Beelddenker en de zoektocht naar Dromenland

bird

Regen striemde tegen de ruiten. In de haard verbrandde ik de getekende nachtmerrie van een cliëntje. Deze muziek speelde onafgebroken. Ziedaar de ingrediënten voor het schrijven van een nieuwe queeste. En dan is er ook geen ruimte voor iets anders.

Deel 1. 

Op weg naar school stopte Tim even bij het zwarte meer. Met zijn hoofd gebogen, zijn ogen nog half dicht. Hij moest even zitten. Op de tak van de verdorde donkerboom met zijn toppen in de zware wolken. Het was weer vreselijk geweest vannacht. Hij had gedroomd. Zo naar, zo eng, zo echt. Dat mocht helemaal niet in Wakkerland. Nachtmerries waren verboden, dromen bestonden niet. Er over praten betekende de doodstraf. Hij was de enige. Niemand droomde. Als hij het nu maar aan iemand kon vertellen dan zou het niet zo erg zijn. Een traan ontsnapte aan zijn oog, rende over zijn wang en drupte op een blad.

                               “Zeg, zo erg kan het toch niet zijn?” De vogel tjilpte heen en weer wippend voor zijn ogen. “Hoe kom jij hier?” Tim was oprecht verbaast. Hij kende vogels alleen van plaatjes in een oud verboden boek van zijn Opa over Dromenland. De grens hiermee was gesloten; streng verboden toegang. “Ik kan vliegen, weet je”. De vogel fladderde door de boom heen en weer terug. “Maar vertel?” Tim keek om zich heen. Er was niemand te zien in de wijde omgeving. Wat kon hem het schelen. Hij vertelde over zijn nachtmerrie. “Ja en? Vertel het aan de dromenvanger en het is over”. De vogel wipte onrustig heen en weer. “Maar waarom huilde je nou?” “Dromen mag niet hier”, legde Tim uit. Er over praten is bij de wet verboden. De vogel zat ineens helemaal stil. “Vandaar dat het zo’n dooie boel is hier”, zei ze tenslotte. “Wij komen hier niet graag. Alleen als het nodig is. Zoals nu.” Ze sprong op zijn schouder en vertelde over Dromenland waar ze woonde, over dagdromen en luchtkastelen, wensdromen en toekomstdromen. “We dromen wat af en vertellen onze dromen aan elkaar. Daar worden ze nog mooier en groter van. We slapen er ook beter door. Nare dromen vertellen we net zo lang aan de dromenvanger tot ze verdwenen zijn.” Het leek Tim te mooi om waar te zijn. “Misschien dat daarom bij ons altijd de zon schijnt”, fluisterde ze in zijn oor, “en de bomen lichtgroen zijn?” Het zou zomaar kunnen. “Ik zou daar wel willen wonen”, zuchtte Tim. De vogel pikte in zijn oorlelletje en tjilpte; “Je kunt helaas niet vliegen hè? Anders kom je echt maar heel moeilijk de grens over.” Tim liet zijn hoofd hangen. Er was nog nooit iemand de grens over gegaan voor zover hij wist. “Weet je”, zong de vogel, “ik kan je denk ik wel helpen met je nare dromen. Als je vlak voor je in slaap valt denkt aan iets heel prettigs of kijkt naar iets heel moois, dan droom je daarover. Trouwens, iedereen droomt hoor, ook al zeggen ze van niet!”

Weg was ze voor hij haar had kunnen bedanken. Iets lichter rende Tim naar school. Hij probeerde het aan niemand te laten merken en vooral niet te glimlachen. Nooit had de saaie dag in de klas zo lang geduurd. Die avond dacht Tim vlak voor hij in slaap viel heel sterk aan de vogel in de boom op zijn schouder.

Bij het wakker worden voelde hij zich voor het eerst sinds lange tijd uitgerust. Helder herinnerde hij zich zijn droom, het zingen van de vogel, de zon op zijn huid het kabbelen van het water. De vogel had gelijk gehad! 

