Beelden rijgen tot een boek

Schrijven is leuk. In mijn ogen. Tot een zeker moment.

Ik heb altijd verhalen in mijn hoofd en vooral in mijn hart. Beeldverhalen. Ik rijg de beelden aan elkaar tot de film klopt. Dan open ik een nieuw schrift en vertaal met zwarte inkt de beelden in woorden, zinnen, het eigenlijke verhaal. Dat laatste is een ononderbroken traag proces rechtstreeks vanuit het hoofd-hart. Schrijven vanuit beeldende chaos. Tevreden mag het schrift de kast in, de eerste versie is geboren.

Tot zover vind ik schrijven leuk. Wat daarna komt is kommer en kwel, bloed, zweet en tranen. Sprak hij dramatisch.

De eerste versie gaat in een word document en dan wordt het schrappen, herschrijven, bloeden. Met tranen in de ogen afscheid nemen van een zin, met evenzovele tranen een nieuwe wending verwelkomen. Bloeden op papier. Het grote chaotische geheel overzag ik, als vanuit een helikopter. Eenmaal afgedaald verdwaal ik in een woud van details. Nog steeds een ruwe versie, gaat het verhaal in de digitale opslag. Schoorvoetend deel ik het dan met proeflezers. Zij vinden iets van het verhaal, ik wil ook dat ze er iets van vinden en tegelijk komt er zo’n plaagstootje van het brein; blijf van mijn kindje af. Zoiets. Met de waardevolle feedback duikt ik opnieuw in het verhaal. Als ik het tenminste niet uitstel, als er zich geen nieuwe ideeën aandienen. Stel je voor dat ik dat kwijtraak als ik het niet meteen uitwerk. Alsof mijn eigen geheugenpaleis ineens zou kunnen verdwijnen.

Herschrijven, schuren, schaven tot het verhaal naakt en weerloos en prachtig voor me ligt. Niets meer aan doen.

De hel is dan nog niet voorbij. De uitgever wil systematisch duizend en een dingen weten van mij. Driehonderd woorden over de schrijver vanuit de derde persoon. Waarom dit verhaal? Waarom deze hoofdpersoon. Waarom schrijf je überhaupt? Het moet ook nog eens in een hokje passen. Ik kom niet weg met ‘voor kids en andere volwassenen’. Genre, categorie en leeftijdsindicatie. Ben ik ineens kinderboekenschrijver. Evenzovele details volgen nog, zoals lettertype, lettergrootte, omslag en illustraties.

Als alles helder is, elk contract ondertekend mag ik nog een laagje dieper. Een redigluurder gaat zich bemoeien met mijn tekst. Daar is nu het wachten op. Kijk ik daar naar uit? Nee en ja. Nee, want het is mijn verhaal, mijn tekst. Ja, want er is ongetwijfeld nog heel veel te leren en wie weet welke nieuwe gezichtspunten ik mag ontdekken. Ja, dat er mensen zijn die uit mijn chaos, stap voor stap een mooi product willen maken. Want dat wordt het omdat het een goed verhaal is.

Schrijven is leuk, schrijven is vakmanschap, net als uitgeven dat is.

Het is het allemaal waard. Tim en de blauwe draak ligt in Januari 2022 in de winkels. Met illustraties van Ties Feikens. Dat je het vast weet. Er komt ook nog een ander verhaal van mij in een bloemlezing later in 2022, maar de deadline is al augustus van dit jaar. Uitgeven is net als schrijven een langzaam proces. Dus ik mag weer nieuwe beelden tot een nieuw verhaal rijgen in een nieuw schrift.

Schrijfplek Maarten Smit, auteur van Tim en de blauwe draak.
Mijn nieuwe inspiratieplek in Mirtos op Kreta. Ik kijk uit naar de vele schrijfuren daar.

*****

Zoek je ook rust en ruimte, misschien wel om te schrijven en te lezen? Dan is Villa Mertiza in Mirtos een uitstekend startpunt.

Over Maarten Smit

Maarten Smit woont tegen de Utrechtse heuvelrug aan. Hij is werkzaam als customer service medewerker voor het FD | Schrijft 'Jesse en de blauwe draak' | Dirigent van zijn koor Fluent | Blogger 06 3404 59 62 [UA-39119863-1]
Dit bericht is geplaatst in Beelddenken, Boekenblog, Fiction met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.