Jesse en de blauwe draak

Volg mij in het proces van het schrijven van Drakeneiland, de avonturen van Jesse. Deel 1 Jesse en de blauwe draak. De eerste ruwe schets.

(08042019) Ik maak ‘even’ een uitstapje. Ander verhaal, andere taal. Lekker rammen op de laptop, kan het niet anders noemen. Jesse heeft zijn zwaard en gaat nu in training. Daar stop het. Zit daar bij mij een weerstand op die ik nog niet wist? Wat maakt dat ik dat verzin? Is een hell of a job. Kan ik niet gewoon verder met het verhaal. Interessant dit. Kan hij niet gaandeweg leren? Ik ga het ontdekken. Maar eerst dus een ander verhaal wat vertelt moet worden.

(24032019) ‘Bor, een van de ridders, sloeg met zijn rechterhand op zijn borst; ‘Ik ken je nog maar nauwelijks, maar ik vind je nu al dapper. Het is me een eer je te begeleiden.’ De ridders stonden op; ‘Majesteit?’ Koning Leonardo knikte. Een wonderlijke optocht kwam op gang. Jesse, geheel in zichzelf gekeerd liep achter de drie ridders aan. Brede trappen in het vijfkantige middengedeelte van het kasteel voerden hen naar beneden. Aydn en Zoe liepen naast hem. Daniri vloog voor hen uit, Lucius en Grijs volgden dicht naast elkaar. Daarachter liepen koningin Vere en koning Leonardo te fluisteren. Als laatsten volgden de wijzen. Jesse hoorde niets van de opgewonden opmerkingen van zijn vrienden. Hij voelde het zwaard aan hem trekken. Zijn zwaard.

Uiteindelijk, ze moesten nu onder het kasteel zijn, was er nog een smallere wenteltrap. De zwarte treden uitgesleten. Beneden was een rondgang met zeven openingen naar een ronde donkere ruimte. De ridders staken de fakkels aan in hun houders aan de muur van de rondgang. Vaag werd er een stenen tafel in het midden zichtbaar. ‘Alleen jij kunt naar het middengedeelte’, fluisterde koning Leonardo.

Jesse koos op gevoel de opening voor hem, het dichtst bij de trap. Het licht vanuit de omgang gaf vlakkerige schaduwen. Er streek iets langs hem toen hij naar binnen stapte. Hij zag even een fijnmazig membraan oplichten in alle openingen. De vorm van het zwaard vaas vaag te zien, alsof het was ingelegd in het steen.. Er was geen geluid, alleen het bewegen van schaduwen. Hij concentreerde zich op de onzichtbare draad die hem naar het zwaard trok. Onweerstaanbaar. Compleet. Deel van hem. Hij kreeg kippenvel en reikte naar de bron, raakte hem aan. Hij zocht verbinding met de vele metalen in het zwaard en de vele vormen van magie daarin verweven. Hij zag ze stuk voor stuk voor zich, als door een immense microscoop. Elk deel, elk stukje. Hij vertraagde zijn adem, kwam in trance. Hij wachtte. Het zwaard werd vloeibaar voor zijn ogen, de tijd versnelde. Alsof het opnieuw gesmeed werd, voor hem. Hij wachtte nog meer. Er verschenen tekens op de pilaren om hem heen, vormen, bewegend onherkenbaar. Hij vertraagde de tijd, hij wist niet eens dat hij dat kon en verbond de grillige vormen. Hij wist de naam al voordat hij hem zag. De tijd begon weer te lopen, zijn ademhaling kwam weer op gang. Met een oeroude diepe basstem gebood hij zijn zwaard. De vloer trilde: ‘Omega’.

