Dan zal god ook wel niet bestaan

Hij was boos.

Razend ! De acht jarige Frank had zijn sinterklaas surprises al stuk getrapt. Met een driftige zwaai had hij de treintjes in het kerstlandschap van zijn tafel gemaaid. De vulling van zijn kussen lag door de hele kamer. Nu wist hij niet meer hoe hij nog meer boos kon zijn. De tranen sprongen uit zijn ogen. Hoe konden ze.

Hij had eerder die dag tegen zijn moeder aangeleund op de bank gezeten. Het eten pruttelde in de keuken, de tafel was gedekt. Ze hadden, zoals vaker, even een momentje samen, voor zijn zussen en zijn vader binnen kwamen om te eten. Soms las moeder voor of ze keken gewoon naar het dansen van de vlammetjes. Lekker kroelen. ‘Het wordt tijd dat ik je iets vertel’, was moeder begonnen. Haar stem klonk serieus. Frank keek haar aan. ‘Je bent nu oud en wijs genoeg om te weten dat Sinterklaas niet bestaat. Papa en mama kopen de kadootjes.’ De rest had hij niet eens meer gehoord. Hij kon het niet geloven. Hadden ze hem al die tijd voorgelogen. Alle volwassen, ook de meester en de juffen? ‘Sinterklaas bestaat niet’, brieste hij, ‘en de kerstman dan?’ Moeder schudde haar hoofd. ‘Nee, bestaat ook niet’. Het was niet eerlijk. Hij voelde zich verraden.

‘Dan zal god ook wel niet bestaan.’

Had hij geschreeuwd. Hij had haar antwoord niet eens afgewacht maar was de kamer uitgerend, de trap op gedenderd, met alle deuren gesmeten en nu zat hij op zijn kamer. Mateloos verdrietig te zijn. Sint, de Kerstman, god. Het waren dus allemaal leugens. Wat was er dan nog meer niet echt? Waren zijn ouders misschien helemaal niet zijn ouders? Het raasde maar door in zijn hoofd. De ene verschrikkelijke gedachte tuimelde over de andere heen. Hij gooide zich op bed, zocht zijn IPad, frummelde de oortjes van de koptelefoon in en sloot zich af voor de huisgeluiden met zijn muziek. Hij ging niet naar beneden om te eten en besloot dat hij ook geen kerst zou vieren dit jaar.

Na een lange tijd voelde hij zich niet beter maar wel wat rustiger. Hij deed de muziek uit en merkte dat het stil was in huis. Zijn zussen hadden kerstviering van hun school vanavond, herinnerde hij zich. Daar zouden ze nu wel heen zijn allemaal. Dan was oma er om op hem te passen. Zij zou het begrijpen, zij begreep altijd alles. Hij ging naar beneden. De huiskamer was opgeruimd, de vaatwasser zoemde, de kaarsjes branden. Oma zat rustig op de bank. Ze deed niks. Dat kon Oma en dat was zo fijn aan haar. Hij kroop naast haar. Een poosje zeiden ze niets.

‘Ik ga dit jaar geen kerst vieren’,  zei Frank tenslotte. Oma knikte. ‘Ja, dat begrijp ik.’ Ze sloeg haar arm om hem heen en vroeg; ‘Ben je erg boos op ons?’ Frank knikte driftig. De tranen prikten alweer achter zijn ogen. ‘Ik vind het gemeen. Jullie hebben allemaal gelogen.’ Hij maakte zich los en keek haar aan. ‘Waarom?’ Oma keek hem aan, zoals alleen oma’s dat kunnen en hield haar hoofd schuin. ‘We hebben allemaal geloofd dat Sinterklaas bestond, totdat onze ouders ons vertelden dat zij de kadootjes kochten. Ik was ook heel verdrietig toen ik dat ontdekte.’

‘O. Dus iedereen doet er aan mee’, concludeerde Frank verbaasd. Oma knikte alleen maar. ‘Het is even schrikken he. Maar hoe wil jij geen kerst vieren dit jaar?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou, gewoon. De kerstboom moet er uit en dan zie ik wel verder.’ Oma deed haar wenkbrauwen omhoog, keek naar de opgetuigde kerstboom en zei toen; ‘Dat is misschien wel een heel goed idee. Zal ik je daarbij helpen?’ Frank klaarde op. Dat had hij niet verwacht. Hij sprong op en pakte Oma’s hand. Hij trok de stekker uit het stopcontact en samen haalden ze een voor een de lichtjes uit de boom. Alle ballen gingen in de dozen die nog in de schuur stonden. Oma deed alles in grote kratten en bracht het naar achteren.

