijn vader keek die onhandig met zijn grote handen wapperde vroeg ik hem; “Wat vind je er niet leuk aan dat papa er is?” Hij keek zijn vader onderzoekend aan. “Nou, hij is zo streng. Mama is veel leuker, die maakt altijd grapjes.” Zijn vader kuchte, ging eens verzitten en mompelde; “Ik maak heus wel grapjes…..toch?” Zijn zoon zuchtte. “Ja. Maar die snapt niemand.” 

Op verzoek van de moeder en vooral de leerkracht zou ik in het traject ook veel aandacht besteden aan taal. De werkwoorden moesten nu toch echt aan de orde komen, was mij verzocht maar ik had zo maar het idee dat dat niet vandaag zou zijn. Ik was blij de vader nu te ontmoeten bij deze sessie, al dacht zijn zoon daar dus anders over.

“Pak jij die grote zitzak uit de kamer dan ga ik je weer met mijn handen op je hoofd.” Hij sprong al op.

“Yes, dat is fijn!”

running bars

“Oké, geen taaloefeningen dus vandaag?” Vader keek van zijn zoon naar mij en weer terug. Ik schudde mijn hoofd. Zijn zoon lag inmiddels al op zijn rug op de zitzak en ik zocht naar de eerste punten waar ik mijn vingers neer zou zetten. De energie begon al bijna meteen te stromen. Hij ademde rustig door en zou zelf met 1 hand aangeven wanneer ik door kon naar de volgende. Kon ik ondertussen eens met zijn vader praten. Ik hoefde alleen maar af en toe mijn vingers van positie te laten wisselen en zodra de energie stroomde ging het verder vanzelf. Vrijwel onmiddellijk zakte zijn ogen dicht en schoof hij in een lichte ontspannen slaap. Vader keek met grote ogen toe en trommelde af en toe wat ongemakkelijk op het tafelblad.

“Hoe is dat zo voor u?”

“Tja, ach, ik ben hier de vreemde eend in de bijt, hè, zal ik maar zeggen.” Hij stond op. “Ik zal voor ons een echte espresso zetten, dat praat makkelijker.” Terwijl de bonen maalden draaide hij zich om: ‘Zullen we trouwens jij zeggen?”

bij de koffie praat het makkelijkerZijn zoon lag nog steeds ontspannen onder mijn handen. Af en toe deed hij zijn ogen open, meestal als ik mijn vingers verplaatste, haalde diep adem en zakte weer rustig weg. Zijn vader rommelde met kopjes en praatte ondertussen, in stukjes bij beetjes, met zijn rug naar me toe verder.

“Mijn vrouw en kinderen zijn allemaal, eh, nogal sensitief, zal ik maar zeggen.” De koffie werd nauwkeurig afgemeten, gladgestreken en nog eens aangestampt. “En ik voel nooit wat.” Hij boog zich over de vaatwasser en viste er twee kopjes uit. “Dat eh, communiceert wat lastig. Snap je? Ze zeggen dat ik ze nooit begrijp.” Hij inspecteerde zorgvuldig hoe de koffie pruttelde en in de kopjes druppelde. “Ik ben boekhouder. In de randstad. Dus lange dagen van huis.” Zijn handen leidden een compleet eigen leven. “Als ik dan thuis kom is het, lijkt het, alsof ik, tja, van een andere planeet kom.” De koffie rook verrukkelijk toen hij ze voorzichtig inschonk. Hij zette zijn handen op het aanrecht. “We houden wel van elkaar, natuurlijk. Maar ik kom dan binnen en dan hangt de emotie zwaar in de lucht lijkt het wel. Tastbaar. Kan het niet anders uitleggen.” Hij balanceerde de dampende kopjes naar de tafel. “En dat heb ik dus niet. Helemaal niet. Zal wel niet in me zitten. Nooit gehad ook.” Hij proefde de koffie en leunde tevreden achterover. Ik tikte even kort op de schouder van zijn zoon om aan te geven dat we klaar waren. Hij knikte slaperig en bleef liggen met zijn ogen open. Zonder te weten waarom legde ik mijn hand op zijn hoofd en liet hem daar.