Eerst leek er niks te gebeuren. Opeens lichtte Omega op en verscheen in al zijn glorie. Hij steeg omhoog en gleed als vanzelfsprekend in Jesses rechterhand. Hij meende even ‘Meester’ te horen toen het metaal zijn huid raakte. ‘

08022019) Jesse en zijn nieuwe vriend, de staljongen Aydn, hebben de blauwe draak en Naomie achter gelaten in de grot. Te paard reden ze naar het kasteel, zijn (nieuwe) thuis. Onderweg kwamen ze een pak wolven tegen, dus inmiddels weet ik ook hoe wolven leven en communiceren. Veilig aangekomen in de stad Voxtrum en ontvangen door Makari, de hof magiër en de koning op kasteel Vox. Jesse wilde een plattegrond van het kasteel dus heb ik wat getekend, uit mijn hoofd. Uiteindelijk zullen er nog meer details worden ingevuld maar dan heb je vast een indruk.

Keyscene 1 versie 2 aanvang dag 4

(29012019)Het was muisstil buiten. Geen enkele beweging. De drie manen belichtten het eiland, weerkaatst door een dun laagje sneeuw. De bergen waren van deze afstand statige grijze silhouetten, de dalen verre schaduwen. De zee in de verte glinsterde zilvergoud. Jesse stond even roerloos als zijn omgeving in de kou met alleen een omslagdoek losjes om zijn schouders. Hij was wakker geworden uit dwars door elkaar heen lopende dromen. Het ging over strijd, over een eenzaam eiland, maar ook over geboren worden. Benauwend. Buiten in de witte oorverdovende stilte zocht hij de rust in zichzelf. Ook weer een van de vele lessen van Omi. Alleen in de diepe zielenrust kan je kracht ontstaan. Hij kende zijn eigen chillplek tussen de kamers in zijn hoofd. Als de drukte op school hem te veel werd ging hij daar altijd heen. Dan sloot hij alles en iedereen buiten. Daar had hij altijd troost gevonden als de pestkoppen hem weer eens te pakken hadden genomen. Nu kon hij daar naar toe om rustig te worden, niet meer om te vluchten. Hij had zich hier op de berg, in de grot, nog nooit ergens zo veilig gevoeld. Zo, zichzelf. Hij was thuis hier, hij hoorde hier. Van binnen voelde hij nu ook iets anders. Misschien was dat zijn kracht waar ze het over hadden? Het leek hem een bron, hij kon hem aanraken en dan ging het stromen. Hij kreeg het er zelfs warm van in de vrieskou, of hij verbeeldde zich dat.

Over de vallei dreef zacht maar helder een melodie zijn kant op. Betoverend. Een soort fluit. Het paste wonderwel bij zijn stemming. Het had een stijgende melodielijn, even vrolijk als melancholisch. Tranen van mooite bevroren op zijn wangen.

‘Watje’, zei een scherpe stem in zijn hoofd. Hij schrok even, zuchtte toen opgelucht. Ze konden hem hier niet meer raken. Als hij midden in de nacht op een berg wilde gaan staan huilen om een melodie, om alles, om wat dan ook, dan deed hij dat. Hij genoot er van. De bron in hem voelde sterker aan en als iets blijvends. In de terugkerende stilte gooide hij zijn hoofd in de nek en schaterlachte tegen het eerste ochtendlicht.

(28012019) De grot waar de draak Galanos zijn nest heeft en Chrystofor ter wereld komt heeft minimaal de afmetingen van de Dom van Milaan. Hij bevindt zich in een berg in het hoogste gedeelte van Drakeneiland. Boven in de grot, aan de zijkant, is een opening, groot genoeg voor een draak om naar binnen en buiten te vliegen. Zo komt er ook wat daglicht naar binnen. Neerslag verdwijnt via natuurlijk gevormde gootjes naar de bron achterin de grot. Gisteravond liet ik Jesse alleen achter bij het hoge vuur. Hij had een pittige confrontatie gehad met de magiër van het eiland, Makari en wist zich daar goed doorheen te bluffen. Toch bleef hij onzeker en vol twijfels bij het vuur achter. De jonge draak Chrystofor sliep in zijn armen, Lana de kat lag in zijn nek. Alle voorspellingen wezen er op dat hij, tot voor kort de loser van de klas, deze wereld van de ondergang moest gaan redden. Niemand wist echter, laat staan dat hij zelf ook maar enig idee had wat hem te wachten stond. Hij was verdomme 13. Wat wist hij nu helemaal?  Ik zal hem daar maar eens weg halen.