Daar stond de lege kale boom. Dat voelde goed, dacht Frank, ‘en nu leggen we hem buiten neer.’ Ze zeulden de boom door de gang, door de voordeur en legden hem op de tegels voor het raam. ‘Mag ik hem verbranden Oma?’ ‘Nee joh’, reageerde Oma, ‘dat is te gevaarlijk hier zo dicht bij het huis. Misschien kun je dat morgen samen met papa doen op een plek waar het veilig is.’ Daar baalde hij van. Zo was het nog niet af. Hij wilde vuur zien om zo zijn laatste boosheid te verbranden. Gedwee ging hij echter mee naar binnen. Oma zei niets van de chaos op zijn kamer toen ze hem naar bed bracht. Ze pakte een nieuw kussen uit de kast op de overloop en kuste hem welterusten.

Slapen kon hij niet. Hij moest en hij zou die kerstboom verbranden, hij kreeg het niet uit zijn hoofd. Dan pas was het klaar. Of zo. Na heel wat woelen en draaien stond hij op. Hij pakte de oude gehavende zippo van zijn opa uit zijn doos met schatten achter in zijn kast. Er kwam nog een vlammetje uit. Dat was vast genoeg om de boom in de hens te steken. Zachtjes liep hij op zijn kousen zijn slaapkamer uit. Nog zachter sloop hij de trap af. Hij wist precies welke treden kraakten. De voordeur piepte even en hij hield zijn adem in of hij iets hoorde uit de huiskamer. Maar nee. Hij legde de deurmat op de drempel zodat de deur niet dicht zou vallen en viel op zijn knieën. Hij hield het kleine vlammetje bij een tak van de boom. Er knetterde wel iets, het smeulde een beetje maar echt branden deed het niet. Net toen de tak leek te gaan gloeien ging de vlam van de aansteker uit. Hij zuchtte. Jammer. Leeg. Teleurgesteld ging hij zachtjes weer naar binnen en naar boven.

Frank werd wakker van een rare piep. Hij was blijkbaar toch in slaap gevallen maar nu piepte er iets beneden, niet even maar voortdurend. Wat was dat? Hij sprong zijn bed uit en deed zijn kamerdeur open. Het geluid kwam van beneden. Bij de deur van de huiskamer rook hij een branderige lucht. Binnen zat Oma op de bank te dutten. Buiten het raam zag hij vuur. Was de kerstboom toch gaan fikken? ‘Oma’, riep hij en schudde haar wakker. Oma schrok op. ‘Er is brand’. Ze keek in de richting waarin Frank wees en zag de vlammen en de rook. Ze pakte haar telefoon uit de tas en belde 112. ‘Pak alle handdoeken die je kunt vinden in de badkamer’, zei ze toen kalm tegen Frank. Hij rende naar boven en kwam met stapels handdoeken naar beneden. Oma maakte ze nat en samen haalden ze de vensterbank leeg en legden de druipende handdoeken tegen het kozijn. Misschien zou dat het vuur lang genoeg tegenhouden. Daarna nam ze Frank mee naar de achterkamer en wachtten ze vol spanning op de komst van de brandweer.

‘Bats’. Met een enorme knal versplinterde de grote voorruit in honderden kleine stukjes. Frank sprong in de lucht van schrik. Op hetzelfde moment reed de brandweer loeiend de straat in. De mannen sprongen de wagen uit. Buren kwamen naar buiten en volgden alles nieuwsgierig. Oma liet een van de mannen binnen terwijl de anderen aan het blussen sloegen. Hij bekeek de situatie, schatte het gevaar in en vroeg toen of ze allebei in orde waren. Dat waren ze. Op de schrik na dan. Het vuur was snel geblust. Het kozijn was wel geblakerd maar had gelukkig niet echt vlam gevat. Er zou iemand komen om voor vannacht planken voor het gapende gat te slaan en dan moesten ze morgen maar bellen met de verzekering en een glaszetter.