Dandelion

In stilte dronken zijn vader en ik onze koffie. “Wanneer heb je voor het laatst iets gevoeld? Hij keek me langdurig aan over de rand van zijn brillenglazen. Hij slikte een paar keer, schraapte zijn keel en zei: “Dat weet ik niet meer.” Zijn ogen zwommen. “Hoe is dat nu dan? Volgens mij voel je nu iets, toch?”

Hij knikte langzaam. Haalde zijn bril van zijn neus en streek over zijn ogen. “Ja, een soort verdriet. Door jouw vraag. En dat ik het gewoon niet weet.” Zijn zoon draaide zijn hoofd een halve slag en keek stil op naar zijn vader bij wie de tranen nu over de wangen stroomden.

“En mag dat? Mag dat verdriet er zijn?”

Aarzelend knikte hij; “Ja, ik geloof het wel.” Hij vertelde rustig verder met af en toe een diepe zucht. Hij was gewoon anders. Ze noemden hem wel een binnenvetter. ‘Laat nu eens zien wat je voelt’, had zijn vrouw vroeger wel eens geroepen. “Maar als je niks voelt hoe kun je dat dan laten zien? Hoe moet dat, je ‘gevoel’ laten zien, als je niks voelt?”

Zijn zoon stond op en liep naar zijn vader toe. “Papa, je huilt.” Hij veegde de tranen van zijn vaders gezicht. Ze sloegen de armen om elkaar heen. “Dat doe je anders nooit Pap. Zo vind ik het wel fijn dat je er bent hoor”, zei zijn zoon. Ze keken elkaar in de ogen. “Dus als ik maar huil dan is het goed?” De vraag bleef tussen hen in hangen.

vallen of voelenHij was ooit bij een psycholoog geweest op aandringen van zijn vrouw. “Zo’n HBO+ gekwalificeerde hulpverlener.” Hij spoog de woorden er uit. ‘U bent een beetje gevoelsarm’, had ze gezegd tijdens de intake, ‘daar is niets mis mee. Maar wat is nu uw werkelijke hulpvraag?’ Hij was nooit meer teruggegaan. Zijn zoon liet hem los, pakte mijn stiften en ging rustig zitten tekenen. Felle kleuren, een landschap met mensen er in. “Wij voelen met onze buik”, zei hij opeens in een van de stiltes. Hij keek mij aan ter bevestiging. Ik knikte. “Dat kan Maarten je zo leren hoor.” Zijn grenzeloze vertrouwen in mij was ontroerend. “Misschien moest ik dat dan maar eens doen”, knikte zijn vader hem toe. Met een grote grijs op zijn gezicht besloot zijn zoon: “Dan doe ik wel iets minder aan taal hoor.”

Bij het afscheid gaven we elkaar alle drie een flinke knuffel, niet gehinderd door enige professionele afstand. Terwijl ik al op de fiets zat zei hij; “Misschien heb ik wel ergens onderweg ooit besloten niet meer te willen voelen?” Ik knikte en liet hem achter met deze vraag en de belofte dat we samen de reis terug zouden gaan maken om te herstellen, te helen, wat we onderweg ook maar tegen zouden komen. 

