Beelddenker herinnert

(scroll down for english) Het is bijna 27 mei. Pa’s verjaardag. Hij is er nog steeds elke dag wel even. Dan hoor ik mijzelf een kwinkslag maken. Zijn profiel in de spiegel van een lift. Op een bepaalde manier leunend op mijn spa in de moestuin, zijn houding. Uitdrukkingen, familiegrapjes, anekdotes. Soms een veertje dat de geest raakt. Een geur.

detailgraf.jpgIk onderhoud zijn grafsteen. Dat hebben we zo afgesproken. Vind hem daar nooit, in dat prachtige bos. 

Als ik dan weer eens naar de kapper ben geweest en mijn haar aan de zijkant heb laten opscheren dan is mijn spiegelbeeld heel erg dat van hem. Of ik wil dat. Zie ik hem.  Dat kan natuurlijk ook. Vertrouwde trekken willen terugzien. En ook in mijn kleine zusje. Ze lijkt steeds meer op hem, bepaalde gebaartjes, oogopslag, temperament. Haar humor is zo helemaal zijn humor. Bij haar zijn feestjes echte feestjes. Zoals hij daar van hield. Het talent hiervoor zit beslist aan zijn kant van de familie. 

De laatste maanden van zijn leven in  2005 zijn me dierbaar. Woonde nog in Amsterdam. Goede werkgever. Mocht late dienst draaien met aansluitend vroege dienst, dag vrij en opnieuw. Zo kon ik heen en weer reizen en zat uren naast zijn bed in het ziekenhuis, later in het hospice. Ik smokkelde drank mee. Sloot een bondje met de verpleging. Hij ging weer roken, stiekem, buiten in het warme weer van voorjaar en zomer. “We gaan even de Lavendel ruiken”, zei hij dan ondeugend als er een witte jas zijn richting op kwam. De steriele ellende van een ziekenhuis en de onwaardigheid van de aftakeling naast het pure plezier van samen buiten de lijntjes kleuren. Meegaan in zijn soms complete Parkinson wanen, beiden beelddenker dus dat was onnavolgbaar voor het bezoek, als dat er al was, of als ze ons al konden vinden. Het strenge dieetvoer samen in de prullenbak gooien en dan in het restaurant genieten van een saucijzenbroodje en een koud biertje. 

Zomaar wat beelden uit mijn eigen archiefkast.

“Blijf je tot ik slaap?” kon hij vragen op de avonden dat ik er was, “anders zetten ze me weer in de kelder…” En dan neuriede ik hem in slaap. 

Someday we’ll all be gonekruis.jpg
But lullabies go on and on
They never die
That’s how you and I will be

It is almost the 27 th of may. My late dad’s birthday. He is still here everyday. When I make a joke. His profile in de mirror of an elevator. My posture, leaning on the shovel in the kitchen garden, his posture. Expressions I make, family jokes, anecdotes. A feather touching my spirit. A scent.

I maintain his grave. We both agreed about that. He’s never present there in the beautiful forest graveyard/  

The moment I have had a haircut the reflection in the mirror is his. Or I want it to be, that’s possible. Longing for familiar features. I see them in my little sister. She is looking more and more like him. Little gestures, her glance, temper. Her humour is a copy of his.  She knows the art of celebrating. Her party’s are real feasts. The way he liked it. This talent is definitely at his side of the family.

The last months of his life in 2005 are precious to me. I lived in Amsterdam. Good employer. I was allowed to make late shift – early shift – day off and then again. I that way I could travel to the hospital. Sitting at his bedside for hours in the hospital, later in the hospice. I smuggled booze. I made an agreement with the nurses. In his last days he started smoking again, secretly, outside in the warm weather of that spring and summer. “We are going to scent the lavender”, he said when a white jacket was getting in his direction with a gleam in his eye. The steile misery of the hospital and the undignified decay hand in hand with the pleasure of misschief. For me it was easy to go along in his madness caused by Parkinson. Both visual spatial thinkers it was matchless for other visitors. Together we threw away the awful hospital feed and enjoyed the sausages and  cold beer. 

Just some of the images out of my own memory picture archive. 

“Will you please stay till I sleep?” he would ask on some evenings, “otherwise they will put me in the cellar downstairs….” And I hummed a lullaby till he fell asleep. 

Someday we’ll all be gone
But lullabies go on and on
They never die
That’s how you and I will be

Over Maarten Smit

De veluwe is mijn achtertuin. De wereld mijn regio. Beelddenken mijn missie. Trainer Ik leer anders bij beelddenker.com | Voor kids en andere mensen, individueel en voor Teams. CREFMethode | Access Bars Practitioner, voor de rust in je hoofd | Dirigent van mijn koor Fluent | Hakselseweg 34, 6713 KW, Ede 0318 614132, 06 871 96 508 [UA-39119863-1]
Dit bericht werd geplaatst in Beelddenken en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s