Een jonge brandweerman uit de straat, Frank kende hem wel, kwam nog even binnen en vroeg; ‘Waarom lag de kerstboom buiten? Kerst moet toch nog beginnen?’ Oma keek naar Frank, Frank keek naar Oma. ‘Eh, nou, eh, ik wil geen kerst meer vieren.’ De brandweerman keek hen om beurten aan en knikte eens. ‘Juist. Hebben jullie nog iemand voorbij zien komen misschien? Jongelui die een geintje wilden uit halen? Zijn ogen bleven rusten op Frank. Hij kroop een beetje achter Oma weg en bekende schoorvoetend dat hij de boom in de fik had willen steken, maar dat de aansteker leeg was en dat hij niet wist dat de boom toch was gaan branden. De jonge man keek nu heel verbaasd maar ook geïnteresseerd. Oma legde alles uit. Hoe Frank teleurgesteld was omdat hij net gehoord had dat Sinterklaas niet bestond en de Kerstman ook niet. Dat hij daarom geen kerst meer wilde vieren en ze samen de boom hadden afgetuigd. ‘Dat is ook niet niks nee’, knipoogde de brandweerman glimlachend naar Frank, ‘dat weet ik zelf nog goed hoe stom ik dat vond toen ik ontdekte dat mijn ouders voor Sinterklaas speelden. Maar eh, je hebt geluk dat de brandweer wel echt bestaat. Of niet dan?’ Oma liet hem uit en stuurde daarna Frank naar de douche.

Hij stond heel lang onder de warme stralen tot hij geen brandlucht meer rook. Het leek ook wel of al zijn boosheid wegspoelde, zo het putje in. In een schone pyjama en met zijn dikke pluizige kamerjas aan ging hij naar beneden. Daar was het een drukte van belang. Hij maakte zich klein op een stoel. Vader en moeder en zijn zussen waren binnen gekomen en riepen door elkaar terwijl Oma probeerde te vertellen wat er gebeurt was. Pas toen de gemoederen bedaard waren en de zussen naar boven verdwenen zagen vader en moeder hem. Oma ging naar huis en streek hem nog even over zijn natte haar. ‘Het is allemaal goed, jongen, het is allemaal goed’, zei ze.

Zijn ouders gingen tegenover hem op de bank zitten. Vader met een frons op zijn voorhoofd. Moeder zat voorovergebogen op het randje met haar handen in elkaar geslagen. Ze keek hem niet aan terwijl ze sprak. ‘Frank, ik wil je mijn excuses aanbieden. Wij willen je onze excuses aanbieden.’ Hoorde hij dat nu goed? Hij had bijna het hele huis in de brand gezet, ze hadden wel dood kunnen zijn en zijn moeder ging sorry zeggen? ‘Heel vaak heb ik niet in de gaten dat jij anders in elkaar steekt dan je zussen.’ Ze keek even op naar zijn vader. ‘Dat dingen voor jou en mij soms anders binnenkomen dan bij je moeder en bij je zussen’, vulde hij aan, ‘heftiger, zeg maar.’ Moeder knikte.

Zag hij nu een traan bij haar naar beneden vallen? ‘Ik ben er te nuchter voor en neem vaak niet de tijd om jou te begrijpen. Dus sorry daarvoor.’ Hij stond op en liep naar zijn moeder. Zij deed haar hoofd omhoog en keek hem met betraande ogen aan. ‘Je hebt ons wel laten schrikken hoor’, snifte ze, terwijl Frank haar tranen wegveegde. Ze knuffelden en spraken nog lang over alles na. Hoe je als gezin het samenzijn kunt vieren, ook zonder Sint, zonder Kerstman. Frank had veel om over na te denken. Wat hij misschien nog wel het fijnste vond was dat papa en hij dus op elkaar leken. Dan kon hij eens vragen hoe hij dat dan deed als hij boos werd.

Uiteindelijk werd er die nacht nog door iedereen min of meer geslapen.

Een week later op eerste kerstdag werd Frank wakker van een stilte die anders was dan normaal. Hij keek uit zijn slaapkamerraam en zag kleine witte vlokjes naar beneden dwarrelen. Sneeuw. Kerstsneeuw. Zo echt als het maar kon zijn. Beneden had zijn vader de open haard al aan gestoken, de tafel was kerstig gedekt, kaarsjes branden. Het rook naar koffie, vers brood en chocolademelk. In de huiskamer was een nieuw voorruit gekomen die week en alle troep was opgeruimd. Volgende week zou een schilder het kozijn onder handen nemen. Vader gaf hem een mok met warme chocolademelk. Hij kroop bij de haard. Samen slurpten ze het hete vocht naar binnen. ‘Hoe doe jij dat als je boos bent, pap?’ Zijn vader keek hem aan. ‘Dat is een goeie vraag, jongen. Ik vreet hem op, de boosheid. Snap je? Ik slik het in, ik beheers me. Soms trek ik me letterlijk even terug. Jij gooit het er allemaal meteen uit. Dat zou ik ook wel willen. Maar zoals ik het doe en zoals jij het doet is allebei niet echt handig. Zullen we daar samen eens een keer wat aan gaan doen?’ Frank knikte. Dat zou fijn zijn.