Het is jaren geleden, deze ontmoeting. Soms duurt het even voor mensen er aan toe zijn dat ik er over schrijf, ook al zijn de details zo aangepast dat de privacy gewaarborgd is. Mij heeft het heel erg bevestigd in de manier waarop ik het liefste werk, zonder vooropgesteld plan, met wat er is, altijd vanuit de behoefte die zich aandient. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Beelddenker en zet het brein van je kind in de vakantie stand

Vakantie kan heerlijk zijn, een zee van vrije tijd. Tegelijkertijd kan het ook heel spannend zijn. De kunst is er samen met je kind optimaal van te genieten. Eenvoudige tips om valkuilen te vermijden. Na de schoolvakanties is er weer een nieuw blog. Fijne zomer!villa mertiza

 

 

 

Structuur

Misschien wel de belangrijkste voorwaarde om ons van vrije tijd te laten genieten is het bieden van een bij je gezin passende structuur. Bijvoorbeeld met een vast ochtend- en avondritueel. Het tijdstip is niet belangrijk wel dat je het altijd doet, thuis, op de camping, in het hotel, onderweg op reis. Dat geeft ons veiligheid en zekerheid. Tussen al het andere en nieuwe is het begin en het einde van de dag tenminste vertrouwd.

Laat, op welke visuele manier dan ook, zien wat gezinsactiviteiten zijn en wat tijd voor jezelf is. Bespreek dat in het gezin en in elk geval met je in beelden denkende kind. Markeer de vertrekdatum. Geef aan hoe lang de heenreis duurt of het nu een uur is of 2 dagen. Plan ook eventuele voorbereidingen zoals het (samen) inpakken van koffer of rugzak. 

 

 

 

 

Onverwacht

Wij kunnen heel erg genieten van het op vakantie zijn. Vooral als je de verrassingen beperkt. Bespreek met elkaar wat je de volgende dag wilt gaan doen, waar het is, hoe lang de reis duurt. En wissel actieve dagen af met rustdagen. Het kan ook zijn dat je kind tijdens het dagje uit, het bezoek van een stad of museum, overprikkeld raakt. Laat hem dan zelf kiezen waar en hoe hij zich wil opladen. Misschien betekent het dat je eerder dan gepland terug gaat naar de tijdelijke verblijfplaats. Dat is dan zo. Als je koste wat kost het uitstapje wilt afmaken duurt het alleen maar langer voor de rust is teruggekeerd in ons hoofd en daar win je niks mee. 

Dagboek
Het dagelijks opruimen van ons hoofd kan ons helpen om alle beelden van een vakantiedag te ordenen. Het schept ruimte. Neem daar juist in de vakantie ook de tijd voor. Soms kan het helpen om in welke vorm dan ook een dagboek bij te houden. Een klein schriftje waar we in onze eigen taal dingetjes van deze dag in mogen krabbelen. Zonder op taalvoutjes te letten uiteraard. Een schetsboek met elke avond een tekening. Een fotodagboek in onze Ipad. Of met het hele gezin in een mooi schrift bijhouden wat er die dag gedaan en gezien is. 

 

 

 

 

 

Voorbereiding
Het helpt om samen de reis voor te bereiden. Welke route gaan jullie nemen? Breek de reis op in blokjes. Welke stad of bezienswaardigheid zie je na een uur bijvoorbeeld. Zorg dat ze mee kunnen lezen op een eigen routeplanner of papieren kaart. Dat geeft houvast. Ga je met een vliegtuig neem dan eens alle stapjes door voordat je op de plaats van bestemming bent. Er gebeurt bijvoorbeeld nogal wat op de luchthaven voordat je daadwerkelijk in het vliegtuig stapt. Ook de route van het vliegtuig kun je samen bekijken. Je hoeft niet ver te googlen om een app voor Iphone of Android te vinden waarmee dat kan. En na een lange vlucht is het voor iedereen slim om niet meteen met een vol dag programma te beginnen. 

Bestemming

Eenmaal op je vakantieplek aangekomen laat dan je kind op zijn eigen manier de omgeving verkennen. De een doet dat razendsnel en weet nog eerder dan jij waar de lokale supermarkt is. De ander wil eerst vertrouwd raken met de tijdelijke woonplek en slaapkamer. Geef die ruimte.

En elk kind zoekt en vindt op zijn eigen manier en op zijn eigen tijd eventueel aansluiting met vakantie vriendjes. Laat dat maar los, ze weten zelf wat goed voor ze is. 

