Mag ik deze steen?

‘Ben je doof of zo?’

Ik schrok op uit mijn boek. ‘Huh?’ Vanaf mijn strandbed keek ik in zijn blauwe ogen onder een warrige bos blond haar en wist dat ik niet kwaad ging worden. Deze jongen wilde iets en hij wilde het nu.

‘Mag ik deze steen?’ Hij legde een veelkleurige, gladde kiezel in mijn hand. ‘Is die van mij dan?’ Hij fronste. ‘Nou eh, hij ligt bij jouw bed.’ Ja, logisch. Waarschijnlijk had z’n moeder gezegd dat hij het eerst moest vragen. ‘Wat ga je ermee doen dan?’

Hij wiebelde van zijn ene voet op zijn andere. ‘Nou, gewoon, mee naar huis nemen.’ Ik bekeek de steen zorgvuldig. ‘Eigenlijk zijn alle stenen hier van mij.’ Hij deed zijn hoofd schuin en verborg de steen achter zijn rug. ‘Echt niet.’ Ik grinnikte. ‘Echt wel. Alleen ik neem ze niet mee naar huis want ik woon hier.’

Zijn mond ging open. ‘En lig je dan elke dag hier op het strand?’ Ik knikte bevestigend. ‘Ja, als ik dat wil wel.’ Hij kneep zijn ogen samen. ‘Vind je moeder dat goed?’ Ik haalde mijn schouders op.

‘Wist jij dat stenen na heel lang zand worden?’ Ik knikte. ‘Na heel lang ja.’ Hij keek peinzend naar de steen in zijn hand. ‘Maar wordt zand dan ook weer steen?’

Ja, daar kun je mee zitten met dat soort vragen.

‘Goeie vraag. Volgens mij niet. Van steen naar steentjes naar zand maar niet andersom.’ Hij raapte nog een steentje op. ‘Mijn vader zegt dat ze glas maken van zand. Dat kan toch niet?’ Ik keek naar zijn ouders die blijkbaar vlakbij lagen en het gesprek glimlachend volgden. ‘Toch wel. Hoe precies weet ik niet maar zand met kalk en soda en dan in de oven daar kunnen ze glas mee maken ja.’ Hij humde tevreden. Zijn vader was zo gek dus nog niet.

‘Maar wat zit er nou in?’ Hij draaide de steen om en om.

‘Soms vind je gebroken stenen. Dan zie je allemaal laagjes zitten.’ De steen ging van de ene in de andere hand. ‘Maar zijn die laagjes er nu ook, als je ze niet ziet?’

Ik had er weer een gevonden, of eigenlijk had hij mij gevonden. ‘Gaat dat de hele dag zo?’ Vroeg ik hem. Hij knikte en wees met zijn hoofd naar zijn gezin. ‘Ze worden er gek van daar.’

Ik lachte. ‘Kun je schrijven?’ Hij viel op zijn knieën van het lachen. ‘Ja, duh!’ Ik wees naar mijn notitie boekje met vulpen wat naast me lag. ‘Ik schrijf alles op wat ik denk, ook al mijn vragen op een dag.’ Hij vroeg met zijn gezicht toestemming en bladerde door mijn krabbels.

‘Goh. Handig. Maar waar zet je dan de antwoorden?’ Ik wachtte tot hij was uit gebladerd. ‘Meestal ’s avonds of de volgende ochtend zoek ik de antwoorden of werk mijn ideeën uit. Soms hoeft er ook geen antwoord te zijn. Dan gaat het alleen om de vraag.’

Het bleef lang stil.

‘Dan raakt mijn hoofd niet zo vol’, zei ik tenslotte. Zijn gezicht ging open. ‘Ah. Dat zou fijn zijn.’ We knikten naar elkaar. ‘En je familie wordt minder gek van je.’ We grinnikten met elkaar. Hij stond op, schudde mijn hand. ‘Bedankt’, zei hij met nadruk, ‘bedankt.’

Waarschijnlijk ging hij zijn ouders nu de kop gek zeuren om een opschrijfboekje. Want als we iets willen, willen we het nu, ook als we op het strand zijn.

Over Maarten Smit

Maarten Smit | Schrijver | Beelddenker | Ondernemer | GoStudent bijlesdocent | 06 3404 5962 | Mirtos | Crete | Werk is waar mijn laptop staat [UA-39119863-1]
Dit bericht is geplaatst in Beelddenken, Strand met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.