Langzaam werd het hele gezin wakker en schoof aan de kerstbrunch tafel. Frank pakte zijn eerste broodje en zag twee extra borden staan. ‘Wie komen er nog meer?’ Op dat moment klonk een harde claxon buiten voor de deur. Hij sprong op. Opa en oma in hun grote Pick-up hadden de sneeuw getrotseerd. Op zijn sloffen begroette hij ze. Opa tilde hem op in zijn grote sterke armen. Oma knuffelde hem wat rustiger maar niet minder intens. ‘Wil je me even helpen Frank?’ Opa liep naar de achterklep. Daar lag een verse kerstboom. ‘O, geweldig’, riep Frank uit, ‘echt gaaf Opa!’

De rest van de kerstbrunch werd een prettige chaos van het optuigen van de kerstboom, eten en drinken en het uitwisselen van cadeaus. Voor het merendeel boeken. Hier gaat Kerst dus om, dacht Frank terwijl iedereen bekeek, dit gevoel. Dat je allemaal anders bent en toch samen en dat dat helemaal goed is.

Fijne feestdagen, hoe je ze ook viert en tot ziens in 2019

Oud & Nieuws 2018

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en het is toch niet normaal dat mijn kind zo normaal is?

Aan de keukentafel

De vader, in de weer met de koffiemachine, kwam op mij onzeker over. De moeder was beweeglijk onder een waterval van aaneengeregen zinnen. Ik kwam weer binnen na een kennismaking met hun zoon die buiten bleef spelen met de hond. Blakend van zelfvertrouwen, speels, ondeugend, vrolijk en open. We dronken koffie aan de keukentafel in een Ikea landschap. Ik liet haar taal over me heen komen, luisterde meer naar de boodschap er onder dan naar de betekenis en keek naar het buitenspel van de jongen en zijn grote kameraad. De vader deed af en toe zijn handen omhoog in wat een zwakke poging leek haar te onderbreken. Keek dan naar mij een schudde haast verontschuldigend zijn hoofd. 

Inmiddels was de moeder opgestaan en ging tussen mij en het beeld buiten staan. We betraden de arena. “Luistert u wel?” Ik knikte bevestigend. “Dan begrijpt u dat wij ons ernstig zorgen maken.” Ze hield even in en keek mij vorsend aan. Een hand met opgestoken vinger op mij gericht. “Op grond waarvan”, riposteerde ik? Ik had niets alarmerends gehoord, dacht ik. Niets problematisch gezien. Had ik iets gemist in haar zoon? Had ik iets niet gehoord in de brij van woorden? Haar ogen werden groot en een rode nagel kwam vervaarlijk dichtbij. Ze telde op haar vingers af; “Hij heeft nog nooit een onvoldoende gehaald. Hij maakt nooit ruzie, is altijd vrolijk, eet en slaapt goed.  Hij heeft veel te veel vriendjes naar mijn zin, hij is altijd buiten en zijn kleren zijn altijd vuil en meestal ook nog stuk. Hij is zo ontzettend ondeugend, altijd. Als hij je aardig vindt dan kan hij heel beleefd zijn maar berg je als hij je niet mag. Maar hij is nooit ziek. Nou, dat kan toch allemaal niet goed zijn?”

Jongens leren en leven anders

In een wervelwind aan geluid en beweging kwamen hij en zijn hond op dat moment de keuken in gedaverd. De hond maakte zich meteen meester van mij. Hij smeet zijn laarzen in een hoek en kwam naar me toe. Rode wangen en een zeldzaam open en vrolijke blik. “Skip vindt jou aardig.” Ik kon niets anders dan het beamen vanonder de prachtige wolbaal. Met een kordaat ‘Skip, laag!’ zorgde hij er voor dat de hond onmiddellijk naast me op de vloer gleed. Hij ging voor me staan, half tegen de tafel aan. “Zo doet mijn moeder altijd hoor”, lachte hij ontwapenend, “maar weet je al of je mij kunt helpen?” Ik schudde ontkennend mijn hoofd en zei; “Nee. Ik zou het niet weten. Hoe denk jij dat ik jou zou kunnen helpen?” Hij haalde zijn schouders op en keek naar de modderige gaten in zijn broek. “Misschien hoe ik mijn kleren niet kapot kan maken?” Zijn hoofd schuin, zijn ogen schitterden van plezier, terwijl het leek of hij uitdagend naar zijn moeder keek.