 

 

 

Natuur

Over het algemeen leggen beelddenkers makkelijk contact met dieren. En ze genieten daarvan. Ineens kan dan je stuiterende kind vol aandacht en rust zijn. Geef ze de tijd daarvoor.
Het is voor ons een van de manieren om rust te krijgen in ons hoofd. Verbinding leggen met de natuur om ons heen en daar intens van genieten is een talent. Misschien spiegelt je kind hiermee wel een manier om als ouder te onthaasten. 

In de koffer

  • Laat je kind (deels) zelf bepalen wat het wil meenemen aan een beperkt aantal vertrouwde dingen. Ook al betekent dat wat extra bagage. 
  • Natuurlijk gaat de knuffel mee.
  • Soms is een kussensloop met de vertrouwde geur van thuis fijn om op te slapen en neemt niet veel ruimte in. Of dat ene oude vest, ook al ga je naar een warm land.
  • Check vooraf of de nieuwe vakantiekleding echt wel lekker zit.
  • Stop het vertrouwde voorleesboek in je handbagage.
  • Gebruik je een bepaalde geur in de huis- of slaapkamer, neem er wat van mee. 

 

 

 

 

 

 

Thuis

Als je thuis blijft geldt grotendeels hetzelfde. Met een klein beetje structuur kun je mateloos genieten van al die vrije dagen. En ga je dagjes uit binnen Nederland, bereidt het voor met je kind en plan een dag rust erna. Ga niet hard aan het werk als je kind zich lijkt te vervelen. Het is de natuurlijke stand van ons brein, om uit te rusten, voor de werkelijke creativiteit. 

Het is mijn persoonlijke mening en ervaring dat 6 weken rust in het hoofd voor ons beelddenkers broodnodig is. Ik ben niet bang voor de veel beschreven zomerse dip. Die bestaat voornamelijk in het hoofd van leerkrachten. Nergens voor nodig. Als je kind graag leest dan is dat meegenomen maar ga niet verplicht oefenen, spellen of rekenen. Leer je kind om het even los te laten. Dan heeft het twee handen vrij om nieuwe ontdekkingen te doen. Net zoals dat het voor jezelf goed is om een paar weken geen mail te checken, even niet met je werk of  je bedrijf bezig te zijn.  Gun het jezelf volledig in de ruststand te gaan. Je brein zal je verrassen!


 

 

 

 

 

 

 

Wil je een gedeelte van de vakantie aan de slag met mij voor de rust in je gezin? Boek een zomertraject

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en het tempo van het kind is belangrijker dan het tempo van de toets

We zitten samen in het lichte, ruime, rustige lokaal. Ik begeleid een rasechte prachtige beelddenker. Half uur voor de pauze en een half uur erna. Kamers in het hoofd worden opgeruimd en na de braingym gaat de concentratieknop aan. Na de leukere interactieve dingen, woordjes visueel opslaan en wat speelse taaloefeningen komt het rekenen. Mijn rust en mijn stem hebben altijd zijn weerslag op hem, dat weet ik. Ook al vindt hij het niet leuk hij haalt vertrouwen uit mijn benadering dat hij het kan. 

“Doe al je kamers dicht. Lekker rustig op de gang. Ga naar je rekenkamer en ga voor het 100-veld staan. Laat alle cijfers goed tot je doordringen. Maak dan de sommen op het werkblad. Lukt het niet in de rekenkamer in je hoofd dan gebruik je het werkblad. Kijk maar hoe ver je komt.”