(26012019) Is je boek autobiografisch? Deze vraag kreeg ik tijdens het vertellen waar mijn boek over gaat. Interessant. Ik schrijf fantasy, een eigen genre, waarin ik een nieuwe wereld schep. Maar gaat het over mij? Als ik het zich ontvouwende verhaal teruglees, denk ik dat het zeker over mij gaat. Wellicht niet altijd duidelijk terug te voeren maar toch. De uitdagingen waar Jesse voor staat zijn deels mijn stukken, uitvergroot en in een spannende setting. Al was het alleen al zijn aarzeling om het leiderschap op zich te nemen, eigenaar te worden van zijn problemen. De thema’s in het verhaal en eronder zijn mijn thema’s zoals hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit, pesten, beelddenken. De weg naar goed genoeg zijn voor wie je bent en je talenten ten volle benutten. En zo zijn er nog wel een paar te noemen. Dus ja het is deels autobiografisch en het gaat bij de verschillende figuren in het verhaal, vaak over delen van mij.

(200119) In de tijd van de draken waren er nog geen camera’s om de geboorte van een jonge draak vast te leggen. Hetzelfde geldt voor dino’s. Ook is er weinig gedocumenteerd :-). Dus kijk ik nu, tot mijn eigen verbazing en plezier, filmpjes hoe allerlei soorten vogels en schildpadden uit hun ei kruipen. Mocht je nog tips hebben en (beeld)materiaal over hoe een draak uit zijn ei kruipt dan hou ik mij aanbevolen.

De parallel is dat Jesse in feite ook uit zijn ei kruipt, net als zijn jonge draak. In deze wereld waar hij is aangekomen groeit hij met de dag, kan zichzelf zijn en leert de meest wonderlijke maar ook moeilijke dingen.

Schrijver

(160119) Je weet dat je een schrijver bent als je ’s nachts wakker word omdat je zeker weet dat je iets vergeten bent. Een belangrijk detail in het verhaal wat je hebt laten liggen omdat het verhaal zo lekker vanzelf verder ging. Het is goed gekomen en ik kon daarna ook weer in slaap komen.

Cliffhanger


(261218) Als ik stop met schrijven zorg ik altijd voor een cliffhanger. Niet dat ik midden in een scene stop, wel dat ik iets heb om de volgende keer mee verder te gaan, of zo. Als ik mijn dikke schrift wegleg wil ik er altijd iets uit meenemen om op te kauwen. Zoals nu. Jesse vangt een haas in het wild. Dat is vrij aan het begin van het boek, waarin hij zich gaat thuis voelen bij de draak. Tijdens het schrijven speelde op een andere laag de vraag wanneer ik het gevaar, of zo je wilt, Jesses grootste angst ging introduceren in het verhaal. Was dit een goed moment? Die vraag schrijf ik dan op aan het eind van de scene. En ja, vannacht bedacht ik me dat het een uitstekend moment is. Dus kan ik daar meteen in duiken zodra ik mijn ogen opendoe.

Plot

(221218) De ruwe plot van het verhaal over Jesse is er. De finesses zitten in mijn hoofd. En dan nog de sub-plot(s). Jesse en de andere personen krijgen steeds meer vorm, hun karakter begint zich te vormen. Wat ze met zich meedragen, al dan niet bekend voor de omgeving. Waar ze naar toe gaan, of naar toe willen. Het slot staat op papier, de ultieme uitdaging voor Jesse. Net als de zoveelste versie van de achterflap. Ik heb veel geleerd van mijn kleurrijke schrijfcoach.