De moeder zeeg op haar stoel neer en trok haar klauwen in, voor even niet bestand tegen de overweldigende charme van haar zoon. Zelfs de vader waagde een kleine glimlach en leek opgelucht. 

Advies

“Ik hoop dat je nog heel veel meer kleren verslijt met buiten spelen dus ga vooral zo door.” Hij grinnikte en knikte. “Ik ga helemaal niets doen aan uw zoon”,  richtte ik mij weer tot de ouders. “Hij heeft geen enkel probleem. U daarentegen wel”, ik had tot mijn verrassing zelf ineens ook een opgestoken vinger in haar richting, “het grote probleem van een heerlijk, gezond en vrolijk kind. Daar kan ik u wel bij helpen want ik begrijp dat zoiets zwaar drukt, maar uw zoon zelf heeft geen enkele hulp nodig”. 

Terwijl de vader, zijn zoon en de hond met mij naar de voordeur liepen steunde de moeder aan de keukentafel; “Maar u kunt mij toch wel iets aanraden?” Het kwartje was nog niet gevallen. “Jazeker”, zwaaide ik haar gedag; “er nog een hond bijnemen.” 

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en een reis door mijn muziek in december.

Muziek is voor mij een levensbehoefte. Zowel het maken er van met mijn koor, als het beleven en luisteren er naar. Het heeft mij als kind met leren altijd geholpen. Het verbindt de beide hersenhelften, muziek is een ‘wholebrainer‘ en kan je in kind dus ook helpen betere verbindingen te maken in het brein waardoor leren en bewegen beter gaat.  In mijn blogs heb ik het daar regelmatig over. Dit keer vooral een muzikale reis door mijn muziek in december. Voor de lol, omdat het kan. Wie weet zitten er voor jou nog onbekende juweeltjes tussen. Wees gerust, het gaat niet alleen om klassieke muziek. 

In de weken rond de kerst mag ik graag de 6 cantaten van het Weihnachts oratorium van Bach beluisteren en zo ongeveer in mijn hoofd meezingen. De bladmuziek valt uit elkaar en staat vol met potlood aantekeningen, zo vaak gezongen. De vertrouwde Bach-wendingen en barokke herhalingen zijn balsem voor mijn ziel. Het verveelt nooit. Mijn favoriet is de uitvoering van dirigent Peter Dijkstra. Hij doet iets met deze oude muziek, met name qua dynamiek, waardoor ik nieuwe dingen hoor. 

In alle uitbundigheid, veel trompetten en pauken, last hij een moment van rust in door een koraal: ‘Ich steh an deiner Krippe hier’,  a capella uit te voeren. Heel zacht ook. Wonderschoon. 

Tweede in de rij is de Messiah van Haendel. Waar ik Bach eindeloos kan herhalen, is de Messiah meestal eenmalig zo rond de kerst. Wel vaak gezongen, minder vaak beluisterd. 

Als grote fan van Sting, om zijn stem, maar ook vooral omdat hij graag werkt met grote orkesten, is A Winters Night te vinden op mijn speellijst. Kerst  in een nieuw jasje. 

Waar ik natuurlijk mateloos van geniet is de a capella groep Voctave, zelfs hun Disney klassiekers. Elk jaar brengen zij een nieuwe kerstopname uit. 

Anne Sophie von Otter. Haar CD met Elvis Costello is voor een ander jaargetijde ook heel aangenaam. Vooral omdat haar stem niet in een hokje te stoppen is. Ze zingt net zo makkelijk een opera als jazz. 

Wat bij mij ook niet mag ontbreken zijn de Christmas Carols van het Kings College Choir, Cambridge. Hier met Nativity Carol van mijn favoriete hedendaagse componist John Rutter. 

Ook topper op het gebied van a capella muziek is Pentatonix. Alle geluiden maken ze zelf. 

Nog een knaller om mee af te sluiten; Carol of the Bells of Notre Dame, ook weer door Voctave.  En ja, de dames kunnen erg hoog. 

Een stukje van mijn muzikale voorkeuren in deze tijd. Om de donkere dagen wat zachter te maken. Zodra de oliebollen van tafel zijn en de dagen langzaam gaan lengen komen bij mij onmiddellijk de passies van Bach op het programma, zowel om te zingen als om te luisteren. Maar dat duurt nog even. Eerst dapper door de dennentakken heen bijten. 