ObservatieIk observeer. Zonder oordeel vanuit mijn neutraal. Hij zit rustig op zijn stoel, beide benen op de grond, de ogen helder. Een gelijkmatige diepe lage ademhaling. Zijn linkerhand friemelt met zijn spinner, met zijn rechterhand schrijft hij de antwoorden. Twee keer gebruikt hij zijn werkblad Halverwege heeft hij een wegdroompje. Na 4 minuut 30 heeft hij de 7 rijtjes sommen af. Foutloos. Dat gaat natuurlijk straks in zijn schriftje waar hij al het goede in verzamelt. Na uitgebreide complimentjes en een high-five geef ik de volgende instructie;

“Draai je werkblad om. Nu krijg je telkens 1 minuut. Als de minuut om is zal ik je dat vertellen en begin je met de volgende regel sommen. Lukt het niet in de rekenkamer in je hoofd dan gebruik je het werkblad. De minuut gaat nu in…”

Ik observeer. Zonder oordeel, vanuit mijn neutraal, met stopwatch. De spinner ligt nu vergeten op de rand van zijn tafel. Hij zit op het puntje van zijn stoel en zijn benen wiebelen voortdurend. De ogen schieten van zijn blad heen en weer naar mijn gezicht in wat mij overkomt als blinde paniek. Zijn ademhaling is onregelmatig en hoog. Zijn werkblad schuift heen en weer. Regelmatig staart hij naar het witte whiteboard voor hem. Telkens als de ene minuut is afgelopen en ik het startsein geef voor de volgende siddert hij en schudt onrustig met zijn armen. 

In 3 minuten iets meer dan 3 rijtjes sommen. Hij heeft ineens de 3 en de 9 allebei omgedraaid. Ik benadruk dat hij 7 van  de 15 sommen goed heeft.

In alle rust zijn er in 4 en een halve minuut, 35 sommen gemaakt, alle 35 goed.

Onder tijdsdruk zijn in 3 minuten 15 sommen gemaakt met omgedraaide cijfers, 7 goed. 

Ik heb geobserveerd. Waargenomen wat ik eigenlijk wel wist. Bepaalde deadlines kunnen ons beslist stimuleren maar wij beelddenkers gaan fysiek en mentaal vet in de stress onder deze specifieke tijdsdruk. Daar kan geen Poweradem of Faalangstsjabloon tegenop. Hoe hard kun je zwemmen in 1 minuut; Klaarrrr voor de start? AF ! Hoeveel sommen zijn er fout in 1 minuut? Klaarrr voor de start? HELP ! 

“Tja, leuk hoor wat je doet met hem maar het telt niet mee. Hij moet net als de andere kinderen gewoon tijdens de toets in de klas maar eens laten zien wat hij kan”, zegt de leerkracht, nauwelijks opkijkend van haar scherm waar ze het zoveelste verslag invoert. 

Geen kwaad woord over andere scholen waar ik binnenkom. Geen verwijt naar de gedreven leerkrachten die wel alles willen doen wat binnen hun vermogen ligt om anders lerenden te helpen. Maar ik fietste dit keer de 7,2 km naar huis in minder dan een kwartier, buiten adem, zonder een verkeerslicht te hebben gezien.

Gelukkig regende het onderweg.

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en ik heb het ook van mijn vader

Vader en zoonMeestal kom ik bij de mensen thuis. Voor korte of langere tijd mag ik deel uit maken van het gezin, hun systeem. Meestal leggen de moeders het eerste contact. Ze bellen me over hun zoon, een heel enkele keer over hun dochter. Vaak, niet altijd, maar wel vaak, zijn het de vaders waarbij uiteindelijk de kwartjes ratelend vallen bij de intake. Dat begint met; “Hij lijkt op mij!” Tot de soms onthutsende ontdekking; “Verrek, ik ben het ook!”  In met name het werkende leven heeft de vader dan simpelweg weten te overleven. In zijn tijd was er nog niets, je kon gewoon leren of je kon het niet. Vaak zitten ze wel in beroepen als projectleiders, reclame, de maak-industrie, ontwerpers, ingenieurs en architecten, muzikant of zelfstandig ondernemer.

vaders en hun zonen

Vaak ook niet. En dan is het nog meer overleven, onder presteren met een vaag idee dat het allemaal beter zou kunnen als… 

Wat vader en zoon hierdoor wel ontdekken is waarom ze altijd al zo goed communiceerden op hun eigen in beelden denkende manier. Of dat ze elkaar nu ineens veel beter begrijpen op een diepere laag. Hoe dan ook, het maakt heel veel los bij de beelddenkende vader.