De held heet Jesse.

 (141218)Hij is een 13 jarige puber, langer dan gemiddeld en slungelig. Met half lang zwart haar wat meestal alle kanten op piekt en vaak prettig zijn ongewoon donkerblauwe ogen verbergt. Anders doet zijn favoriete hoodie dat wel. Als hij echt boos is worden zijn ogen zwart.

Op school doet hij het volgens de leerkrachten slecht. Hij wordt vanwege zijn lengte, zijn ogen en zijn zachte karakter veel gepest in de klas. Hij is dan ook altijd op zijn hoede. Mede daardoor heeft hij veel last van faalangst en voelt hij zich vaak onzeker. Jesse heeft niet in de gaten hoeveel talenten hij heeft. Hoogbegaafd. Zo’n gevalletje van het zit er wel in maar het komt er niet uit. Het enige wat hij ‘kan’, volgens hemzelf dan, is uren doorbrengen in de prachtige oude bibliotheek van het dorp waar hij woont. En hij kan praten met alles wat leeft. Dat laatste houdt hij graag voor zich. Mensen vinden al gauw raar als je laat merken dat een hond of een kat met je ‘praat’. Hij hoort ze in zijn hoofd. Meestal gaat het niet eens van hem uit, zo ontdekte hij het ook, ze klinken onverwacht in zijn hoofd. Of hij ziet hun woorden. Juist dit communiceren is slechts het topje van de ijsberg, een klein deel van het mega-talent dat hij van nature heeft: Magie. Maar ja, als niemand je dat vertelt. 

Je kunt hem dagelijks in de bieb vinden. Hij zit graag met oude boeken boven op de galerij in een van de nissen. Meestal leest hij over dino’s, ridders, draken. Daar weet hij dan ook alles van af. Hij woont bij Naomi, zijn oma ‘Omi’, aan de rand van het dorp, op loopafstand van de bieb, in een oud huis. Verscholen tussen bomen en struiken, met rondom weilanden met paarden. De enige reden dat hij het nog volhoudt op  school is omdat Omi hem altijd maar weer voorhoudt dat hij voorbestemd is voor iets groters. Zijn bloedstollend avontuur op zoek naar zijn bestemming begint in de bieb als hij oude plattegronden ontdekt waar veel meer op staat dan er is…..

De eerste hoofdstukken vloeien moeiteloos uit mijn vulpen op papier. Als het stopt is het alleen omdat Jesse een besluit moet nemen hoe hij verder gaat. Daar kan ik heerlijk een tijdje op kauwen. De personen, het verhaal, ze krijgen een eigen leven in mijn hoofd. Ik leer ze steeds beter kennen. Ze beginnen op de meest onverwachte momenten te praten. Als schrijver kun je dan maar beter luisteren.

Schrijven doe ik ’s ochtends heel vroeg, liefst al om 05.30 en nu ik zo in het verhaal zit ook graag de hele avond. Het past ook bij de winter . Mijn verhalen ontstaan en groeien in de zomer, in de winter komen ze er uit. Het uiteindelijke editen van het boek zal op de laptop gebeuren maar op dit moment schrijf ik met een prachtige vulpen met zwarte inkt in een knoepert dik schrift.

Normaal gesproken lees ik veel, elke dag, alles wat los en vast zit. Nu is dat weer even lastig. Het leidt af of zo. Wat wel kan is de, zeg maar, zakelijke boeken, voor mijn werk. Maar zelfs nu ik geboeid kan lezen in Paard en taal met prachtige foto’s over hoe je beter kunt communiceren met paarden, kan ik niet anders dan bedenken hoe ik de inhoud kan gebruiken voor Jesse. Als er toch eens zo’n boek over draken zou zijn? En over oerzeeschildpadden en zo.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.