Wat is jouw favoriete muziek in deze tijd?

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en 10 tips voor de rust in jou.

In de winter mag ik de wereld graag buitensluiten. Niet de realiteit, wel de schreeuwerige buitenwereld. Als ik het nieuws al volg is dat via koppen, zonder beelden. In elk geval geen tv. Nooit tv. Het liefst laat ik de actualiteit achteraf duiden door het lezen van een rustige krant op zondag. Zodat ik wel weet wat er speelt en het een beetje begrijp maar er niet elk uur mee om mijn oren wordt geslagen. Scheelt overigens ook een hoop tijd en het geeft rust in mijn hoofd.

Ritme

Het ritme van de natuur volgen, denk ik. Uitrusten, mentaal, zoals het buiten allemaal in rust is. Opladen voor de lente. Vooral niet meegaan in de december hectiek. Boodschappen doe ik het liefst op maandagochtend om 08.00 uur. Dan zie ik alleen wat slaperige vakkenvullers, een verveelde kassamevrouw en de lieve verkoopster van het straatnieuws.

Geloof me, ik geniet van samen eten en drinken met vrienden, een concert, een voorstelling. Toch hou ik vooral van mijn winterslaap. Mateloos genieten van een zondag niksen. Met een dekentje op de bank, kopjes thee, beetje lezen, beetje schrijven. Het donker en de stilte van de vroege ochtend. Later op de dag met muziek van Bach of van Sting, net wat op dat moment bij me past. 

In de lente en de zomer slaap ik ook minder. Word ik met de zon wakker, heb ik een tomeloze energie. Als het licht mindert in oktober, verander ik mee. Keer ik naar binnen. Geef ik mijn brein rust. Vanuit mijn tevreden stilstaan kan ik verder en ontstaan mooie dingen. Noem het introvert, als je het wilt duiden. Noem het hoogsensitief, als je het wilt labelen om mij beter te begrijpen. Prima. Ik ben daarin vooral mij, door de jaren heen zo geworden. Straks, als de dagen weer gaan lengen krijg ik vanzelf weer behoefte aan prikkels. 

Kies

Natuurlijk lukt het niet altijd. Er moet ook bij mij brood op de plank. Ik kan niet onder alle afspraken uit. Maar juist in deze wintermaanden bewaak ik mijn agenda heel goed met veel blauwe dagen er in. Ik kies zorgvuldig, beter dan in de zomer waarin zelfs mijn agenda bruist en overloopt. Makkelijk praten vanuit mijn riante seniorenflat, 6 hoog, een oase van rust en uitzicht. Ik hoef geen kinderen op te voeden en van muziekles naar voetbal te vervoeren, ik heb geen mantels meer te verzorgen. Het zijn allemaal keuzes zoals ik ze al dan niet gemaakt heb. 

Hoe jij je leven ook hebt ingericht, mijn rust zoals ik het hier beschrijf, zit vooral van binnen. Welke hectiek jij ook om je heen schept, je hebt daar zelf keuzes in. Meestal zit hem dat in het doen waarvan je denkt dat anderen dat van je verwachten. Dingen doen of laten omdat je denkt dat anderen er iets van vinden. Er een (negatief) oordeel over hebben. Je verregaand aanpassen aan onuitgesproken verwachtingen die zich vooral in jouw hoofd bevinden. 

Als jouw basisbehoeften goed gevuld zijn ga je andere keuzes maken. Dan ga je goed voor jezelf zorgen, neem je meer tijd voor jou. Verrassend genoeg kun je dan juist meer voor de ander betekenen. 

Hoe zou het zijn om daar nu mee te beginnen? 