De zoon leert in korte tijd van mij zijn hoofd op te ruimen, leert hoe hij leert, legt verbindingen tussen de beide hersenhelften, voelt zich lekkerder in zijn vel en gaat beter presteren op school. “Ik heb een ander kind in huis”, zeggen de moeders al snel. 

Vader en zoon

Generaliserend zijn de niet-in-beelden-denkende vaders zelden bij een sessie aanwezig, hoogstens bij de intake. De beelddenkende vader wil er altijd bij zijn wat het ook kost. Dat zijn de sessies waarbij ik multi taskend op 3 sporen draai, kan het niet anders uitleggen. Het eerste spoor is altijd voor mijn cliëntje, het tweede spoor is voor de auditief in gestelde moeder die haar kind (en dus vaak haar man) probeert te begrijpen en het derde spoor is voor de vader bij wie van alles op zijn plek valt waarbij veel stuiterende vragen vrij komen. Dat worden prachtige gesprekken na de eigenlijke sessie in onze eigen flipperkast-stijl, ontroerende herkenning en erkenning van wat er bij zoon en vader nu mag zijn. 

En ja, ik heb het ook van mijn vader. 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , | 1 reactie

Beelddenker en het verlangen een grijs schaap te zijn

Net als jij wilde ik niet anders zijn dan de rest. Deed ik er alles aan om maar niet op te vallen. Net als jij probeerde ik mij wanhopig aan te sluiten bij de middelmaat, niet goed, niet slecht. Normaal zijn stond altijd boven aan mijn verlanglijstje. Om dat te bemachtigen had ik alles over. Net als jij werd ik daardoor voor eigenwijs versleten. Elke hulp wees ik af want dan zouden ze wel eens kunnen ontdekken hoe ik in elkaar stak. Net als jij was ik doodsbang dat ze de chaos aan beelden in mijn hoofd zouden zien en er achter zouden komen dat ik anders was. Deed er alles aan om niet te laten merken dat ik grootse dromen zag op klaarlichte dag zittend aan het raam in het klaslokaal. Als ik dan, net als jij, mijn mond weer eens niet kon houden en complimenten kreeg over een diepzinnig antwoord dan schoot ik onmiddellijk terug in mijn zelfgebouwde schulp want stel je voor, lag mijn anders zijn bijna open en bloot op tafel. 

verhalenvertellerNet als jij was ik in het speelkwartier de koning. Want het spel, het verhaal, het avontuur dat hing daar van mij af.  Ik kon dan misschien niet leren op de manier van de grijze middenmoot, maar fantaseren en verhalen vertellen dat kon ik als de beste, net als jij. Geen plan was te dol, ik zag het allemaal voor me en de groep deed gretig mee. 

De klas was te donker, de meester te saai, in de lesstof vond ik alleen maar hiëroglyfen. Weer datzelfde rijtje domme sommen. Weer diezelfde laffe letters, krul na krul. Bij biologie had ik alles kunnen vertellen wat ik wist als buitenkind. Dat mocht natuurlijk niet. De meester was aan het woord en hij las slaapverwekkend voor uit een nog saaier boek. Net als jij sloot ik ook daar weer een deur. 

Net als jij durfde ik na verloop van tijd geen fout meer te maken en maskeerde dat door de clown te zijn, de raddraaier. Ik zat meer op de gang dan in klas.

Net als jij wilde ik helemaal niet voelen wat de ander voelde, weten al voordat de ander het zelf kon weten en laveerde voorzichtig in de richting waar ik maar wind vermoedde. 