                                 Vandaag hoefde hij niet naar school. Vader en moeder waren op zaterdag heel erg druk. Dan ging hij altijd naar Opa in zijn knusse huisje buiten het dorp. Aan hem kon Tim werkelijk alles vertellen. Hij kon dan ook niet wachten. Terwijl ze samen hout hakten voor de open haard en eten kookten vertelde hij alles, tot in de kleinste details. “Ik zou willen dat we hier weer allemaal mochten dromen. Zou dat kunnen?” Opa luisterde alleen maar, knikte af en toe en bromde wat. Na het eten mocht Tim het vuur aanmaken. Hij wist dat Opa altijd eerst heel lang nadacht voor hij reageerde. “Dit vraagt om warme chocolademelk en marshmallows”, zei Opa terwijl hij Tim de beker aanreikte. Ze bliezen en slurpten een poosje terwijl het brandende hout knetterde. “Wij moeten samen op pad”, begon Opa tenslotte, “morgenochtend heel vroeg. We nemen allebei een rugzak mee met spullen en eten en onze wandelstokken natuurlijk.” Tims ogen waren groot van verbazing. “Echt, Opa? Cool!! Waar gaan we heen?” Opa keek hem aan, nam bedachtzaam een trek uit zijn pijp en zei alleen maar; “Je zult dapper moeten zijn. We gaan naar de grens met Dromenland.” Meer liet hij niet los. De rest van de avond waren ze bezig met het pakken van hun rugzakken. Rollen dik touw, zakmessen, vuurstokjes, slaapzakken. Een oud dik boek. Ze bakten stapels pannenkoeken voor onderweg. “Denk er aan”, fluisterde Opa toen hij Tim in de bedstee instopte, “de vogel heeft altijd gelijk. Welterusten mijn jongen.” 

Opa wist het dus ook, dacht Tim, dat kon niet anders. Hij zag de vogel voor zich en meende haar prachtige geluid te horen vlak voor hij in slaap viel… 

                                  Naarmate de dag vorderde werd het lopen moeilijker, niet omdat ze moe waren, maar hoe dichter ze bij de grens met Dromenland kwamen hoe moeilijker het was om de ene voet voor de andere te zetten. De wolken werden steeds grijzer en donkerder en hingen laag. Aan weeszijden van het donkere mulle pad lagen dorre vlakten. Bladstil was het, of het leek zo omdat er geen blad aan de bomen groeide. Bij een omgevallen dode boom gingen ze even zitten. Dronken wat en aten hun eerste pannenkoeken. “Opa”, zei Tim, terwijl hij de suiker van zijn mond veegde, “waarom hebben we zoveel pannenkoeken mee?” “Omdat jij en ik daar heel erg vrolijk van worden en ik dacht dat dat hier wel eens nodig kon zijn.” Dat moest Tim toegeven. Hij kon zich niets lekkerder voorstellen. Het voelde allemaal zelfs wat minder zwaar en moeilijk zolang ze aten.

                                   Ineens was daar de vogel. Ze fladderde opgewonden voor hun ogen heen en weer en pikte zachtjes maar ongeduldig op hun hoofd. “Wat?” vroeg Tim, ondertussen probeerde hij de vogel te ontwijken. Haar getjilp deed zeer in hun oren. “Niet zitten, nooit zitten, niet rusten hier”, schetterde ze schril. Ze stonden geschrokken alweer op hun benen en pakten hun rugzakken. De vogel vloog een stukje voor hen uit. Ze sjokten achter haar aan. Eenmaal op gang tsjilpte de vogel nog steeds boos dat ze in het grensland nooit maar dan ook nooit mochten stoppen of rusten en zeker niet slapen. “Dan zou je zulke nachtmerries krijgen dat je gillend weer naar huis rent.” Opa knikte. “Een soort beveiliging. Daarom is het nog nooit iemand gelukt om de grens over te komen. “Ik wijs de weg”, zong de vogel, “ik wijs de weg.” Vastberaden stapten ze door. Het pad ging nu licht omhoog. De grens was een bergketen verstopt in donkere wolken. Af en toe verdwaalde Tim in zijn eigen gedachten. Dan sprongen ineens de ergste monsters uit zijn nachtmerries achter de rotsen vandaan. De vogel schetterde dan driftig om zijn hoofd. Hield hem wakker. De monsters verdwenen dan even snel als ze waren verschenen. Maar het leek steeds moeilijker om niet te dagdromen. Ook Opa had er last van. Net of de zwarte wolken langzaam bezit namen van hun hoofd. 

                                   Uit het niets torende de grenswachter boven hen uit. Midden op het pad. Tim moest helemaal zijn hoofd in zijn nek leggen om hem aan te kijken, zo groot. Hij wilde het liefst wegrennen. De man keek zo boos. Een speer in zijn hand zag er gevaarlijk uit. Opa werd ook wat witjes om zijn neus, zijn mond een strakke streep. Wat moesten ze nu? Ze deden voorzichtig allebei een stap achteruit. De grenswachter leek nog groter te worden. De vogel gilde: “Niet doen!” 

Dit verhaal en het vervolg binnenkort als E boek verkrijgbaar op Amazon.

Over Maarten Smit

De veluwe is mijn achtertuin. De wereld mijn regio. Beelddenken mijn missie. Trainer Ik leer anders bij beelddenker.com | Voor kids en andere mensen, individueel en voor Teams. CREFMethode | Access Bars Practitioner, voor de rust in je hoofd | Dirigent van mijn koor Fluent | Hakselseweg 34, 6713 KW, Ede 0318 614132, 06 871 96 508 [UA-39119863-1]
Dit bericht werd geplaatst in Beelddenken en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s