Draken

Volg mij in het proces van het schrijven van Drakeneiland, de avonturen van Jesse. Deel 1 Jesse en de blauwe draak. 

De held heet Jesse.

Hij is een 13 jarige puber, langer dan gemiddeld en slungelig. Met half lang zwart haar wat meestal alle kanten op piekt en vaak prettig zijn ongewoon donkerblauwe ogen verbergt. Anders doet zijn favoriete hoodie dat wel. Als hij echt boos is worden zijn ogen zwart.

Op school doet hij het volgens de leerkrachten slecht. Hij wordt vanwege zijn lengte, zijn ogen en zijn zachte karakter veel gepest in de klas. Hij is dan ook altijd op zijn hoede. Mede daardoor heeft hij veel last van faalangst en voelt hij zich vaak onzeker. Jesse heeft niet in de gaten hoeveel talenten hij heeft. Hoogbegaafd. Zo’n gevalletje van het zit er wel in maar het komt er niet uit. Het enige wat hij ‘kan’, volgens hemzelf dan, is uren doorbrengen in de prachtige oude bibliotheek van het dorp waar hij woont. En hij kan praten met alles wat leeft. Dat laatste houdt hij graag voor zich. Mensen vinden al gauw raar als je laat merken dat een hond of een kat met je ‘praat’. Hij hoort ze in zijn hoofd. Meestal gaat het niet eens van hem uit, zo ontdekte hij het ook, ze klinken onverwacht in zijn hoofd. Of hij ziet hun woorden. Juist dit communiceren is slechts het topje van de ijsberg, een klein deel van het mega-talent dat hij van nature heeft: Magie. Maar ja, als niemand je dat vertelt. 

Je kunt hem dagelijks in de bieb vinden. Hij zit graag met oude boeken boven op de galerij in een van de nissen. Meestal leest hij over dino’s, ridders, draken. Daar weet hij dan ook alles van af. Hij woont bij Naomi, zijn oma ‘Omi’, aan de rand van het dorp, op loopafstand van de bieb, in een oud huis. Verscholen tussen bomen en struiken, met rondom weilanden met paarden. De enige reden dat hij het nog volhoudt op  school is omdat Omi hem altijd maar weer voorhoudt dat hij voorbestemd is voor iets groters. Zijn bloedstollend avontuur op zoek naar zijn bestemming begint in de bieb als hij oude plattegronden ontdekt waar veel meer op staat dan er is….. (141218)

Plot

De ruwe plot van het verhaal over Jesse is er. De finesses zitten in mijn hoofd. En dan nog de sub-plot(s). Jesse en de andere personen krijgen steeds meer vorm, hun karakter begint zich te vormen. Wat ze met zich meedragen, al dan niet bekend voor de omgeving. Waar ze naar toe gaan, of naar toe willen. Het slot staat op papier, de ultieme uitdaging voor Jesse. Net als de zoveelste versie van de achterflap. Ik heb veel geleerd van mijn kleurrijke schrijfcoach.

De eerste hoofdstukken vloeien moeiteloos uit mijn vulpen op papier. Als het stopt is het alleen omdat Jesse een besluit moet nemen hoe hij verder gaat. Daar kan ik heerlijk een tijdje op kauwen. De personen, het verhaal, ze krijgen een eigen leven in mijn hoofd. Ik leer ze steeds beter kennen. Ze beginnen op de meest onverwachte momenten te praten. Als schrijver kun je dan maar beter luisteren.

Normaal gesproken lees ik veel, elke dag, alles wat los en vast zit. Nu is dat weer even lastig. Het leidt af of zo. Wat wel kan is de, zeg maar, zakelijke boeken, voor mijn werk. Maar zelfs nu ik geboeid kan lezen in Paard en taal met prachtige foto’s over hoe je beter kunt communiceren met paarden, kan ik niet anders dan bedenken hoe ik de inhoud kan gebruiken voor Jesse. Als er toch eens zo’n boek over draken zou zijn? En over oerzeeschildpadden en zo.

Schrijven doe ik ’s ochtends heel vroeg, liefst al om 05.30 en nu ik zo in het verhaal zit ook graag de hele avond. Het past ook bij de winter . Mijn verhalen ontstaan en groeien in de zomer, in de winter komen ze er uit. Het uiteindelijke editen van het boek zal op de laptop gebeuren maar op dit moment schrijf ik met een prachtige vulpen met zwarte inkt in een knoepert dik schrift. (221218)

Cliffhanger

Als ik stop met schrijven zorg ik altijd voor een cliffhanger. Niet dat ik midden in een scene stop, wel dat ik iets heb om de volgende keer mee verder te gaan, of zo. Als ik mijn dikke schrift wegleg wil ik er altijd iets uit meenemen om op te kauwen. Zoals nu. Jesse vangt een haas in het wild. Dat is vrij aan het begin van het boek, waarin hij zich gaat thuis voelen bij de draak. Tijdens het schrijven speelde op een andere laag de vraag wanneer ik het gevaar, of zo je wilt, Jesses grootste angst ging introduceren in het verhaal. Was dit een goed moment? Die vraag schrijf ik dan op aan het eind van de scene. En ja, vannacht bedacht ik me dat het een uitstekend moment is. Dus kan ik daar meteen in duiken zodra ik mijn ogen opendoe. (261218)

Schrijver

Je weet dat je een schrijver bent als je ’s nachts wakker word omdat je zeker weet dat je iets vergeten bent. Een belangrijk detail in het verhaal wat je hebt laten liggen omdat het verhaal zo lekker vanzelf verder ging. Het is goed gekomen en ik kon daarna ook weer in slaap komen. (160119)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.