10 Tips voor meer rust in jou.

  1. Schrijf 3 dingen op waar jij op dit moment het meest behoefte aan hebt. Alles mag. Je kunt dit ook prima met je gezin doen op zondagochtend aan de keukentafel. Tekenen kan ook. 
  2. Maak uit deze individuele behoeften je eigen of een gezins top drie en hang dat op de koelkast. 
  3. Hoe ga jij, hoe gaan jullie deze behoeften vullen, bewaken? 
  4. Plan in jouw agenda, of jullie gezamenlijke agenda, duidelijk zichtbare rustmomenten in en houd je er aan.  Geef het een kleur. Geen bezoek, geen activiteit, alleen maar jouw tijd. 
  5. Sta iets eerder op. Daar kun je aan wennen. En doe dan iets helemaal voor jou alleen. Voor de een is dat een rondje joggen, voor de ander mediteren of gewoon in alle stilte met een kop koffie bij de kachel. 
  6. Misschien moet deze op nummer 1: Eerst zelf je zuurstofmasker op zetten!
  7. Kijk eens eerlijk en kritisch naar je afspraken. Zijn ze allemaal wel zo leuk en nodig? Durf te schrappen. “Nee”, is een volledig grammaticale zin. 
  8. Ga eens offline. Telefoons, Ipads, laptops, tv’s. Uit! Spreek zo’n offline moment af met jezelf of met je partner, je gezin. Laat maar gebeuren wat er dan ontstaat. 
  9. Verveling is broodnodig. In de pruttelstand wordt dat deel van ons brein actief wat zich bezighoudt met het oplossen van problemen. Met als effect een verhoogde creativiteit.
  10. Doe wat bij je past, wat bij jullie past. Je bent genoeg zoals je bent. Je hoeft niet rond te blijven rennen om aan ieders verwachting te voldoen. 

De manier waarop je al dan niet rond stuitert in deze december maand is, net als al je gedrag van nu, beïnvloed door jouw allerprilste begin. Prenataal is de blauwdruk gemaakt. Daar kan de oorzaak liggen van problemen zoals je ze in het hier en nu ervaart. Op een zeker niveau in je lichaam is al deze informatie bewaard. Je kunt daar als het ware weer naar toe. Het bekijken en ervaren hoe het toen was. En vooral het beleven van hoe je had gewild dat het was en van daaruit herstellen. Wil je meer informatie over het werken aan de rust in jou, de rust in je gezin? Neem contact met me op en we kijken samen naar jouw behoeften. 

Ik wens je van harte mooie feestdagen op de manier zoals jij dat wilt. 

Kerst 2018
Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Beelddenker en de kunst van het vertellen

                                 De jongen en de draak vliegend op een boekOp weg naar school stopte Tim even bij het zwarte meer. Het lag daar inktzwart te wezen. Geen leven , geen beweging in te bekennen. Met zijn hoofd gebogen, zijn ogen nog half dicht ging hij even zitten. Op de tak van de verdorde donkerboom met zijn toppen in de zware wolken. Het was weer vreselijk geweest vannacht. Hij had gedroomd. Zo naar, zo eng, zo echt. Dat mocht helemaal niet in Wakkerland. Nachtmerries waren verboden, dromen mochten niet bestaan. Er over praten betekende de doodstraf. Hij was de enige, dat wist hij zeker. Niemand droomde. Als hij het nu maar aan iemand kon vertellen dan zou het niet zo erg zijn. Een traan ontsnapte aan zijn oog, rende over zijn wang en drupte op een verdord blad.

Je in beelden denkende kind is een verhalenverteller. Wij kunnen verhalen vertellen als geen ander. De beeldende taal en het andere tijdsbesef maken het tot een film met vooruitblikken en flashbacks. Alleen bij óns is de film beter dan het boek. Als ons geleerd wordt enige structuur aan te brengen dan zijn wij in staat om iedereen aan onze lippen te laten hangen. 

                               “Zeg, zo erg kan het toch niet zijn?” De vogel tjilpte heen en weer wippend in zijn felle kleuren voor zijn ogen. “Hoe kom jij hier?” Tim was oprecht verbaast. Hij kende vogels alleen van plaatjes in een oud verboden boek van zijn Opa over Dromenland. Dat ze echt zouden bestaan had hij nooit durven dromen. De grens met Dromenland was al eeuwen gesloten; streng verboden toegang. “Ik kan vliegen, weet je, mij houden ze niet tegen”. De vogel fladderde door de boom heen en weer terug. “Maar vertel?” Tim keek om zich heen. Er was niemand te zien in de wijde omgeving. Wat kon hem het schelen. Hij vertelde over zijn nachtmerrie. Over grote stenen wachters en dat hij niet van ze kon winnen. “Ja en? Vertel het aan de dromenvanger en het is over”. De vogel wipte onrustig heen en weer. “Maar waarom huilde je nou?” “Dromen mag niet hier”, legde Tim uit. Er over praten is bij de wet verboden. De vogel zat ineens helemaal stil. “Vandaar dat het zo’n dooie boel is hier”, zei ze tenslotte. “Wij komen hier niet graag. Alleen als het nodig is. Zoals nu.” Ze sprong op zijn schouder en vertelde over Dromenland waar ze woonde, over dagdromen en luchtkastelen, wensdromen en toekomstdromen. “We dromen wat af en vertellen onze dromen aan elkaar. Daar worden ze nog mooier en groter van. We slapen er ook beter door. Nare dromen vertellen we net zo lang aan de dromenvanger tot ze verdwenen zijn.” Het leek Tim te mooi om waar te zijn. “Misschien dat daarom bij ons altijd de zon schijnt”, fluisterde ze in zijn oor, “en de bomen lichtgroen zijn?” Het zou zomaar kunnen.