Net als jij op zoek naar mensen die datzelfde zagen, voelden, wisten. Met een hoofd zo vol beeld dat het een wonder was dat het niet uit zijn voegen barstte. Net als jij gaf ik al mijn grenzen op om een van de grijze schapen te mogen zijn. De middenmoot als heilige graal. Het was een lange reis om die weer los te laten. 

Met kop en schouders

Daarom begrijp ik je zo goed. 

Ik zal je helpen nog even onder te gaan in die grijze middenmoot tot je klaar bent om er met kop en schouders bovenuit te steken.

Net als ik. 

 

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en wie ben jij om te bepalen wanneer een leerling normaal is?

Liever luisteren dan lezen?

beelddenkenEr waren tijden dat ik mijzelf nogal eens omslachtig probeerde uit te leggen. Dat er zich in mijn hoofd voortdurend films afspelen. In kleur en 3-d. Dat er ook altijd plaatjes zijn. Sommige klein, vaag, in zwart wit, onscherp. Andere zijn groot, in kleur, helder. Dat het altijd beweegt. Dat ik vaak in mijn hoofd rondloop als in een kasteel. Hoe de muziek een rol speelt en altijd hoorbaar en zichtbaar aanwezig. Hoe ik een project, uitdaging of vraag eerst in mijn hoofd van alle kanten bekijk, er boven hang en vanuit dat totaaloverzicht reageer. Dan legde ik uit al pratend, bewegend en gebarend, hoe ik in mijn hoofd door de vele gangen op zoek kan zijn naar het juiste antwoord dat ergens in een kamer ligt opgeslagen. Het kasteel als een onmisbare zelf aangebrachte ordening om niet helemaal gek te worden. 

En dan denk je ook nog tussendoor?”

Werd er meestal gevraagd als ik uitverteld was…..

“D a t  Z I J N  m ij n  g e d a c h t e n ! ” 

Het was praten tegen de muur. Men keek wat glazig terug en reeg in snelle gedachten letters aaneen tot woorden en correct gespelde chronologisch opgebouwde oordelen. Die altijd op het zelfde neerkwamen; doe maar gewoon en vergeet die malligheid, je moet beter je best doen en, standaard; haal eerst maar eens betere cijfers. Dan mag je naar de plaatjes in je hoofd kijken. De arrogantie! 

uitsluitingDat was toen, lang geleden. Zou je denken. Laat het los. Doe ik. Alleen, het blijft bij maar terugkomen. Mijn hoogbegaafde, hooggevoelige, in beelden denkende kids op school worden nog steeds door leerkrachten weggezet als de ‘creeps’, met dezelfde woorden van toen.

De gemiddelde leerling, wat dat dan ook mag zijn, neemt klakkeloos dit oordeel over. Voor dat ze in groep 5 zitten weten ze haarfijn te vertellen wie er niet normaal is in de groep, wie erbij hoort en vooral wie niet. De ‘normalen’ negeren de creep, isoleren hem sociaal, sluiten hem buiten of gaan pesten. Dat heeft een enorme impact, al is dat misschien niet zichtbaar. Het buitensluiten, wat we dus op school leren en daarmee ons leven lang door gaan, is evolutionair gezien uitstoting, ‘de dood’. Hersenonderzoek toont aan dat afwijzing en buitensluiting dezelfde delen in onze hersenen activeren als fysieke pijn.

Als we een voorbeeld zijn, ongewild of juist bedoeld, is dat dus, in het licht van bovenstaande, een enorme verantwoording. Een lastige ook. Eerst bewust worden van je clichématige oordeel en dat vervangen door een oordeelloze benadering. Maar als je weet dat de gevolgen van uitsluiting en pesten gelijkstaan aan een ernstig trauma (PTSS) dan zou je er op zijn minst over na kunnen denken voor je de volgende keer aan een beelddenker vraagt om normaal te doen. 

CREFCongres

Geplaatst in Beelddenken | Tags: , , , , | 3 reacties