Verhalen vertellen en naar verhalen luisteren is voor je kind een belangrijke manier om de wereld om hem heen te kunnen ordenen. Doordat je kind luistert naar verhalen en zelf leert ze te vertellen, ontwikkelt hij zijn  luistervaardigheid. Hij krijgt een grotere woordenschat. Het vergroot zijn concentratie vermogen. Zodra je kind een verhaal wordt ingetrokken wordt zijn denken over hoe je een probleem aan kunt pakken gestimuleerd. Je geeft zijn verbeeldingskracht een boost terwijl en passant zijn gevoel voor taal en spreekvaardigheid wordt bevorderd. Het zal later een belangrijke vaardigheid voor ze zijn gezien het steeds groter wordende belang van storytelling. 

                                     “Maar hoe kan dat dan?” De ketel vulde de theekopjes, de schilderijen kuchten ongeduldig, de smeulende houtblokken verwisselden van plaats waardoor het vuur oplaaide. “Daarvoor moet je eigenlijk weten hoe het werkt in je hoofd”, legde Mees uit. “Alles wat je meemaakt op een dag komt binnen als het ware in een klein kamertje in je hoofd, een soort halletje. Dat kan soms een rommeltje worden. Door te dromen ruim je de hal op zodat er de volgende dag weer van alles in kan. Je kijkt nog een keer naar alles wat er gebeurt is die dag. Of je het wilt bewaren of niet. Daardoor voel je je ook uitgerust als je wakker wordt. Als je niet meer droomt, tja, dan puilt de hal op een gegeven moment uit, er kan niets meer bij. Je word moe en humeurig en alles om je heen verliest zijn kleur.”

Wanneer je je kind de ruimte geeft om zijn fantasie en creativiteit de vrije loop te laten, kan dat zijn verbeelding, verwondering en andere vaardigheden prikkelen. Bij het luisteren naar en het vertellen van verhalen ontdekt je kind hoe het zijn zintuigen kan gebruiken om het verhaal en de beleving te kleuren. Verhalen vertellen, in alle vormen, is de belangrijkste vaardigheid om je kind mee te geven. Het is de motor van zijn creativiteit. En laten we eerlijk wezen, dat wordt niet veel gestimuleerd op veel scholen, gezien de uniforme zelfgemaakte zwarte pieten en exact dezelfde sinterklazen die ik tegenkwam in de klassen waar ik observeerde. 

                      “Jij”, gromde hij, “Jij koninginloeder dat je er bent”. De draak brieste. Vurige rook stoof uit zijn trillende neusgaten en verschroeide haar kapsel. Het hele paleis schudde. Koninklijk porselein viel overal in scherven. Ze durfde zich niet te bewegen. Mercy richtte zich op en sprak, iets vriendelijker nu; “Jij gaat nu de wet aanpassen. Je neemt mij en de Meesterdromenvanger weer in dienst. Zo niet, dan heb ik aan 1 hap genoeg om heel uwe majesteit te verzwelgen.” Hij boog langzaam zijn kop weer in de richting van haar angstige gezicht. “Ja”, piepte ze en deed het in haar koninklijke broek. 

the libraryBegin in deze overprikkelde feestmaand eens met het vertellen van verhalen. Elk verhaal is goed. Ga offline, dim het licht, doe de kaarsen aan en vertel je kind verhalen. Stimuleer ze zelf verhalen te vertellen. Je zult verteld staan en genieten van deze momenten met elkaar. En wees gerust, op enig moment schuift ook je puber aan. Wees niet bang dat je het niet zou kunnen, of niet goed zou doen. Het vertellen van verhalen zit in onze genen. Eeuwenlang hadden we geen andere mogelijkheid om onze geschiedenis te onthouden dan door het doorgeven van verhalen. Je hoeft dat talent alleen maar aan te boren.

****

N.B. De fragmenten komen uit ‘Dromenland’, één van de verhalen waaraan ik werk.

 

 

 

Geplaatst in Beelddenken | Getagged , , , | Een reactie plaatsen